Familiedag van de Kikkertfamilie in Canada

15-barbecue-in-het-groot-CanadaIn de loop van zaterdagmiddag zullen alle broers en zussen Kikkert naar het huis van broer Evert komen. Ze willen allemaal wel weer eens herinneringen ophalen uit de tijd dat ze nog in Nieuw Balinge woonden, of de verhalen die ze daarover kennen eens weer horen. Het is mooi
weer en Evert heeft, net als de anderen trouwens, een grote tuin. Het leven in Canada blijkt gezond en iedereen eet er goed van. Het wordt laat die avond.

16-barbecue-in-het-groot-Canada De volgende zondag zijn we met zo’n 50 familieleden bij elkaar. Opnieuw moeten hongerige magen gestild worden. Geen probleem, eten klaar maken kan net zo goed in de buitenlucht en nog beter zelfs. Een grote barbecue van twee bij een meter wordt aangerukt. De vrouwen bemoeien zich nergens mee, toch raakt iedereen verzadigd.

17-barbecue-in-het-groot-CanadaOp maandag 3 juni gaan we, weer via vele omwegen, richting Toronto om nog meer van Canada te zien. Na bijna 6 uur komen we aan in Carrying Place, bij Roelie en Henk. Zij runnen een Campground, gelegen aan een baai van de grote Lake Ontario. Een prachtig uitzicht op de Lake met zijn ruige kust, een stuk puur natuur. Tijdens de zomermaanden is het een rustige camping, evenals andere campings langs de baai. Er wordt veel gebruik gemaakt van de baai en de eilandjes daarin, door vissers en watersporters. Door de wijdte van de baai en de verbinding met de grote Lake is er alleen aan de wal op de campground bedrijvigheid. Tijdens de winterperiode is hier ook veel volk aan de baai, maar dan duidelijk anders. Het ijs kan er bijna een meter dik worden. Ook dan wordt er gevist, maar het is dan wel moeilijker om bij het water te komen. Men rijdt echter gewoon met de car het ijs op en men bouwt een hut op het ijs. Er worden gaten in het ijs geboord. De vis die zo wordt gevangen en boven het ijs wordt getrokken, is meteen aanbeland in de diepvries.

18-Arend-en-Roelie-Kikkert-in-Carrying-PlaceWe slapen die nacht in de corrits, een houten gebouw met daarin een keuken en helemaal ingericht voor een vakantieverblijf voor langere tijd. De corrits staat dicht tegen de baai. Door de stevige bries klotst de hele nacht het water tegen de oeverstenen. Wat is het heerlijk om bij klotsend water in slaap te vallen. Later trekt de wind aan en liggen we wakker, te luisteren naar het geluid van de wind en het geklots van de golven van het water. Roelie is de oudste van het gezin en is meerdere keren in Nederland geweest. Zij weet zich uiteraard het meest te herinneren van de tijd op de boerderij in Nieuw Balinge. Aan de hand van oude foto’s in de familiealbums uit de jaren in Nieuw Balinge, komen de herinneringen weer naar boven.

De volgende dag, op 4 juni brengt Arend Kikkert ons naar Toronto in het Relax Plaza Hotel in Toronto. Dit is de grootste stad van Canada en herbergt de hoogste losstaande toren ter wereld, 550 meter hoog. De stad heeft het ook grootste winkelcentrum ter wereld. Canada is na Rusland het grootste land van de wereld. Het bestrijkt van oost naar west bijna 7000 km en van zuid naar noord 5000 km, het is maar voor 12% te bewonen en te gebruiken en heeft maar 26 miljoen inwoners waarvan er al ongeveer 9 miljoen in de staat Ontario wonen.

Op 5 juni sluiten wij ons aan bij het gezelschap dat met de stichting ‘In de voetsporen van de landverhuizers uit de vorige eeuw’. Wij zijn in 1990 naar een voorlichtingsdag geweest in Winterswijk. De deelnemers aan deze reis hebben allemaal dezelfde interesse voor Noord Amerika. Wat trok zoveel Nederlanders en andere Europeanen om naar de voor hen nieuwe wereld te gaan. De meeste deelnemers komen uit de Achterhoek. Dit komt, zoals later wel zal blijken, doordat ons reisdoel juist die omgeving van Amerika is, waar veel mensen uit de Achterhoek naar toe zijn gegaan.

Onze reisleiders zijn de heren Jan A. Niemeijer, journalist uit Haren en Jan Verdonk uit Hoogland is de motor van de Voetsporen. Onze chauffeur heeft een echt Nederlandse naam, Steve Joling. Hij weet niet of hij van dezelfde familie is als Gerard en Bennie Joling, maar zingen kan hij wel. Hij spreekt trouwens geen woord Nederlands. De meesten van de groep gaan opvallend vroeg naar bed, omdat hun horloge aangeeft dat het bedtijd is. Zij blijven enkele dagen problemen hebben met de 6 uur tijdverschil. Anderen merken daar maar weinig van en ook zijn er enkelen die net als wij al enkele dagen in Canada zijn. We vertrekken de volgende morgen al vroeg in de richting van London, waar we gaan overnachten in Hotel Comfort Inn.

Donderdag 6 juni gaan naar Black Creek, Pioneer Village. Dit is een museumdorp waarin op een realistische wijze, het Canada van 100 jaar geleden wordt bewaard. Het werk op het land en op de boerderij wordt nog gedaan op dezelfde wijze als in de begintijd toen de emigranten zich hier zijn gaan vestigen. Er is zelfs een schoollokaal waar echt les wordt gegeven aan kinderen van zo ongeveer 11-12 jaar. De opzet van het gehele openluchtmuseum lijkt op Orvelte in Drenthe bij ons, maar dan veel grootser en omvangrijker.

19-Black-Creek-Kitchener-WaterlooWij hadden maar 4 uur de tijd om alles te bekijken, maar er is meer in Ontario te doen. Dus we gaan weer verder over de Highway 401, naar het westen. De volgende dag gaan we naar Waterloo en Kitchener. Hier wonen veel Mennonieten. Dat zijn volgelingen van Menno Simons, de Doopsgezinde dominee uit Friesland en naar hem genoemd. De Doopsgezinden werden overal in Europa vervolgd en gemarteld. Velen uit Zwitserland en Duitsland en ook Nederland vluchtten naar Amerika en Canada. We hebben in Kitchener met Mennonieten gesproken. Velen van hen spreken nog met een Duits accent, terwijl de familie al honderden jaren in Canada woont. Mennonieten proberen hun identiteit vast te houden en wijzen alle moderne zaken van deze tijd af. Zo gebruiken ze als vervoermiddel nog paard en wagen. Langs en parallel aan de asfaltwegen, is er in dit gebied nog een zeer goed onderhouden zand of grevelweg, voor transport per paard en wagen. Met soms grote snelheid verplaatsen de buggies zich over deze parallelwegen. Meestal één paard ervoor, maar ook vaak twee.

20-Black-Creek-Kitchener-Waterloo-(2)Op de boerderijen zijn, net als vroeger overal, nog veel paarden in gebruik. Er is een type voor het snellere vervoer en een ander veel zwaarder type, voor het werk op het land. In het dorp staan de paarden vastgebonden aan een speciale schutting, terwijl de mensen hun boodschappen doen in de winkels. De aanblik van de vele aangebonden paarden en de vele boerenwagens lijkt als in een cowboyfilm uit het wilde westen. Ook in het dorp wonen Mennonieten, maar ze lijken minder strenge leefregels te hanteren. Er zijn er die een buggy rijden op een onderstel van een auto. Een enkele rijdt zelfs in een moderne auto. De middenstand maakt gretig gebruik van de situatie en verkoopt allerlei souvenirs terzake van het leven van de Mennonieten. In de winkels kunnen we betalen met Amerikaanse Travelers Cheques. Maar je moet steeds op je tellen passen, want men rekent vaak een Amerikaanse dollar voor dezelfde waarde als een Canadese dollar. Na protest rekenen ze 22 Canadese voor 20 Amerikaanse dollars, wat ook niet redelijk is.

We besluiten naar de bank te gaan omdat we verwachten dat men daar tenminste de officiële koers zal rekenen. Dat valt tegen en we protesteren dan ook en ik vraag naar de bankdirecteur. Dat hielp ook niets, hij had opdracht om Amerikaanse dollars te rekenen als zijnde Canadese. Ik was overigens volkomen verrast toen de directeur zijn naam noemde, John C. Guichelaar. Op mijn vraag of hij soms genoemd was naar Jan Coenraad Guichelaar uit Hollandscheveld, was hij nog meer verbaasd. Zo kwamen wij geheel onverwachts in gesprek met de Canadees John C. Guichelaar, zoon van Henk Guichelaar een geboren Hollandschevelder. Toen wij daar waren was zijn vader overigens in Nederland. Hij was eerst naar Rusland gereisd, waar hij voor zijn kerk een groot aantal bijbels had afgeleverd.

Vrijdag 7 juni, we rijden weer verder naar het westen, in de richting Windsor en Detroit. Niet meer over de 401, maar over de 402, pal west en gaan via Sarnia naar Noord Amerika. Onze reisleider vertelde dat bij een vorige reis iedereen bij de grens uit de bus moest om bij de douane een formulier in te vullen, voor men de reis mocht vervolgen naar Port Huron en dan Amerika in. Ook deze keer moeten we er aan geloven. Om beurten staan we voor de balie om een papier in te vullen. Al snel zijn de douanemensen erachter dat ze de gevraagde papieren beter zelf kunnen invullen en zo verloopt de passage toch nog vrij vlot. Mar Drenth wil gauw even een foto maken van zus Tine, met op de achtergrond de grensmarkering. Een policeman ziet dat en zegt, als u de foto neemt moet ik uw fotorolletje in beslag nemen. Of het bijna binnenstebuiten keren van een kleine vrachtwagen daar reden toe was, is niet te zeggen. Wij wisten al dat de Canadezen moeilijk doen bij passage vanuit Amerika, maar dit geldt dus ook als men van Canada naar Amerika wil reizen.

Bij een “bekende” pleisterplaats zullen we een sanitaire stop houden. Door weg- en terreinwerkzaamheden is deze plaats moeilijk te bereiken voor onze bus, maar we komen er. Dan blijkt dat ook in Amerika wel eens een kabel of een leiding kapot getrokken wordt door een graafmachine. Het stuk trekken van de waterleiding had niet alleen rampzalige gevolgen voor het restaurant, wat betreft koffiezetten en toiletspoeling. Ook enkele van onze medereizigers kwamen in zeer grote nood. Zo snel mogelijk reizen we af naar de eerstvolgende Restroom en zitten we later aan de koffie dan voor ons was gepland. Wat ze in Amerika trouwens als koffie schenken, noemen wij in ons land meestal bocht of slootwater. Je moet echter veel drinken en altijd Coke of Orange drinken is ook niet alles.

We vervolgen onze weg over de 69, dit houdt in, dat we van noord naar zuid rijden. De wegen met oneven-nummers gaan noord-zuid en de wegen met even-nummers gaan oost-west. Als we Lansing Michigan hebben bekeken gaan we de 96 op en even later dwars door Grand Rapids, waarna we weer naar het zuiden gaan rijden. Het is nog steeds heet als we in het Best Western Motel aankomen in Holland Michigan. Na een duik in het buitenzwembad, is de vermoeidheid echter weer gauw verdwenen. Onze kamers zijn weer ruim en een nogal lawaaierige airconditioning moet voor koelte gaan zorgen. Gelukkig staat de felle zon niet op onze room. Iedereen heeft een kamer op de begane grond, met voor de deur een groot grasveld. Inmiddels lijkt het of iedereen van de groep de ander al jaren kent en is het een en al gezelligheid op het grasveld.

Zaterdag 8 juni gaan we naar Zeeland.

Op onze weg naar Zeeland staat enige mijlen voor het dorp een policecar ons op te wachten, maar deze gaat rijden zodra we dichterbij komen. Met zwaailicht bovenop de policecar, gaan we door het dorp. Tientallen nazaten van emigranten uit de vorige eeuw staan ons bij de First Reformed Church op te wachten en verwelkomen ons alsof we echt familie zijn. Er is geen uit Hoogeveen stammende familie bij. Mijn gastheer is Mr. Blaauwkamp, zijn voorouders kwamen in 1847 vanuit Emmelkamp naar Amerika. Hij is erg geïnteresseerd in zijn familiegeschiedenis en de streek van afstamming. Van hem krijg ik enkele adressen van Hoogeveense Amerikanen. Annie, mijn vrouw treft een gastdame die ook erg veel van de geschiedenis van de landverhuizers afweet en die tevens probeert vandaag, zoveel maar mogelijk is, het Nederlands te spreken en te leren. Ze woont inmiddels al vele jaren in Californië en is voor deze gelegenheid naar Zeeland gekomen. Zoveel mogelijk wordt getracht dat er onderling met elkaar gepraat kan worden. Lang niet iedereen kan de Nederlandse taal meer verstaan en andersom van de bezoekers zijn er ook die de Engelse taal niet kunnen verstaan en spreken.

Na de gezamenlijke lunch in een zaal bij de kerk, gaan we naar de begraafplaats waar onze metgezel de heer Markusse, van Walcheren, namens ons en onze gasten een krans legt bij het monument voor de onbekende emigranten. Sommige immigranten hadden geen familie en als ze ziek werden en overleden wist men vaak alleen maar een naam op een grafsteen te zetten. Naast de vele grafstenen met alleen maar een naam, zien we de grafstenen die duidelijk bij een familiegraf behoren, soms een kleine honderd bij elkaar. Het is hier net als op de andere begraafplaatsen waar we later nog naar toe zijn gegaan, aan de namen is te zien dat de emigranten bij elkaar in de buurt gingen wonen.

Zo maar opeens staat er een plaatsnaambord aan de kant van de weg. Drenthe in Michigan, gesticht voor de Drenthen. De emigranten bleven, vooral in het begin van hun vestiging in Amerika, zoveel mogelijk bij elkaar wonen. Zo hield men het beste contact met elkaar en bleven de oude banden bestaan. Ook kon men met elkaar kerken en scholen bouwen op redelijke afstand van de woonplek.

Dicht in de omgeving van Holland en Zeeland liggen New Holland, Drenthe, Overisel, Vriesland, Zutfen, Borculo en Graafschap. Met Graafschap wordt overigens de Graafschap Bentheim bedoeld. De namen op de grafstenen spreken wat dat betreft duidelijke taal. Ook nu nog zie je in het telefoonboek veel Drentse familienamen. Tegenover kerk en begraafplaats is een prachtig museum ingericht. Ook daar zagen we meubels, sieraden, muziekinstrumenten enz, welke men meenam vanuit Nederland. Het waren zo te zien niet de armsten die zich aan het avontuur waagden. Het blijkt ook uit bewaard gebleven brieven, dat de kosten voor overtocht zelf betaald zijn en dat men nog geld mee had kunnen nemen 21-Sloothaak-Dina-Owenuit Nederland. Velen hadden al gauw een farm in beheer. Wanneer men de huur maar vooraf betaalde, dan kon men zo een farm huren. Ook is het velen gelukt om van de staat een boerderij in beheer te krijgen. Als men maar 5 jaar op de farm kon blijven en het land bewerken dan werd de farm eigendom. Het leven was voor die ondernemers echter bar en boos en zonder maar de minste luxe de eerste jaren. Gelukte het die eerste 5 jaren door te komen, zonder ziekte of dood, ja dan brak het betere leven door. Maar het is ook menigmaal op een grote teleurstelling uitgelopen.

22-Sloothaak-Dina-OwenZoals ik verwachtte, vermeldt het telefoonboek veel Hoogeveense familienamen.
Ralph Fik zal zeker naar grootvader Roelof Fik zijn genoemd. Ik kreeg hem aan de telefoon, hij wilde graag meer weten van zijn familie in Nederland. Jammer dat wij geen geschikte tijd hebben kunnen vinden om elkaar te ontmoeten. Dit geldt ook voor Harold Grissen. Het telefoonboek vermeldt ene Friedrick Zomer, de familie toont weinig interesse en smijt zelfs de telefoon op de haak. Anders gaat het met Dina Owen-Sloothaak. Zij is er meteen aan toe om ons te bezoeken in het Best Western Motel. Het duurt niet lang en daar is Dina al met haar dochter.

23-Sloothaak-Wieger-father-grootDina blijkt een dochter te zijn van Wicher Sloothaak, die met zijn moeder Aaltje Ringeling, in 1891 naar Noord-Amerika ging. Wicher Sloothaak trouwde daar, met Grietje (Margaret) Grissen, dochter van Geert Grissen en Hendrika Timmer. Zij is daar geboren in 1909 en terwijl zij sinds haar kinderjaren niet weer de Nederlandse taal heeft gesproken, herinnert zij zich snel weer veel woorden en verstaat weer een beetje van onze taal. Een paar woorden Drents spreekt ze nog goed uit.