We gaan de St Clare River over naar de USA

De zon lacht ons op 1 juni stralend toe en wij zijn daar ook erg blij mee. Wij gaan via een lange en hoge brug over de St Claire River, naar de staat Michigan van de USA. Eerst komt een Amerikaan in de bus om te informeren wie we zijn en wat onze plannen zijn. Vervolgens mogen we allemaal een formulier invullen en daarna persoonlijk bij de 06-Eighty-Acres-USA-voorbladdouane binnen, om een stempel in ons paspoort te halen en een bewijs van toegang. Het ging behoorlijk vlugger dan een jaar eerder en rap rijden we daarna door het Amerikaanse land. Nu we hier voor de tweede keer rijden, valt het me nog meer op dat de begroeiing van het landschap schraal is. De exploitatie van de grond levert geen grote winsten op zo te zien. Er zijn weinig boerderijen, die er zijn lijken niet erg florissant. In Lansing Michigan bezoeken we het gouvernementsgebouw. Onder leiding van een gids krijgen we een rondleiding door het gebouw en wordt ons verteld over het gebruik ervan. Het gebouw heeft een functie in het geheel van het bestuur van de Verenigde Staten van Amerika.

07-Eighty-Acres-USA-achterbladWe rijden daarna naar Grand Rapids. De dormitors van de studenten op het Calvin College zijn nog hetzelfde als vorig jaar. Hier voegen ook Tine en Mar Drenth zich weer bij ons. Ze worden gebracht door Hattie Oostindie, getrouwd met een familielid van de dames Drenth. Op mijn vraag of Hattie Oostindie mogelijk een afstammeling is van de familie Oostindië die vanuit Hoogeveen in 1882 naar Amerika emigreerde, word ik niet veel wijzer. Omdat het die dag nogal laat is geworden, gelukt het niet meer om contact te krijgen met emigrantenkinderen vanuit de streek rond Hoogeveen. Wel heb ik hen kunnen vertellen dat we op 13 juni weer voor enkele dagen in hetzelfde motel zullen neerstrijken.

Oelen-Jan-Holland-MiVandaag, 2 juni ga ik met Jan Verdonk mee naar the Library van Grand Rapids en Holland. Ook op een reis door Amerika zijn er soms van die stomme kleine dingetjes welke veel tijd kosten. Jan Verdonk verliest zo maar ineens een hak van zijn schoen en komt tot de ontdekking dat de andere schoen ook al geen hak meer heeft. Wanneer een en ander weer is gerepareerd zijn we bijna een uur verder. Daarna moet hij nog even bij de bank zijn, om geld op te nemen. Hij komt tot zijn schrik tot de ontdekking dat hij niet de juiste papieren bij zich heeft om geld op te nemen.09-Hendrikje-Oelen-en-haar-man-Dick-Wassenaar Gelukkig voor hem en voor ons, komt net op dat moment de burgemeester van Zeeland aanrijden en parkeert zijn car naast die van ons. Samen gaan de beide mannen bij de bank binnen en komt Verdonk met money even later weer bij ons. Al met al heb ik toch nog het een en ander kunnen vinden van de uit Hollandscheveld afkomstige families Fik en Victorie. Wannneer wij in ons hotel terug zijn, zijn ook onze reisgenoten die een trip maakten naar the Lake Michigan, weer terug.

Die avond komen Nick Wassenaar en zijn vrouw Winnie ons weer ophalen. Wij en zij hebben weer enkele aangename uren, 34-Hendrikje-Oelen-en-haar-man-Dick-Wassenaardoor hun herinneringen over vroeger op te halen. Carl Dephouse, de kleinzoon van Albert Oelen een broer van Hendrikje Oelen is ziek en kan niet komen jammer genoeg. Hiermee ontdekt men dan meteen dat een paar dagen verblijven ergens in een land dat minstens 150 keer zo groot is als ons hele Nederland, wel heel erg kort is. Ook dit keer beloven we aan de Wassenaars, om zo mogelijk nog eens weer bij hen op bezoek te komen. Zij betreuren het evenzeer dat er nog maar zo weinig contacten zijn met verre familieleden in het land waar hun ouders en grootouders geleefd hebben. Al met al heeft ook iedereen van onze groep een fijne dag beleefd en heerst er een opgewekte stemming.

De volgende dag, 3 juni, blijkt het groot verschil met het klimaat in ons land. Opnieuw ervaren wij, dat hier na een regendag, het weer meteen om kan slaan. Het is opnieuw stralend weer en snel warm. Wij moeten weer erg wennen aan de airco’s welke in alle gebouwen en huizen weer hun best doen om koeling te brengen. De Amerikanen worden er niet koud of warm van en het lijkt wel of iedereen altijd zonder jas loopt.

We gaan vandaag een lange tocht maken naar Belgium Wisconsin. Mijn vrouw en ik doen de rit door Michigan al voor de zoveelste keer en tot Chicago zien wij weinig nieuws. In de buurt van de Sears Tower pauzeren we enkele uren. Met een deel van de groep bezoeken we het Mc Cormick museum, een van de vele en grote musea in Chicago. Gebruiksvoorwerpen van over de hele aarde, voor allerlei doeleinden zien we. Men kan wel stellen dat bijna niets ter wereld te bedenken is, dat hier niet staat of hangt. Ook prachtige, soms grote schilderijen, welke meer dan 100 jaar geleden zijn gemaakt van landschappen uit de tijd dat Amerika nog niet zo rijk was. Eigenlijk moeten we zeggen, toen Amerika nog rijk was. In een petit restaurant, met de allures van een zeer sjiek restaurant, lukt het ons ternauwernood om voor een redelijke prijs een kop witte bonensoep en een kop koffie te bemachtigen. Om half vier gaan we onze weg vervolgen door Chicago, in noordelijke richting. We proberen de stad uit te komen, maar dat lukt niet zo best en we doen er dan ook erg lang over. Het geeft ons wel de tijd om een goede indruk te krijgen van de grote wereldstad. Vandaag hebben we een uur meer tijd omdat we ons horloge weer een terug hebben moeten zetten. Iedereen is moe, maar in een opperbeste stemming en vol verwachting naar wat morgen zal komen. We gaan weer overnachten in hetzelfde motel als vorig jaar.

Op 4 juni zijn we al vroeg in de ontmoetingsruimte voor ons breakfast en bellen we even ‘collect call’ met de kinderen in Nederland waar het bijna alle dagen regent. Ons ontbijt bestaat weer uit zoete broodjes. Het weer is opnieuw zonnig en warm. Een emigranten(klein)dochter gaat de hele dag als gids met ons mee en laat ons zien hoe mooi dit deel van Wisconsin is. Veel emigrantenfamilies zijn hier in goede welstand geraakt. Geen wonder dat hier zo veel mensen vanuit ons Nederland naar toe zijn gegaan vroeger. ‘s Middags eten we in een restaurant, in een groot sportcentrum, waarbij ook een groot winkelcentrum is. Omdat winkelen niet mijn grootste hobby is, gaan Annie en ik een wandeling maken in een groot bos en park naast het centrum. We zijn niet verdwaald, maar toch was ik blij dat we op een gegeven moment het gebouwencomplex van niet zo’n grote afstand in het vizier kregen. Het werd ook hoogste tijd, want de lucht was inmiddels bijna zwart en heel onheilspellend geworden. Het onweerde al poosje en er vielen al veel en bijzonder grote waterdruppels uit de lucht. Nog maar net binnen, brak de bui echt los en duurde ruim een uur. Het was de eerste bui sinds lange tijd, zie men, het voorjaar was hier al te droog en sindsdien had het nauwelijks geregend.

Wanneer we die avond in ons hotel arriveren worden we opgewacht door twee echtparen die bij ons op bezoek komen. Toen we hier vorig jaar waren, haalden deze mensen ons en enkele anderen op een avond op en kregen we een diner aangeboden bij hun thuis. Het was een heerlijke avond toen. Ze hadden gehoord dat wij ook weer bij het gezelschap waren en kwamen speciaal voor ons naar het hotel. Wij voelden ons eigenlijk nogal verlegen, omdat wij tegen onze beloften in, niets weer van ons lieten horen. Evenals een jaar eerder wordt gelachen om mijn uitspraak van het Amerikaans Engels. Maar hoe het ook zij, men verstaat wat ik wil zeggen en bedoel, en ik versta (meestal) wat men aan mij wil zeggen. We vermaken ons prima en communiceren ontspannen met elkaar. Claus Benjamins en Theo Corporaal van Albion Cursussen Engels in Hoogeveen zouden heel wat op- aanmerkingen gemaakt hebben over mijn zinsopbouw en uitspraak. Het is al laat wanneer onze bezoekers weggaan en wij nemen afscheid als heel goeie kennissen. Weer is een dag voorbij en tevreden zoekt iedereen zijn of haar kamer weer op voor de nacht.

De volgende dag is het 5 juni en we gaan in westelijke richting dieper Wisconsin in. Het landschap heeft veel bossen, zowel naaldbomen als loofbomen. Dan is het weer een tijd vlak boerenland en opeens weer bergachtig. We pauzeren in een klein plaatsje Alto. Hier vestigde zich een van de kinderen van ene Winterswijkse Loman uit Sheboygan Falls. Na een flitsende start en bloei in het begin, bleef het plaatsje te klein om vermeld te worden op de kaart van Wisconsin.

11-Dead-endOnze bus stond op een grote parkeerplaats voor auto’s bij een klein kerkje, geheel in Achterhoekse stijl. De weg liep nog een eindje door tot voorbij de kerk. Daar bleek een begraafplaats te zijn en aan het eind van de weg staat een bordje ‘doodlopende weg’.

Deze begraafplaats ligt bij de kerk. Op de grafmonumenten hier zijn namen vermeld van Achterhoekers en soms een Groninger of een Friese naam. Van latere tijd ook namen welke zo blijkt een meer Amerikaans klank hebben gekregen.

12-Berend-KoekoekBerend en Hattie (Hendrikje) Koekoek zouden best Hoogeveners geweest kunnen zijn. De dominee van de naastbij staande kerk kwam nieuwsgierig vragen wie de bezoekers waren en waarom er zoveel belangstelling was voor de dodenakker. Hij was zeer verrast dat we helemaal uit Nederland waren gekomen en vertelde ons van de geschiedenis van het dorp en de kerk.

In mei 2007 kreeg aanvulling van John Nauta dat Berend Koekoek en Hattie (Gerritje) Dekker in 1874 vanuit Ermelo, via Liverpool in Engeland naar Amerika zijn gegaan. Hij is geboren in Doornspijk en zij in Ermelo.

Daarna bereiken we het dorp Friesland in Wisconsin. In de Reformed Church worden we verwelkomd door meer dan 100 emigrantenkinderen, jong en oud. De naam van het dorp zegt het ook al, maar op een enkele dorpsbewoner na, stamt echt iedereen hier af van een emigrant uit Friesland in Nederland. Iedereen heeft van zijn thuis weer een kooksel of baksel meegebracht, in allerlei soorten en vormen. Genoeg voor een leger uitgehongerde soldaten. Het is alles even lekker, we eten veel te veel en het is niet onze schuld dat de helft over blijft. Omdat wij Nederlanders ver in de minderheid zijn, zitten wij stuk voor stuk aan tafel met zo’n 6 of 7 Amerikanen. Hier en daar werd dan ook driftig om hulp en bijstand gevraagd, om even een taalprobleem op te lossen. De Friezen onder ons konden hun hart ophalen, er waren Amerikanen bij die van hun ouders of grootouders nog Fries hadden geleerd. Veel mensen in Friesland Wisconsin wensen, ooit nog eens een bezoek te kunnen brengen aan het land waar vandaan hun familie, lang geleden voor een beter leven, de grote stap ondernam naar het onbekende.

Wanneer wij afscheid nemen zijn er oudere mensen die erg emotioneel zijn. Daarna leggen we nog ruim 400 km af om op de volgende pleisterplaats in het Best Western Hotel “Arrowhead” in Black River Falls aan te komen. Het hotel ligt niet ver van de High Way en wie niet slapen kan, hoort de hele nacht de gestage stroom van zware trucks. We maken een wandeling in het nabijgelegen park. Hoewel ook dicht bij de High Way, horen we de trucks bijna niet. Waarom hier begin juni al, miljoenen erg vervelende muggen rondzwermen, heeft niemand kunnen uitleggen. Het telefoonboek in het hotel vermeld een minimaal aantal niet Amerikaanse namen. Een enkele Duitse naam en zo waar één De vries. Stel dat er een Schonewille was vermeld of een Boertien, dan had ik meteen een probleem gehad. De volgende morgen moesten we immers al weer heel vroeg op. Voor we in Orange City Iowa zullen zijn, is het nog ruim 800 km driven.

Op 6 juni rijden we door het landschap van de state Minnesota en het is, dan weer bergachtig en dan opeens weer vrij vlak boerenland. Het is over het algemeen redelijk welvarend. Op vrij grote afstand van elkaar staan de boerderijen. Meteen herkenbaar om wat voor farm het gaat. Wat op de kaart niet zo te zien is, er zijn ook hier evenals in Wisconsin, veel meren. Minnesota is ook minstens 3 keer zo groot als Nederland, er wonen maar 4 miljoen mensen. De bevolking woont ver uit elkaar en er zijn weinig grote plaatsen. Hier en ook later in het gebied van de state Iowa waar we door rijden, liggen de maximum en minimum temperaturen wonderlijk dicht bij elkaar. Het wordt in de winter hier maar zelden kouder dan 10 graden C en in de zomer komt de temperatuur echter ook maar zelden boven de 15 graden C.

13-Een-van-de-zeer-vele-farms-in-IowaWe passeren de grens met Iowa. Het landschap in Iowa is vlak, dat wil zeggen geen bergen, wel heuvelachtig. Ook zijn er geen bossen. Alleen rondom de boerderijen zijn bomen geplant, ter bescherming tegen harde wind. Het is rond 6 uur als we Orange City naderen. We zien de watertoren, in elk dorp in Amerika is een watertoren, al in de verte. De oranje kleur van de watertoren is niet zo verwonderlijk. Oranjestad heeft zo een dubbele betekenis. Dat hier veel Nederlanders wonen is ook te zien aan het uiterlijk van veel huizen en gebouwen in de stad. Ook hier zien we weer veel Nederlandse namen op de pui van winkels en bedrijven. Het eerste wat ik weer doe als we in onze kamer in het hotel aankomen, is het telefoonboek bestuderen. Onder de S vind ik Kevin Schonewil. Een paar tellen later heb ik Mrs Schonewil aan de telefoon, Kevin is niet thuis maar hij zal beslist blij zij als hem verteld wordt dat iemand uit Nederland in Orange City is en naar hem op zoek. Hij komt pas laat thuis en ik mag de andere dag rond 13 uur opnieuw proberen. Ook Alvin Zomer is niet thuis, hij is truckchauffeur en komt pas laat thuis en moet dan eerst slapen.

Om 7 uur hebben we een picknick in het park, midden in het dorp. Dit is een happening en er komen veel mensen uit de stad op af. Het eten is typisch Amerikaans met veel mais, kip en gellie. Tot mijn spijt zijn er geen Hoogeveense namen bij. Een van de oudste huizen in de stad, gebouwd in 1890 is nu ingericht als museum. In de tuin van het museum krijgen we daarna koffie en gebak. Tussendoor mogen we in huis alles bekijken. Er staan ouderwetse meubels, uit alle windstreken van de Old Country, maar ook meubels vervaardigd in de begintijd in het nieuwe land. Wanneer we weer in het hotel zijn zoek ik weer namen op in het telefoonboek, naar Boertien, Moes, Kuiper, Paekel, Prins, Koster, Krikke, Otten. Het is zaterdagavond en er komen maar weinig gesprekken tot stand. Mrs Paekel weet niet waar de familie vandaan komt en komt pas zondag laat in de middag thuis.

De volgende dag is zondag 7 juni. We gaan ‘s morgens naar een dienst in de Reformed Church. Een prachtig gebouw met veel zitplaatsen en ook hier veel aparte zalen, groot en klein en ook een ruime ontmoetingsruimte. In de dienst is veel herkenbaar van de diensten in Nederland, ook zijn gemeenteleden, jong en oud, actief tijdens de dienst. Na de dienst is er weer koffiedrinken en het aantal gemeenteleden die gasten mee willen, nemen, is veel groter dan het aantal gasten. Omdat dit al te voorzien was, hebben velen niet alleen gasten uit Nederland uitgenodigd, maar ook gemeenteleden wie het niet is gelukt om gasten mee naar huis te krijgen. Mijn vrouw en ik gaan mee met de familie Ten Grotenhuis, een gepensioneerd farmer waar ook een echtpaar Faber is uitgenodigd. Om 3 uur worden we weer naar het hotel gebracht.