De familie Oelen uit Hollandscheveld begraven in Holland Michigan

In de Library van Holland vond ik een advertentie over het overlijden van Fanny Oelen in 1985. Zij werd bijna 100 jaar oud, zij was de vrouw van wijlen Albert Oelen, de zoon van Jan Oelen en Hendrikje Schonewille. In deze advertentie is de naam van Carl Dephouse als contactadres vermeld. Het adres staat nog in het telefoonboek en een afspraak is snel gemaakt. Hij blijkt een kleinzoon te zijn van Albert Oelen en Fanny Oelen (Belt). Hij is zeer geïnteresseerd naar de afkomst van zijn familie in Nederland. Hij kwam ons direct opzoeken in ons hotel. Hij had weinig tijd, omdat hij zijn zoon van het vliegveld moest halen, die via Duitsland weer thuis kwam van de Desert Storm in Irak. Een zoon uit een oorlog terugkrijgen was nu even veel belangrijker dan contact met een achterneef uit de old country.

Het is met de familienaam Oelen in Amerika bijna afgelopen. De moeder van Carl Dephouse leeft nog en woont in Californië. Ook leeft nog een dochter van Emerson John Oelen, een broer van zijn moeder. Aardig is dat de familienaam Dephouse, gewoon Diephuis uit Ten Boer is geweest, geëmigreerd in 1847. De volgende dag ga ik met Carl Dephouse, opnieuw naar de zeer grote begraafplaats waar de Oelens en hun verwanten zijn begraven in het familieveld Oelen.

De dag daarop worden we in de Christian Reformed Church van Holland, verwelkomd door minstens honderd nazaten van Nederlandse emigranten in Michigan. De kerkdienst heet vandaag ‘songservice’ en samen met hen zingen wij Nederlandse versjes. Preken en zingen in het Nederlands is al lang verleden tijd. De Nederlanders in Amerika zijn Amerikanen geworden en spreken Amerikaans. Toch zien en horen wij dat velen nog de bekende verzen meezingen uit volle borst. Een van onze gastdames is Margreet Wolfensperger-Kleis, haar familie komt ook al uit de omgeving Hoogeveen.

Die dag treffen we ook Derk Dijk, hij logeert in hetzelfde motel als wij. Als wij op het grasveld zitten voor onze kamer, klinkt van de verdieping boven ons de vraag ‘Waor koomt jullie vandaon’. Derk Dijk, hij woonde lang geleden in Nieuwlande toen hij in 1956 naar Canada is getrokken, hoorde mij met Dina Owen-Sloothaak enkele Hoogeveense woorden repeteren. Hij maakte een trip door Noord Amerika, met kennissen uit Nederland. Die kennissen blijken een zwager en schoonzus van een collega van mij. Het bevalt iedereen uitstekend in Canada zegt Derk Dijk, maar het geeft wel een kick om weer eens over vroeger te praten en herinneringen op te halen.
Onze dagindeling is soms overbezet, wij willen overal mee naar toe en gaan we van de ene ontvangst naar de andere. Ook in Amerika blijkt men veel aan historisch onderzoek te doen en overal worden we verwelkomd door groepen nakomelingen van landverhuizers uit de vorige eeuw, we komen tijd tekort.

Melding in de krant dat wij op maandag 10 juni in de Evergreen Commons zullen zijn

In een plaatselijke krant werd geschreven over de groep mensen uit Nederland en de namen van onze grootouders werden daarbij ook vermeld. Bij de ontvangst in de Evergreen Commons werden wij verwelkomd door mensen die een familienaam lieten zien waarin men was geïnteresseerd. Hoewel ons gezelschap overwegend Achterhoekers van oorsprong waren, lazen wij ook de namen Koster en Vos. De familie Grissen zou ook komen werd mij verteld, maar zijn verhinderd wegens een sterfgeval. De Kosters bleken niet uit het Hoogeveen te komen maar uit Noord Holland. De Evergreen Commons is een gebouw met enorm complex van zalen. Een rijk man, Prince, van Nederlandse afkomst, gaf 1 miljoen dollar om het te kunnen bouwen. Het is een dagverblijf voor senioren. Iedereen die hulp nodig is bij zijn hobby of samen met anderen iets wil opzetten of alleen gezelschap zoekt van anderen, iedereen is welkom. Er zijn hout- en metaalbewerkingmachines, donkere kamers, stille kamers. Eigenlijk alles kan, behalve in het gebouw overnachten. Er wordt zo te zien geweldig veel gebruik van gemaakt. Zoiets kennen we in Nederland (nog) niet.

In de library van Holland maakte ik ook kennis met Ralph Haan. Hij blijkt familie te zijn van de boekhandelfamilie Haan uit de stad Groningen. Hij helpt mij zoveel mogelijk gegevens over de Hoogeveense families te vinden. Er waren echter veel te veel mensen binnen, allemaal op zoek naar een stukje geschreven historie en het kopieerapparaat was overbezet.

24-Chicago-gezien-vanuit-de-luchtDinsdag 11 juni naar de staat Wisconsin en langs de grote stad CHICAGO

De volgende dag gaan we vertrekken naar de staat Wisconsin. We gaan in zuidelijke richting langs de Lake Michigan. We hebben een lange dag voor de boeg en de dag gaat vandaag 25 uur duren. We gaan langs de grote weg door het steeds wisselende landschap. We rijden enkele uren door de staat Indiana en daarna Illionois en zien de grote stad Chicago liggen, voor de meesten van ons de eerste keer. Wij waren hier eerder in 1988 bij oom Harm Fieten en tante Gien de Jonge.

Chicago heeft enorm veel, zeer grote gebouwen. De Sears Tower was toen het grootste gebouw ter wereld en zou overal bovenuit moeten steken. Maar door de vele hoge gebouwen lijkt het of andere gebouwen nog hoger zijn, omdat die dichter bij staan. Het schouwspel van al die hoge wolkenkrabbers is een vreemd en benauwend gezicht. De Sears Tower is zelfs 443 meter hoog, met daar bovenop nog een televisiemast van 110 meter. De Tower werd gebouwd in 1973. Dat Chicago een wereldstad is, is te merken aan de drukte op de wegen en ook in de lucht. Er zijn meer vliegvelden in dit gebied, maar O’Hare valt wel erg op. Laag zweven de vliegtuigen over ons heen en we proberen de tientallen vliegtuigen te tellen, ze zijn overal om ons heen in de lucht. Reizen in een hoge bus geeft heel wat meer mogelijkheden, in vergelijking met zelf achter het stuur zitten in een drukke wereldstad.

Ramp met vracht- en passagiersschip The Phoenix op 11 november 1847

Later gaan we weer in noordelijke richting, langs de westkant van de Lake Michigan en komen tegen de avond in het American Inn Motel, in Belgium. Niet lang daarna worden we verwacht in een restaurant, waar weer Amerikanen met veelal Achterhoekse familienamen, ons enthousiast verwelkomen. Het programma voor de komende dagen wordt ons uitgereikt. Opnieuw blijkt de enorme inzet van hen om ons iets van hun leven daar te laten zien en mee te beleven. We hebben in de vier dagen daar, allerlei bedrijven gezien. Soms heel moderne, dan weer een bedrijf zoals wij hier ze niet meer kennen. Vooral de houtzagerijen zijn daar veel en meest nog van ouder type. Bijna alle huizen worden van hout gebouwd en als er al een stenen muur is, dan is die er later tegenaan gebouwd en niet nodig voor fundering.

In Sheboygan zijn we in het archief geweest. Echt bewoond is dit gebied geworden in de tweede helft van de 19e eeuw. De uitgifte van land is indertijd in kaart gebracht en het is te zien, allemaal namen uit de Achterhoek en Zeeland en in mindere mate wat uit Groningen. Mensen uit de rest van ons land zijn hier nauwelijks naar toegegaan. In noordwest Iowa en South Dacota wonen veel mensen uit Drenthe werd ons verteld. Zover komen we deze keer niet, zodat we in een 27-Ramp-met-de-Phoenix-Wilterdinkander jaar nog eens weer op reis moeten. Wat meer in zuidelijke richting zien we bijna alleen Duitse namen. Duidelijk is te zien hoe het land is opgedeeld in blokken. De blokken worden gescheiden door lange rechte wegen. Het gevolg is geweest dat ook nu nog het wegenstelsel van noord naar zuid en van oost naar west loopt. De wegen hebben allemaal een nummer, een even wegnummer geeft aan dat de weg van oost naar west loopt en een oneven wegnummer van noord naar zuid. Dit is zo in een groot deel van Amerika.

26-Sheboygan-kransleggenIn Oostburg liggen de mensen begraven, die in 1847 na een lange reis per schip over de oceaan en een stuk over land en daarna met het schip The Phoenix de Lake Michigan overstaken en vlak voor de kust omkwamen. Het schip, nog van hout, was veel te zwaar beladen. In het zicht van de plaats van bestemming, vloog de motor in brand en het schip verging. 127 Nederlanders kwamen om, bijna allemaal afkomstig uit de Achterhoek. Rudolf en Gertie Te Paske hebben namens ons en het gemeentebestuur van Aalten, een bloemenkrans gelegd bij het monument. Gordon Voskuil 95 jaar, een kleinzoon van Derk Voskuil die de ramp overleefde, was daarbij aanwezig en eveneens een vertegenwoordiger van het gemeentebestuur van Sheboygan en iemand van de krant.

De laatste avond waren we te gast bij Al en Lois Hoftiezer.

29-sheboygan-falls

De laatste avond waren we te gast bij Al en Lois Hoftiezer. Er waren ruim 100 mensen in hun huis aan het strand van de Lake Michigan. Een huis met vele kamers, waar iedereen zo maar mocht rondlopen en gaan zitten. Alleen downstairs was een deur waarop stond ‘niet binnengaan’. Later bleek dat de grote huis- en erfhond, welke rustig tussen de gasten doorliep, daar zijn kamer had. Het was een echt Amerikaanse happening, iedereen, behalve onze groep had iets te eten en te drinken meegenomen.

30-sheboygan-fallsOmdat het prachtig weer was en de avond lang, is alles opgegaan. Niet alleen wij hebben hiervan genoten, ook zij die ons hadden genodigd. Aan het eind van de happening bleek dat iedereen ook in huis nog ruimte genoeg had. Overal zaten of stonden groepjes, het huis leek niet eens vol. Hoewel Amerika meer van dit soort huizen kent, was dit huis voor een gewone (rijke) burger toch wel iets heel bijzonders.

31-sheboygan-fallsDan komt de tijd van gaan en reizen we weer terug naar Michigan. Bij Chicago maken we een stop. Wanneer we uit de bus stappen, merken we pas hoe heet het is, 92 graden Fahrenheit. Een rekensommetje leert dat het bijna 33 graden Celsius is (92 -/- 32 x 5 : 9 = 33). Later zal blijken dat het in Nederland in die tijd maar 16 graden C is en bijna alle dagen regen.

Op vrijdag 14 juni mocht ik, met nog een paar anderen van de groep met Prof. Herbert Brinks mee naar het archief in Grand Rapids om wat onderzoek te doen in het immigrantenarchief. Het duidelijkst gerangschikt is de tijd tot ca. 1850, wat goed te verklaren is omdat daar het meeste onderzoek naar gedaan is. Over de periode na 1875 kost het veel meer tijd en moeite, omdat men toen al veel gezinnen naar een andere staten zijn getrokken.

32-Sheboygan-kust-Lake-MichiganOp zondag 16 juni zijn we weer In Holland Michigan gaan we nog even naar onze vertrouwd geworden winkel, de grote winkel van Meyer. Het maakt niet uit wanneer je naar de winkel wilt gaan, die is altijd open, dag en nacht, alle 7 dagen van de week en alle 24 uren van een dag. Er is echter één uitzondering, je kunt niet altijd alles kopen. Op zondagen ligt alle bier aan de ketting en mag de winkel niet uit. We rijden daarna door naar Grand Rapids. We verblijven de eerstkomende nachten in de dormitories van de studenten van het Calvin College. Het onderkomen van de studenten is duidelijk minder luxe dan een hotelkamer in Amerika, en voor ons dus tijdens ons verblijf hier ook. Opnieuw probeer ik in gesprek te komen met van oorsprong Hoogeveense families. Dit gelukt maar ten dele. Tussendoor kreeg ik Jentje Zomer aan de lijn, zij heeft een baan bij Calvin College. Haar ouders zijn Freek Zomer en Margje van der Sleen, die vanuit Hollandscheveld naar Amerika zijn gegaan. Zij wonen en de staat Pennsylvania.

33-Wassenaar-Nick-zoon-van-Dick-Wassenaar-en-zijn-vrouw-WinnieIn het telefoonboek staan ook enkele namen Wassenaar, een daarvan is Nick. Hij blijkt een stiefzoon te zijn van Hendrikje Oelen, de dochter van Jan Oelen. Zij trouwde met de weduwnaar Dick Wassenaar, deze had twee zoons. Een daarvan is Nick, hij is 82 jaar oud en haalt ons op voor een trip door Grand Rapids langs de huizen waar de Oelens hebben gewoond en een visite bij hun thuis. Hij en zijn vrouw zijn geboren in Amerika en spreken en verstaan geen Nederlands. Mijn vrouw en ik hebben een plezierige avond gehad met hen samen. De (getypte) brieven door stiefmoeder Hendrikje Oelen en haar familie geschreven aan de familie in Nederland, worden als een kostbaar bezit in ontvangst genomen. Onze
34-Hendrikje-Oelen-en-haar-man-Dick-Wassenaarkleinkinderen kunnen wel Nederlands lezen meent grootvader en ze vertalen de brieven graag voor ons. Het is al laat wanneer ze ons weer bij het Calvin College terugbrengen.

De volgende dag mocht ik, met nog een paar mensen van de groep, met Prof. Herbert Brinks mee, om in het archief van Grand Rapids iets op te zoeken. Jammer genoeg was de tijd te kort om echt iets na te speuren. Het duidelijkst gerangschikt is de tijd rond 1847, wat goed te verklaren is omdat daar het meeste onderzoek naar is gedaan. Over de periode na 1875 is in dit archief veel minder bekend.

inthefootstepsOp 17 juni nemen wij afscheid van de ‘Footsteppers’. Oom Harm Fieten, hij woont in Justice bij Chicago, haalt ons op uit Grand Rapids. Uitgebreid wordt de tijd genomen om foto’s te maken. Chauffeur Steve Joling is volgehangen met fototoestellen en maakt voor ieder een foto.

Langs een andere route gaan we weer in zuidelijke richting en komen tegen de avond in Justice. De dagen die we daar zijn, zijn we weer meestal onderweg en zien veel van Amerika en ontmoeten erg veel mensen. Soms zien we een beeld wat we herkennen uit een film. Zo zagen wij een grote groep Zuid Amerikanen, met grote hoeden op aan het werk op het land. Dit zijn groepen Mexicanen, die rondtrekken en overal waar om arbeiders wordt gevraagd, stellen ze zich beschikbaar. Ze wonen sober in Mobil Homes en trekken zo nodig door heel Amerika en zelfs Canada.
Steeds weer verbazen wij ons over het rijgedrag van de Amerikanen in hun grote carren. Zonder probleem wordt de kolos steeds tot stilstand gebracht wanneer voor een wegkruising het bord STOP ALL WAYS of STOP AHEAD of STOP staat. Ook bij de gewone en gelijkwaardige wegen wordt altijd gestopt. Feilloos werkt het systeem, degene die het eerst op de kruising stopt, mag het eerst oprijden. Oom Harm zegt, achter elke boom of bult kan wel een policeman verscholen staan en een bekeuring is niet mals en kun je hier niet met een acceptgirokaart afdoen. Bij een bekeuring moet men altijd naar de rechtbank en wel in de state waarin de overtreding is begaan. Dat kost veel tijd en veel geld en bovendien, ze nemen heel snel het rijbewijs af. Het is haast ondenkbaar dat men in Amerika zonder auto zou kunnen leven. Voor het dagelijks leven in Amerika is het afleggen van veel miles per auto erg belangrijk. De temperatuur is alle dagen hoog, te heet, maar zo waar, we wennen er aan. Tussendoor doen we allerlei klusjes, doen boodschappen en gaan een paar keer naar een garagesale en een fleamarkt. Door de lange droge periode is de grond bikkelhard geworden en doordat we veel bij de weg zijn gaan de bloemen dood in de tuin. Bij het grasmaaien spaar ik op verzoek van de familie, de wilde viooltjes die wel de droogte kunnen weerstaan.

36-Dutch-Settlement562Op 27 juni pakken we de koffers en reizen door de states Indiana en Ohio, aan de zuidzijde van de Lake Erie langs, door de states Pennsylvania en New York naar de Niagara Falls. Oom Harm en tante Gien vinden dat ze nog een paar vakantiedagen tegoed hebben en ze brengen ons naar Toronto vanwaar we weer met het vliegtuig naar Nederland gaan. We betalen samen alle kosten van vervoer en overnachten. Bij Norwalk in Ohio overnachten wij de eerste keer. Het is in tegenstelling met het gebied waar we eerder langs kwamen erg vruchtbare grond zo te zien. Niet ver van ons Motel is een boer aan het combinen van zijn tarwe. De sojabonen staan al in bloei en de mais is hier al 2 meter hoog en veel hoger en beter dan we tot nu toe gezien hebben. De farmer had best even tijd om een praatje te maken. Het bleek dat hij en zijn vrouw beide uit 37-Amish-Restaurant-Barn-historicEuropa stamden, zij uit Emmelkamp en zijn familie kwam 150 jaar geleden uit de provincie Groningen, zijn naam was heel bijzonder en uniek, Smit. De families voelen zich op en top Amerikaan en denken niet na over waar ooit hun familie vandaan is gekomen. Voor zover er ooit in de familie over werd gesproken, kunnen zij zich herinneren dat men vanuit de state New Jersey is komen wonen in de state New York. Toen wij ‘s morgens in een restaurant ons breakfast hadden, werden we aangesproken door een meneer in het Nederlands. Hij bleek een boomkweker te zijn in het midden van ons eigen Nederland. 38-Eten-in-een-Amish-RestaurantMeneer Willemsen, hij klaagde over de zware sociale lasten in Nederland. Het kwam over mij heen als een koude douche en ik realiseerde mij meteen, dat ik weer op weg was naar mijn werk. Mijn broodheer, de Agrarische Sociale Fondsen, waren maar al te goed bij hem bekend en warempel ontstond er bijna een discussie over de verzekeringsplicht van gelegenheidswerkers en vakantiewerkers. Die meneer was trouwens best aardig.

39-Special-parking-for-Amish-horse-and-buggyDie dag zien we enorm veel druivenvelden met soms afgewisseld, bergen en bossen, echter nauwelijks granen, bonen of maïs. Wanneer we met de mensen praten, blijkt wel dat ook in Amerika erg verschillende taalaccenten zijn. Het lijkt erop dat bijvoorbeeld in de state Michigan, de Nederlanders invloed hebben gehad op de taal en in Pennsylvania de Duitsers. Toch is het voor ons een beetje vreemd dat we zulke grote afstanden kunnen afleggen en steeds dezelfde taal kunnen gebruiken in de alle 50 staten van de USA. Elke state is bovendien minstens 3 keer zo groot als ons kleine Nederlandje. Als we op zoek gaan naar onderdak voor de nacht, vinden we in Silver Creek alleen de luxe Hotels en 43-Black-Creek-Kitchener-WaterlooMotels met alles erop en eraan. Wanneer wij wat van de grote weg afraken blijkt dat het zoeken naar een Motel niet gemakkelijk is. We rijden dan dieper de state New York in, door een gebied wat wel lijkt op een prairie en in de huizen die er staan wonen zo te zien Indianen. Het land wat in gebruik is, ziet er slecht verzorgd uit en de gewassen die erop staan, zijn schraal. Dan opeens is de natuur weer anders en zien we weer meer bedrijvigheid en zien we weer bedrijven en winkels en gelukkig een Motel. De dag daarop doen we het rustiger aan en verkennen uitsluitend de omgeving. Op zondagmorgen 30 juni is het dan zover en gaan we vroeg uit de veren en op weg voor het laatste stuk naar 41-Dutch-Settlement577Toronto, waar we om 20 minuten over 5 zullen starten voor de luchtreis. Het was de 29e al minder warm geweest en het is na ruim 4 weken een opluchting dat het regent. Wel heeft dit als gevolg dat we van de Falls niet zo kunnen genieten als in 1988. Toen waren we daar aan het eind van de dag en met de zon laag aan de horizon. Toen hebben we beelden in ons opgenomen van de Falls van Niagara die ons voor altijd bij zullen blijven.

Het laatste deel van de state New York en ook het gebied over de grens tot Toronto, is erg vol van allerlei bedrijven en veel gericht op toerisme. Echter ook de landbouw floreert hier bijzonder goed zo te zien. Onze 40-Amish-people-1991vliegreis terug was weer met een volle bak. Jammer was dat we nu niet meer kregen dan waarvoor we betaald hadden. We zaten dan ook veel minder royal dan op de heenreis. Bovendien waren we nog maar goed en wel in de lucht of het was al avond en donker. Toen wij om 5 uur namiddag de lucht in gingen was het in Nederland al 11 uur en bijna nacht. Toen we vertrokken van Schiphol maakten we een zeer lange dag. Nu we naar huis terug gaan, beleven we een erg korte nacht.
Al met al we hadden een reis om nooit te vergeten en om nog eens over te doen.