Hendrikje Oelen en Dick Wassenaar 29 Juni 1952 – 20 Augustus 1960

Grand Rapids, Michigan, 29 June 1952

Oelen-brieven-advies-Canada-BC-1952“Uw brief van de 8sten Mei heb ik den 23sten ontvangen en ik moet u mijn verontschuldiging aanbieden, brief schrijven wordt hoe langer hoe moeilijker werk. Dat komt door de ouderdom, men ziet er meer tegenop en men stelt het uit. Ook het weer heeft er schuld aan. Wij hebben een heet spel achter de rug, de thermometer stond tusschen 80 en 90 graden en soms nog hooger. En dan moet ik voorzichtig zijn, mijn arme hart kan niet tegen de hitte; dan moet ik buiten in de schaduw zijn en als er dan een koel briesje waait dan gaat het nogal. Vandaag was het een beetje koeler en de lucht dreigde met regen en onweer, we hoorden het rommelen, van de donder kwam niets meer; dan kwam de hitte terug met vernieuwde kracht. De dood heeft een scherpe slag toegebracht aan onze vriend A.Metselaar, hij stuurde mij een rouwbrief die ik natuurlijk dadelijk beantwoord heb. Maar sedert heeft hij mij een brief geschreven waarin hij mij alles mededeelde. Op kerkelijk gebied zijt gij druk in de weer zie ik. Dit is een goed teken. Een nieuwe kerk en een nieuwe dominé dat beteekent wat op Hollandscheveld. Wij hebben ook een nieuwe kerk. Onze oude kerk werd te klein. Als de groei van de gemeente aanhoudt dan komt de vraag op, wat te doen. De kerk vergrooten gaat niet meer, bovendien dan wordt de gemeente te groot om door één man bearbeid te worden. Goede raad is duur. Wat is de uwe? Wat zou het beste wezen in zulk geval? Een paar weken geleden kwam hier in Grand Rapids een huisgezin aan met 19 kinderen, dat helpt. De naam was Griffioen, misschien weet gij ervan. Uw koningin is in Grand Rapids geweest, maar niet lang, ik had geen gelegenheid er heen te gaan maar ik heb haar toch gehoord: haar speach in antwoord op die van Prof. Spoelhof kwam over de radio tot ons. Ook prins Bernhard sprak een paar woorden. Nu eindig ik. Moge ‘s Heeren zegen rusten op u en uw huis, moge Hij u het voorregt geven Hem te dienen in den nieuwe kerk, die gij bouwt, Mr en Mrs Wassenaar”.

Grand Rapids, Michigan 1957

“Waarde Neef en Nicht, ge zult allang een brief verwacht hebben en zeer terecht, maar het is moeilijk werk voor mij, want mijn oogen geven het op: ik kan niet veel meer zien maar ik wil het toch proberen. Uw zoon Harm in Canada heeft mij geschreven, dat is: zijn vrouw Fem schreef en ik heb geantwoord. Nu schrijven wij elkaar zo nu en dan. Het is voor mij moeilijk, toch wil ik aanhouden zoolang ik kan. Ik ben 86 nu en ik weet niet wanneer mijn ure zal slaan, maar we moeten werken zoolang het dag is heeft de Heiland zelf gezegd. Hoe gaat het op politiek gebied? The Antirevolutionaire Partij heeft niet veel meer te zeggen nu er zooveel duizenden verhuizen naar andere landen dunkt mij. Maar de Socialisten hebben niet zooveel kwaad gedaan als ik goed ben ingelicht. De Zuiderzee heeft u wat meer land gegeven. Dat helpt wat, maar uw overgrote bevolking neemt nog steeds toe. Wordt daar ook een geneesmiddel voor aangewezen. Hoe het hier in America en in Canada gaat leest gij wel in de Crants daar zeg ik maar niets van. En nu schei ik maar uit: het wordt te moeilijk, ik hoop dat ge ‘t lezen kunt, Mr. en Mrs. Wassenaar”.

De laatste brief uit Amerika is van 20 augustus 1960.

Hendrikje-Olen-laatste-brief-in-1960Het adres is dan: 145 East Hulton Street Grand Rapids Michigan. Geschreven door Hattie (Hendrikje Oelen). Het is een wat verwarde brief met veel herhalingen uit eerdere brieven en veel terugzien op wat voorbij is. Zij is al kort bij vijfentachtig jaar en is nog alleen over van het gezin en voelt zich wel eens eenzaam. Haar man is achtentachtig jaar. Zij schrijft: “Geachte family Arend Kikkert in Hollandscheveld. Ik zal eens zien of ik nog hollnds schrijven voor elkander kan krijgen, ik kan het wel spreken en lesen, maar spellen dat weet ik niet. Hilbert Oelen zijn vrouw heeft mij uw adres gestuurd, zij zeide dat uw vrouw is mijn nicht. Van mijn moederskant hoor ik nooit wat van. Mijn moeder is gestorven toen was mijn jongste broer nog maar tien maand oud, ik heb hem altijd opgepast, geen hulp gehad, ik was twaalf jaar en woonde op een farm, mijn oudste broer was goed twee jaar en die was veel ziek. Moeder heeft mij besteld om op de kleinen, vooral op Alert moest ik passen. Vader zou wel op Hilbert passen zij ze. Nu zijn ze beiden al weg ik ben maar alleen meer over en O zoo eenzaam somtijds. Vader, Moeder, Aaltje en Albert zijn al spoedig gestorven toen wij hier in Amerika gekomen zijn. De twee broers die nu gestorven zijn die zijn in Amerika geboren, nu ben ik nog maar alleen over, niets geen familie, net Hilbert van Seine Oelen en die is nu ook weg. Zijn vrouw woont nog in Iowa. Als u kunt vertel mij eens wat van mijn familie, van de Schonewilles en de Oelens. Ik hoor in het geheel niets meer. Ik weet niet of er nog van leven, ik weet niet of u mij wat vertellen kunt, Please.
Zijt gegroet van Hattie Oelen”