In 1992 maakten wij ook onze derde reis door Noord Amerika

In 1991-1992 heb ik nog weer eens het boek ‘Landverhuizers’ van Risseeuw gelezen. Dit is een trilogie, van de drie oorspronkelijk boeken: ‘Vrijheid en Brood’, ‘De Huilende wildernis’ en ‘Ik worstel en Ontkom’ over de emigratie in de 19de eeuw.

Ik had wel eens horen vertellen en gelezen over de bootreis over de oceaan en de reis over land, van de emigranten die in de jaren 1950-1960 naar Canada zijn geëmigreerd. Toch was dat nog redelijk in vergelijking met wat de landverhuizers van honderd jaar daarvoor en nog tientallen jaren daarna hebben meegemaakt. Dat was erg, maar ook daaruit blijkt dat het leven in Europa in die tijd ontzettend zwaar was.

Bij het lezen van de bewaard gebleven brieven gaat het over de ontberingen tijdens de reis over land en over de meren en rivieren. Wat mij ook erg duidelijk is geworden, in Nederland was het leven in die tijd een hel voor de minder gegoeden. Velen, vooral de arbeidersgezinnen leefden in armoede. Men kon met werken voor een baas niet of nauwelijks genoeg verdienen voor een gezin om in leven te blijven. Wanneer men toen ziek werd of jou overkwam een of ander mankement aan handen of voeten, dan zat er voor korte tijd niet anders op dan bedelen. Vaak moest men het dan na een erbarmelijk leven uiteindelijk toch opgeven. Men had geluk als men een goede baas had getroffen en die baas liet je ook in een slechte tijd, zolang maar mogelijk was werken. Als er voor ieder geen werk was te doen bleef de situatie zoals die was en was het slecht leven.

De meer welvarende mensen keken neer op hen die het minder goed hadden getroffen en deden niets of nauwelijks iets om daar verandering in te brengen. Het was immers gewoon zo. Pas aan het eind van de 19de eeuw en begin 20ste eeuw werd getracht daar wat aan te doen.

Velen zagen het dan ook als een noodsprong om ook te gaan emigreren. Men had weinig te verliezen en wanneer men geld had om de overtocht te betalen, dan ging men het onbekende tegemoet in de hoop op een beter leven. Toch zijn er ook wel boerenfamilies naar Amerika gegaan. Die gingen echter niet naar Michigan of Wisconsin om bossen te ontginnen, zij trokken meestal naar Iowa, naar Orange City, Doon of naar Pella en omgeving. Uit reisverhalen blijkt wel dat de Nederlanders overal terechtkwamen, soms per toeval, door de omstandigheden. Maar ook wel omdat men economische gezien beter maar kon afhaken van de van groep. Dominee van Raalte had als doel alles bij elkaar te houden, maar door tegenslagen en ziekten is dit heel moeilijk geweest.

Vaak wordt verteld en geschreven dat vanaf eind 1846 veel mensen om geloofsredenen naar Amerika zijn gegaan. Geleidelijk aan is mij nu wel duidelijk geworden dat de sterkste reden om naar Amerika te gaan was, de verschrikkelijke armoede in ons land en ook in grote delen van Europa trouwens. Bij duizenden trokken Duitsers toen dwars door Nederland op weg naar Amsterdam, Rotterdam of Antwerpen. Ze vertelden langs de weg en op hun weg naar de kust, overal de verhalen over het nieuwe land AMERIKA. Daar waren geen verschillen in rangen en standen zoals in Europa. Ze zagen in Amerika het beloofde land en zagen het ook als de oplossing van de armoede in Europa. Natuurlijk had dit effect op de Nederlanders en zo gingen velen ook naar Amerika.

Een bijkomende zaak was dat er enkele dominees in de Nederlandse Kerk protesteerden tegen onder andere het in stand houden van de armoede en de standsverschillen in kerk en maatschappij.

Al in 1834 was het aanleiding tot het afzetten van predikanten uit hun werk door de Overheid. Zij schikten zich hierin echter niet en scheidden zich af van deze Staatskerk van de Overheid. De Afgescheidenen Kerk was hiermee dus ontstaan. De betrokken predikanten werden tientallen malen gevangen genomen en mishandeld. Ze bleven zich echter inzetten voor de mindere man en zo kregen ze veel aanhang van arbeiders en ouderen, de armen. Zo kwam er langzaamaan een einde aan de tijd dat alleen maar rijken de dienst uitmaakten in Staat en Kerk. De dominees de Kok, van Raalte, Scholte, van der Meulen en Ypma kwamen op de gedachte om in het toen zo genoemde Nederlands Oost-Indië een Kolonie te stichten voor de Afgescheidenen en hiermee niet alleen hun ideaal te bereiken van een Nieuwe Kerk maar tevens een beter bestaan. Het bleek al snel dat dit onmogelijk was.

Alle aandacht werd dan ook volledig op Amerika gevestigd en zo kreeg de Landverhuizing naar Amerika voor Nederland en de Graafschap Bentheim (Duitsland) al gauw een godsdienstig karakter en bij duizenden vertrokken ze daarna, georganiseerd door de afgescheiden dominees naar Amerika.

Dominee van Raalte had eerst brieven geschreven naar de al in veel vroeger tijd door Nederlanders in Amerika gestichte Reformed Church en de later daarvan afgesplitste Christian Reformed Church. Ds. H.P.Scholte was zelf niet een arme dominee en kreeg een groot aantal ook niet arme boeren mee, welke zich in Iowa vestigden en daar de stad Pella stichtten.
De dominees van der Meulen en van Raalte bleven in Michigan en een andere groep onder leiding van Sleyster vestigde zich bij Milwaukee in Wisconsin. Dit ondanks dat men als ideaal had allemaal bij elkaar te blijven. Het was dus als met de toren van Babel, ze gingen ook daar al gauw ruzie maken en uit elkaar. Los van de Afgescheidenen zijn er dus een veelheid van Nederlanders naar Amerika gegaan.
Ook na 1880 gingen er nog zeer velen naar het, voor hun land van belofte en dan gaan ook veel Hoogeveners emigreren. Ook van hen was het merendeel Gereformeerd en Hervormd.

In het bevolkingsregister zijn de meeste emigranten in de 19de eeuw, ook diegene die met van Raalte meegingen, uitgeschreven met als reden, “zucht naar meer fortuin” of “geen bestaan hier” een enkele keer staat erbij “verdrukking wegens geloof”, maar ook een enkele keer “op zoek naar avontuur”.

Ik heb via een kennis die bij de Rijks Universiteit Groningen werkt de twee boeken mogen lenen van Prof Swieringa waar de namen in staan vermeld van allen die in de periode 1820 en 1880 naar Amerika gingen. Het aantal Nederlanders is niet vermeld. Beide boeken bevatten in totaal 1223 bladzijden met op elke pagina ongeveer 50 namen. Het waren er heeel veel dus.

Uit Hoogeveen vertrokken in 1848 maar 3 gezinnen. Daarna zijn er niet veel Hoogeveners meer gegaan denk ik. Wel na 1880 en dat is nu juist de periode welke mij interesseert.

Zo heb ik niet alleen de emigranten uit Drenthe opgezocht. We zijn ook naar Emmelkamp geweest om wat gegevens te verzamelen van families die vandaar naar Hoogeveen, Zuidwolde, Avereest en Staphorst kwamen en vervolgens naar Amerika gingen.

In 1992 maakten wij onze derde reis door Noord Amerika

01-Canada-en-noord-en-zuid-AmerikaNa enige moeite staan we dan toch voor de slurf op wielen. We lopen door de slurf en even later staand of lopend op een soort liggende roltrap tot we uiteindelijk bij de douane belanden. We staan in 4 brede en lange rijen te wachten tot we allemaal toestemming krijgen om door te lopen. Het lijkt erop dat wie al eerder in Canada was, sneller door mocht gaan dan de nieuwelingen. De transportband waarlangs onze bagage uit het vliegtuig moet komen is volledig op tilt. De koffers van de reizigers die door de douane zijn, zijn er nog niet, maar wel die van de mensen welke nog in de rij voor de douane staan te wachten. Het lijkt op Japannertjes pesten. Of we misschien met de KLM of Canadian Airways sneller hadden gekund, is echter niet te zeggen.

02-Johannes-en-Margje-Hooier-CanadaOp de foto Johannes en Margje Hooijer van Zuidwolde, Annie Everts-Fieten en Geertje Jonkman-Zijlstra dochter van Bouwe Zijlstra uit Hollandscheveld.

Wanneer dan eindelijk alles en iedereen in de vertrekhal is, komt Steve Joling met de Calvin College bus voorrijden en begroet ons alsof wij oude bekenden zijn. Ook is daar Albert Santing, een oude bekende van Johannes en Margje Hooijer van Zuidwolde, om hen op te halen voor familiebezoek in de stad.

Wij gaan snel naar het Relax Plaza Hotel om onze kamer te verkennen en de koffers te droppen en dan gaan we naar het centrum van de wereldstad Toronto. Toronto is een zakenstad van betekenis en heeft grote maar toch prachtige gebouwen door de aparte architectuur. We brengen een bezoek aan het grootste winkelcentrum ter wereld. Het is waarschijnlijk voor kenners en liefhebbers echt iets leuks. Maar aan alles komt een end, voor de een te vroeg en voor de ander had het nog korter gemogen. Inmiddels is er nog een enkeling met Nederlandse tijd op het horloge en heeft het dus al 4 uur in de morgen van 30 mei. De meesten hebben de tijd teruggezet naar 10 uur gisteren en hebben het nog steeds 29 mei.

Het is lang donker de volgende morgen, het is half 6 en nog donker, terwijl het om die tijd in Nederland al behoorlijk licht is. We moeten om 7 uur al in het restaurant zijn om ons breakfast te hebben, omdat we om 8 uur klaar moeten zijn. Johannes en Margje Hooyer hebben deze nacht wel in het hotel geslapen, maar ze worden ook weer opgehaald. Nu gaan ze met Albert Santing mee en reizen al voor ons uit naar Sarnia, waar wij ook een paar nachten zullen slapen. Albert logeerde afgelopen nacht bij zijn dochter en nu gaat ook moeder Santing, 94 jaar, mee naar de boerderij in de buurt van Windsor. Albert Santing was 5 jaar oud toen hij met zijn ouders emigreerde naar Canada. Johannes Hooijer heeft vroeger nog gewerkt in het aardapellenstoombedrijf van vader Jan Santing. Albert Santing spreekt nog goed de streektaal welke hij ooit in Kerkenveld van zijn moeder heeft geleerd, behalve zo nu en dan een stopwoord er tussendoor. Het zal een lange dag worden omdat we op onze reis naar Sarnia, ook weer een bezoek gaan brengen aan Black Creek Pioneers Village. Het is de tweede keer dat we hier zijn, maar ook deze keer komen we tijd tekort.

Hier is te zien hoe de emigranten uit onder andere Nederland, leefden en werkten om de kost te verdien zo’n 200 jaar geleden. Ook heel veel is er te zien van wat latere datum. In gebouwen uit grootvaders tijd en soms uit de tijd van diens grootouders, zijn allerlei beroepen en ambachten uitgebeeld en duizend-en-een voorwerpen uit vervlogen tijden te zien. Telkens is er iemand aanwezig die veel over vroeger kan vertellen. Net als bij ons, zijn het meestal vrijwilligers en hebben ze vroeger nog gewerkt in een soortgelijke functie. Ik kan het niet laten om te vragen uit welk land de voorouders zijn geëmigreerd naar hier. Vaak heeft men Europese voorouders en niet weinige komen uit Nederland, soms kwam men vanuit de noordelijke staten van Amerika naar hier. De onderwerpen in het ‘museum’ worden per jaar gewisseld. Dit jaar staan hier veel voorwerpen welke meer dan 100 jaar geleden vanuit Nederland meegenomen moeten zijn. Daarna gaan we naar Elmira en St. Jacob waar de Mennonites wonen.

03-Boston-in-AmerikaInmiddels is het gaan regenen en zien we maar zelden meer een van de wagentjes van de Mennonites rijden. Het gaat steeds heviger regenen en het water stroomt uit de lucht en we maken een kort maar zeer hevig onweer mee. Van het bezoek aan het stadscentrum komt weinig terecht. Al rijdend door Canada merkt ieder de overwegend Engelse invloed op. Hoewel later ook veel Nederlanders naar Canada zijn getrokken, zien we hier geen Nederlandse plaatsnamen. Duidelijk zien we de Engelse invloed in de namen van de plaatsen, London, Woodstock, Stratford en Shakespeare, enz. Windwijzers geven alleen maar de windrichting aan.

04-Windwijzer-koe-bij-boerderijIn Sarnia worden we in ‘The Best Western Hotel’ verwelkomd door mevrouw de Jong. Zij is 77 jaar oud en lid van de vereniging ‘Youth from Yesterday’. Zij kwam hier in 1950 wonen met haar man uit de buurt van Heerenveen, Zoals wel vaker, zij gingen weg omdat het leven weinig toekomst bood in het overvolle Nederland, maar ook in Canada was het aanvankelijk niet allemaal rozengeur en maneschijn. Geleidelijk aan ging het beter en thans hebben de kinderen en kleinkinderen een goed bestaan opgebouwd. Het zijn helemaal Canadezen geworden. Ook is daar Heikamp, 80 jaar oud en ook hij behoort bij de Youth from Yesterday. Dit is een vereniging van emigranten die zich lang geleden in Canada vestigden. Hun kinderen zijn vaak nog wel lid van deze vereniging, maar die in Canada zijn geboren, al steeds minder en de vrees bestaat dat de kleinkinderen zich nauwelijks meer bewust zijn van hun Nederlandse afkomst. Die voelen zich helemaal Canadezen en voelen geen emoties meer uit de tijd van de emigratie.

Wanneer we die avond onze warme hap binnen hebben, is het al niet zo vroeg meer. We vermaken ons die avond met klaverjassen en andere spelletjes. In het hotel zijn gasten uit Spanje. Ze komen bij ons aan de tafel zitten. Ook zij spelen een kaartspel. Omdat ook zij de Engelse taal spreken, leren wij elkaar de spelregels en vertellen elkaar wat we zoal doen in Canada.

Op zondagmorgen 31 mei, ik ben wakker om 4 uur. Het regent opnieuw pijpestelen en we hebben inmiddels meer regen gehad dan op alle dagen welke we eerder aan deze kant van de oceaan waren. Wat ik in Nederland nog nooit gedaan heb, ik heb om 6 uur in de morgen de TV al aan. Door het tijdsverschil tussen de verschillende staten van Amerika is er van alles op. Om 7 uur is zomaar opeens onze Dries van Agt in beeld, hij is ambassadeur in Washington DC. Het gaat over zijn werk als ambassadeur en activiteiten voor de kerk. Zijn gesprekspartner is ook een kerkelijk vertegenwoordiger. Dries geeft de antwoorden op zijn eigenwijze manier. Hij stelt zich echt op als vertegenwoordiger van ons land. Meermalen stelt hij zaken aan de orde en van Agt blijkt een goeie promotor van ons land. Ons ontbijt die morgen is erg luxe en bestaat niet echt uit brood zoals wij thuis gewend zijn. Het zijn meest muffons (koekies) en zulks wat. De weinige sneetjes brood die er zijn, soms zijn er drie handen tegelijk op weg naar toe. Als warme broodjes zijn ze weg en de muffons blijven in grote getale troosteloos achter.

In de kerk gaat Steve Joling voorin zitten bij Mister Heikamp. Mijn vrouw en ik zijn links voorin gaan zitten op de 2e bank van voren. De rest van de groep is in het middenvak achterin gaan zitten. De kerkgangers weten dat er Nederlanders in de dienst zijn en kijken naar de gezichten van de onbekenden. Ik probeer een praatje met mijn linkerbuurman, de heer Overgauw, een familie uit het Westland. Hij vertelt direct dat hij geen Nederlands meer kan spreken, maar wel verstaan. Wanneer ik vertel dat wij uit Hoogeveen komen, keren de mensen die voor ons zitten zich om en vertellen dat ze vroeger aan het Langerak bij Nieuwlande woonden. De mevrouw is een dochter van evangelist Jacob Snoek, getrouwd met Reckman. Voor de dienst begint, geven de gemeenteleden elkaar de hand, wij krijgen wel erg veel handen te drukken.

In het zijvak links voor ons, zit een mevrouw met iets bekends in haar gezicht. Ik zeg meteen, als straks blijkt dat die mevrouw uit Hollandscheveld komt, verbaast mij dat niet. Onze chauffeur Steve Joling heeft tijdens de vorige reis al laten horen dat hij goed kan zingen. Hij is lid geweest van het Choir van Calvin College en zong ook wel solo. In deze dienst mag hij een paar keer solo zingen, geweldig mooi was dat. Tijdens de dienst vraagt dominee de Jager of de gasten even willen gaan staan. Na de dienst komen we aan de praat met de mevrouw van de bandrecorder, die voor ons in de bank zat. Zij had mij horen zeggen dat wij uit Hollandscheveld kwamen. Ze vroeg of Kerkenveld in de buurt van Hollandscheveld was. Haar moeder woonde vroeger in Kerkenveld vertelde ze ons. Zij wijst naar haar moeder, mevrouw Geertje Jonkman, vroeger uit Kerkenveld. We zagen meteen dat het de mevrouw was met het bekende gezicht. Geertje Jonkman, blijkt een dochter te zijn van Bouwe Zijlstra, die vroeger aan het Zuideropgaande en de Riegshoogtendijk in Hollandscheveld heeft gewoond, later aan de Coevorderstraatweg bij de Kromme Jakken.

We gaan die middag eten in een tehuis voor oudere mensen. Na het eten brengt Heikamp ons, zoals afgesproken naar de familie Reckman-Snoek van het Langerak. De heer Reckman vertelde dat hij als verliefde jongeman, vanaf het station in Hoogeveen, lopend langs de noordkant van de Hoogeveense Vaart naar het Langerak ging. De familie Snoek woonde aan Langerak recht tegenover de weg naar Nieuwlande. Hij is geboren in de buurt van Haarlem. Hij kan zich bijna net zoveel details voor de geest halen van de 10 km lange route Hoogeveen-Langerak, als van Haarlem. Hij heeft zijn vrouw leren kennen toen zij als verpleegster in Haarlem werkte. Hij was in Nederland antiekhandelaar en wilde in Canada zijn 05-Minie-Snoek---Trijntje-Zijlstra---Annie-Fietengeluk proberen. Omdat de Canadese regering echter geen toestemming wil verlenen om antiek in te voeren vanuit andere landen, is het nog niet tot grote bloei gekomen. Hun kinderen zijn echter al helemaal Canadezen geworden en denken er niet over om naar Nederland terug te gaan.

Op foto Tine (Trijntje) Wallice-Zijlstra en Minie Reckman-Snoek en Annie Everts-Fieten

Inmiddels zijn ook de kinderen en kleinkinderen aangekomen even later wordt met de grootste spoed ook Jantina Wallice-Zijlstra uitgenodigd. Tine Zijlstra, ook een dochter van Bouwe Zijlstra, was tijdens de Tweede Wereldoorlog, verpleegster in het ziekenhuis Bethesda van Hoogeveen. Zij ging in 1949 met haar man naar Canada. Over de bezettingstijd en het verzet tijdens de oorlogsjaren, kan zij boeiend vertellen. Ze zegt, in de Hoogeveensche Courant heeft gestaan dat het ziekenhuis Bethesda in de Tweede Wereldoorlog een centrum van verzet was. Daar klopt niks van zegt ze en ze bestrijdt dit ten stelligste. Dit had ook niet zo kunnen zijn, de Duitsers zouden het snel door hebben gehad. Er werd volgens haar alleen passief verzet gepleegd. Wel waren enkele van de verzetsmensen werkzaam in het ziekenhuis. Schrijver Anne de Vries, zegt Tine Zijlstra, heeft in zijn boek EEN REIS DOOR DE NACHT de geschiedenis goed weergegeven. Zijn verhaal is echt. Zij zelf is in het boek van Anne de Vries de verpleegster Trijntje en Jacob Snoek van Nieuwlande is Ome Jan.

ZIE OOK HET BOEK HOOGEVEEN 1940-1945

De middag is omgevlogen en we komen veel te laat voor ons diner in ons hotel. Voor we aan ons toetje toe zijn, zijn de dames Zijlstra en Snoek er al om verder te praten over de streek waar ze gewoond en geleefd hebben. Bij het afscheid ‘s avonds laat moeten we beloven om nog eens terug te komen. Al met al is het voor ons en voor sommige Canadezen een drukke dag geweest en vol emoties.