In 1991 maakten we onze tweede reis door Noord Amerika

01-Greyhoud-AmerikacruserIn 1988 zijn we ook al Noord Amerika, toen reisden we met onze familie Fieten door de staten Illionois, lowa, Minnesota en Wisconsin. Enkele weken later door de staten Indiana, Ohio, Kentucky, Tennessee, Missouri en Illionois weer naar Chicago. Maar wij wilden ook in Holland Michigan kijken en zo kwamen op het idee om eens met mijn nicht Roelie in Carrying Place in Canada te bellen. Ze schreven ons al eens ‘wij wonen een eindje’ voorbij Toronto. 02-Greyhoud-CanadaIk kreeg mijn nicht Roelie aan de telefoon en het was meteen raak, ze wilden ons zelfs wel komen ophalen uit Justice.

Maar we vonden het zelf beter om met Greyhound-bus door de state Michigan naar Toronto in Canada te reizen. Oom Harm Fieten bracht ons s’morgens vroeg met de auto naar het Greyhound busstation in Chicago. We hadden toen nog geen idee hoe lang we in de bus zouden moeten zitten.

03-Carrying-Place-ik-op-de-trekker-met-grasmaaierHet bleek inderdaad een heel lange reis te zijn, maar wel met steeds nieuwe dingen waar we geen voorstelling van hadden dat die bestonden.
Onderweg in de bus zagen we vooral in de staat Michigan, overal Nederlandse familienamen staan op boerderijen, industrieën, winkels en dergelijke. Vaag herinnerde ik mij toen de verhalen over de Van Raaltetrek’ naar Amerika. Ik had zelfs de boeken ‘Landverhuizers7 van PJ. Risseeuw en ‘Drenthe in Michigan’ van H.J. Prakke in de kast. De Americruiser Greyhound-bus bracht ons tot midden de laatste halte in Detroit. 04-Carrying-Place-Annie-en-RoelieDaar moesten we overstappen in de Canadese cruiser en vanaf Windsor verder naar Toronto. In Toronto werden we vanaf het busstation opgehaald door Henk Kiers de man van nicht Roelie Kikkert. Omdat wel elkaar misschien niet zouden herkennen had ik Justice een rode cap geleend van Heiko Fieten. Henk Kiers droeg gewoontegetrouw een blauwe cap. Het kwam allemaal goed. Het was inmiddels middernacht maar toch hebben we onderweg ergens koffie gedronken en kwamen tegen het opkomen van de zon aan in Carrying Place, aan de oever van de Lake Ontario.

05-Carrying-Place--huis-in-wording-alleen-houtHun Campground ligt niet direct aan het grote meer en we voeren met hun eigen boot naar eilandjes in de buurt. Het was hoogtij op de campground. Net zoals vroeger in onze kindertijd, eerst moest het werk klaar voordat we mochten gaan spelen. Dus heb ik het gras gemaaid en opgeruimd. De vuilnisbakken verschoond, rommel opgeruimd. Gewoon het dagelijkse werk op de campground. Nadat het werk klaar was hebben ze ons de omgeving laten zien. Onderweg zagen we op meerdere plaatsen een huis in aanbouw. De huizen worden hier alle van hout gebouwd, omdat met stenen gebouwde huizen geen lang leven hebben in de meestal strenge winters.

06-Henk-Kiers-rode-jas-blauwe-pet-en-ik-rode-pet-blauwe-jasWe zijn ook bij de Peterborough Lift Locks in de Otonabee River geweest. Delen van de stad Peterborough, waaronder het centrum, liggen op de plaats waar in de IJstijd een meer lag, Lake Peterborough. Dit gebied ligt op ongeveer 200 meter boven zeeniveau, dat is tientallen meters lager dan andere delen van de stad en is daardoor gevoelig voor overstromingen. Peterborough ligt aan de rivier de Otonabee. De Trent Severn Waterway, een kanaal dat tegenwoordig vooral voor recreatieve doeleinden wordt gebruikt, loopt door Peterborough. Hier bevindt zich de Peterborough Lift Lock, de grootste hydraulische scheepslift op de wereld.

07-Peterborough-Lift-Locks-in-de-Otonabee-RiverMijn familie woont ook maar een paar uur rijden vanaf de Niagara Falls. We waren echt in de wijde grote wereld geraakt. Het was al snel weer tijd om terug naar Amerika te gaan. Opnieuw naar Toronto en dan weer met de Canadese Greyhound bus en uren reizen voor we in Windsor aankwamen. Bij de grenscontrole was ook nog een flinke tijd oponthoud doordat enkele passagiers hun papieren niet in orde hadden. De controle is nogal streng ontdekten wij toen en niemand mag de bus verlaten voor de douane toestemming geeft. Eindelijk konden wij dan toch de brug over naar Detroit. Dit had wel tot gevolg dat we daar onze aansluiting met de Amerikaanse Greyhound bus naar Chicago misten. Zo hadden we ook nog ruim de tijd om deze grote stad nog een beetje te verkennen. Gelukkig hebben we de volgende bus wel gehaald.

Tijdens onze busrit door Michigan zagen we opnieuw overal weer bekende namen uit onze provincie en uit de streek erom heen. Het moet in ons Nederland en ook elders in Europa in de 19e eeuw toch wel bar slecht leven zijn geweest als er zoveel mensen weggetrokken zijn. Noord-Amerika had in de 19e eeuw op veel mensen uit Europa een geweldige aantrekkingskracht. Duizenden en duizenden zijn er naartoe getrokken. Ook vanuit Nederland want overal in Noord-Amerika komt men ze tegen, de Nederlanders. Ze gingen het onbekende tegemoet, de een na de ander. Ook nog in het begin van de 20e eeuw. Na de Tweede Wereldoorlog, vooral veel naar Canada. De brieven geschreven door de mensen in de nieuwe wereld, naar de familie en kennissen in hun geboortestreek, lokten velen om ook naar Canada toe te komen. Dit ondanks dat in de brieven toch ook vaak teleurstellingen werden verhaald welke men had ondervonden. Het dagelijks bestaan in Nederland en ook in de rest van Europa was toen moeilijk. Uit het nieuwe land, ver over de oceaan, kwamen vooral brieven waarin de hoop op een beter leven doorklonk.

Aanvankelijk ging het in de brieven alleen over boerenwerk. In Nederland moest veel werk vooral met eigen lichaamskracht worden gedaan. Omdat in Amerika veel meer paarden werden gebruikt en ook al vroeg tot mechanisatie werd overgegaan, was daar het werken veel gemakkelijker en lichter. Ook kon men daar snel aan landbouwgrond komen. Maar ook werd al gauw geschreven in de brieven over het werk in de fabrieken die daar overal kwamen. Men kreeg daar veel gemakkelijker werk en de verdiensten waren ook veel hoger. Het gevolg was, dat hele families de grote onderneming gingen wagen. Ze waren vele weken onderweg. Soms duurde de bootreis alleen al 3 weken. Als men in Amerika aan land kwam, kostte de reis per boot of trein in het binnenland nog vele dagen. Soms duurde het weken voor ze eindelijk op de plaats van bestemming waren. En toch gingen ze bij duizenden naar het nieuwe land.

Grote belangstelling vanuit Amerika voor correspondentie immigranten en emigranten

schrijf-spoedig-terugIn de zomer en herfst van 1990 werd in de Nederlandse pers door Professor Herbert J. Brinks van het Calvin College in Grand Rapids gevraagd of er mogelijk nog brieven waren bewaard die zijn geschreven door mensen die in de vorige eeuw naar Amerika zijn geëmigreerd. Dit bracht mij in herinnering dat er ook brieven bewaard zijn gebleven van twee broers van mijn overgrootvader, die in de vorige eeuw zijn geëmigreerd. Oom Bertus Kikkert, in Hollandscheveld wilde de brieven wel een poosje afstaan. Tot mijn grote verbazing kreeg ik niet een paar brieven overhandigd, maar 70 stuks. Hiervan zijn er 65 geschreven in Amerika door Jan Oelen en Seine Oelen en hun kinderen, in een periode van 1883 tot 1960. Via Annemiek Galema van de RU Groningen nam ik contact op met Professor Brinks en hij was zeer content met zoveel brieven van eenzelfde familie.

In het archief van het Calvin College in Grand Rapids worden kopieën van de Oelenbrieven bewaard en ook een door mij uitgetypte versie ervan. Sommige brieven zijn namelijk in slechte staat en moeilijk meer te lezen. In getypte letters zijn ze beter te lezen. De originele brieven zijn veilig gesteld in het Rijksarchief in Assen.

09-brief-van-Jan-Oelen-uit-Amerika-4-febr-1886-gedTekst: Gij hebt mij gevraagd. Kent gij Hd. Gort en Roelof Romberg. Jawel en ook Seine Boertien en ook Jan Prins, die hebben allen al een middag bij ons gehouden. Seine Boertien die gaat het bij uitnemendheid, ik denk zijn kapitaal is wel verdubbeld en Jan Prins gaat het best en Hd. Gort die gaat naar Minnesota. Maar R. Romberg die gaat het niet best die heeft gezegd hij wilde weer terug. Jan Oelen

Het Nieuwsblad van het Noorden besteedde er aandacht aan en ook Radio Drenthe toonde ook belangstelling voor de brieven en ik mocht voor de radio iets vertellen over de het leven van de Oelens in Amerika. De Oelens stammen af van eerste bewoners van het Echtens Hoogeveen, van Harm Alberts Schonewille. Zijn zoon was Jan Harms Oelen Schonewille. Hij werd meestal vermeld als Jan Harms of Jan Oelen, maar in veel akten ook wel met zijn volle naam. Waarom Harm Alberts Schonewille zijn zoon Jan Oelen noemde is niet helemaal met zekerheid te zeggen, maar waarschijnlijk is, dat hij zijn zoon Jan Oelen, naar zijn schoonvader Jan Oelen heeft genoemd. In de brieven zijn veel namen genoemd van Hoogeveeners die daar, in Amerika bij hen in de omgeving wonen. Dit bracht mij er toe om eens uit te zoeken wie die mensen waren en hoeveel er wel zijn vertrokken. In de periode 1880 tot 1920 emigreerden onder andere de families Oelen, Boertien, Gort, Koster, Schonewille, de Vries, Prins, Brinkman, Sloothaak, Arends, Fictorie, Otten, Botter Fik, Grissen, Romberg, Kuiper, Zomer, Kaptein, Bruins Slot, Westerdijk, Slomp, Klamer, Booy, Seinen, Nieuwenhuis, Smit, Bade, Scholten, Blanken, Pekel, Guichelaar, Vlietstra en mogelijk nog veel meer. Onderzoek naar wie zij waren, met wie ze waren getrouwd, wie de ouders waren en wie de schoonouders, buren en kennissen, leerde mij dat er bijna altijd familierelaties zijn geweest of ze waren buren of goede kennissen. Uit brieven weten we iets hoe het met velen van hen is gegaan en met sommige families is er nog steeds contact, of opnieuw contact. Van heel veel families is echter nog niets of weinig bekend.