Reis in de voetsporen van de emigranten van de 19e eeuw van 5 tot en 30 juni 1991

De stichting ‘IN DE VOETSPOREN van de emigranten van de 19e eeuw, organiseerde dit jaar ook weer een reis door de staten Michigan, Illionois en Wisconsin van Noord Amerika en Ontario Canada. Het doel van de stichting is, contacten te herstellen tussen de nakomelingen van de emigranten en de families die men in Nederland achterliet. Omdat ik mij hetzelfde als doel stelde voor de Hoogeveense families, besloten mijn vrouw en ik opnieuw op reis te gaan en een bezoek aan onze familie in Ontario in Canada en in Justice bij Chicago in de state Illionois in Amerika. Dit konden wij goed combineren met de 16-daagse reis welke door genoemde stichting werd georganiseerd.

Op 31 mei 1991 vertrokken we vanaf Schiphol om 13.20 uur, om als het volgens plan zou verlopen al om 15.20 uur aan te komen op het vliegveld van Toronto. We hebben ‘geluk’, de tourist class is vol geboekt. Maar er zijn een paar andere ‘dure plaatsen’ over en dus reizen we heerlijk in een royale stoel in de business class. We zitten recht tegenover de purser en we kunnen life horen wat anderen door de luidsprekers horen. Door de drukte in het vliegverkeer, boven en om ons heen, gaan we bijna een uur te laat de lucht in. Dit is geen probleem wordt ons verzekerd, omdat we die tijd gemakkelijk kunnen inhalen door sneller te vliegen. Als we dan eindelijk starten gaat het ook meteen in volle snelheid. Al snel voelen we het vliegtuig van voren omhoog komen en meteen daarop zijn ook de achterwielen van de grond en stijgen we omhoog en gaan we de lucht in. De lucht is bewolkt en we kunnen maar even genieten van het prachtige uitzicht op wat er beneden ons is.

Opeens is het erg mistig en zijn we in de wolken, dan opeens schijnt de zon volop maar onder ons is het net een dikke wollen deken van wolken. Het is alsof we niet met een vliegtuig vliegen, maar met een schip over de zee varen. Er wordt ons verteld dat we boven de Noordzee vliegen op een hoogte van 10700 meter. We koersen in de richting Huil en vervolgens Dublin. Boven Engeland wordt een lichtere bewolking verwacht maar we krijgen later ook buien onderweg. In Toronto is het nu 28 graden C wordt verteld, dit is bijna niet te geloven omdat het op Schiphol maar 14 graden was. Dan zien we land onder ons, boerderijen en bossen, rivieren en kanalen die als zilveren streepjes door het Engelandse landschap zijn getrokken, doordat de zon op het water weerkaatst. Een prachtig gezicht dat nog geaccentueerd wordt doordat de zon steeds vanuit een wisselende hoek weerkaatst wordt.

Wanneer we ruim een uur in de lucht zijn, zien we een kustlandschap, een grillige grens van land en water. Soms is het water groen van kleur. Het is zo geleidelijk aan ook weer meer bewolkt geworden jammer genoeg en het uitzicht is daarna gauw weer totaal belemmerd. We vliegen 12 km hoog in de lucht, maar als we naar beneden kijken hebben we het gevoel alsof het vliegtuig op een enorm hoge pilaar, stil in de lucht staat. De grijze massa onder ons verplaatst zich niet, waardoor het lijkt alsof het vliegtuig stil staat. Dat de % werkelijkheid anders is, blijkt wel uit een andere gewaarwording. In tegenstelling met de rustige wegligging van het vliegtuig tijdens het taxiën met hoge snelheid op de startbaan van het vliegveld, is het in de lucht soms net alsof we rijden op een zeer slechte weg met bulten en kuilen. Alles in het vliegtuig schudt en trilt hevig, ook zelf zitten we te schudden in onze stoel. Het is een vreemde gewaarwording in een vliegtuig hoog in de lucht. Inmiddels is het wolkendek onder ons soms ook weer weg en kunnen we onder ons land zien, afgewisseld met water.

Eindelijk wordt verteld dat we al enige tijd boven Canadees gebied vliegen, het lijkt trouwens meer water dan land. Door sneller te vliegen hebben we de verloren tijd op Schiphol ingehaald en we zullen op tijd landen is de verwachting. Canada onder ons, is geleidelijk meer een land geworden. Gebouwen kunnen we nog maar weinig onderscheiden, soms enkele bij elkaar. Het gebied lijkt nog vrijwel onbewoond. Wegen lijken er ook nog niet te zijn of moeilijk te onderscheiden door het wat ruige gebied. Wat later wel, maar nog niet met rechte lijnen. Het is duidelijk een gebied waar de wegen nog niet gebaand zijn. Dit wordt daarna snel anders. Het wegennet in Ontario is al net als in Noord-Amerika, in grote blokken aangelegd. Doordat het land is opgedeeld in grote vierkante stukken en de wegen langs de landerijen aangelegd zijn, is het vanuit de lucht net een groot schaakbord. Als we inmiddels wat lager zijn gaan vliegen, lijkt de weg waar we op “rijden” ook weer slechter te worden.

We hadden het echter best wat rustiger aan kunnen doen, want het is ook al een drukte van belang in de lucht boven Toronto. Pas een half uur later staan we op de grond. Ten overvloede doet de douane nogal moeilijk bij sommige medepassagiers. Wanneer we dan eindelijk bij neef Henk Kiers, getrouwd met Roelie Kikkert, in de auto zitten en in westelijke richting de plaats Toronto willen uitrijden, lijkt het of alle Canadese auto’s ons tegemoet komen rijden. Wij gaan gelukkig de goede kant op en ruim 2 uur later komen we aan in Ingersol bij Arend Kikkert. Hij is genoemd naar dezelfde opa Arend Kikkert als ik. Henk Kiers heeft dan inmiddels 4 uur gereden en een uur gewacht om de familie van het vliegveld in Toronto op te halen en hier naar toe brengen. Hij heeft vervolgens nog weer 4 uur rijden voor de boeg om weer bij zijn vrouw in Carrying Place te komen. Carrying Place ligt 2 uur rijden naar het oosten, voorbij Toronto. Och, wij zijn het grote afstanden rijden wel gewend zegt Henk en wij zijn blij dat er weer eens familie overkomt uit Nederland.

10-Middernacht-bij-houtvuur-in-CanadaDaar zitten we dan in de tuin van een neef die in 1952 met zijn ouders en broers en zussen naar Alberta in het westen van Canada is geëmigreerd. Opeens moeten we ons redden met Engels spreken en moeten we proberen dat te verstaan. Gelukkig verstaat en spreekt Arend nog de taal die hij van zijn moeder leerde in Nieuw Balinge. Wat zullen de emigranten het verschrikkelijk moeilijk gehad hebben toen. Velen kenden geen woord Engels. Later zal blijken dat alle kinderen van 11-huis-met-drie-auto'sHarm Kikkert en Fem Thalen zich nog verbazend goed het Drents uit hun kinderjaren herinneren. In de beginjaren werd ook in Canada hoofdzakelijk nog het Drents gesproken. Onze eerste dag in Canada wordt een lange dag. We kwamen dan wel om kwart voor vier in de namiddag aan in het zonnig Canada en inderdaad 28 graden C, zoals ons al was verteld, maar ons horloge gaf aan dat het kwart voor tien in de avond was. Het is erg gezellig en we zitten om 24 uur Canadese tijd nog achter in de tuin bij een houtvuur, bij het geknetter van het vuur en het luide getsjilp van duizenden krekels worden verhalen verteld over vroeger en er wordt gelachen. Het werd erg laat die nacht en niet 13-huis-met-groot-grasveldiedereen gaat die avond naar zijn eigen huis, overal in huis mensen liggen te slapen. Voor we gaan slapen stappen we over op Canadese tijd en hebben verder geen last van het tijdsverschil van 6 uur gehad. Het enige probleem is, ons horloge is en blijft in de war, het begint elke dag weer, 6 uur eerder met een nieuwe dag, volgens het voor Nederlandse tijd ingebouwde mechanisme.

14-huis-met-gras-en-veel-ruimte Toen Arend en Sylvia hier gingen wonen was er maar weinig erf en tuin bij. De oplossing kwam onverwacht. Een andere inwoner wilde groter bouwen maar woonde te dicht tegen de berg aan en had juist een ander probleem. Hij wilde een groot stuk van de berg weggraven en naar een andere plek transporteren. Hij had dus heel veel grond over en zo konden ze elkaar van dienst zijn. Dat stuk van de berg werd naar hier getransporteerd en zo kwam er heel veel erf en tuin bij dit huis. Zo was er na een tijd ruimte voor een enorm grasveld, een zwembad, veel ruimte voor kampeerwagens en personenwagens. In dit deel van Canada is ieder volwassen persoon in het gezin een eigen auto nodig en ook veel ruimte dus om te parkeren.

12-huis-met-zwembadArend Kikkert laat ons half Ontario zien in een paar dagen. Wij hebben heel veel gezien van dit deel van Canada en dan niet wat langs gebaande wegen is te vinden. We hebben gemerkt dat er nog veel grevelwegen zijn in Canada. Ver van de highway konden we ons een beetje voorstellen hoe het land er uit zag toen de emigranten zich hier vestigden. Geen wonder dat veel vrouwen zich toen erg verlaten voelden in dit wijdse land.