Brieven van Fake Oelen uit ‘s Hertogenbosch 9 Oktober 1881 – 11 Juni 1882

Brieven van Fake Oelen uit Hollandscheveld

Bij de brieven verzameling van de familie Oelen zijn ook enkele brieven geschreven door Fake Oelen aan zijn broer Hendrik Oelen in Hollandscheveld. Fake Oelen verbleef in het Hospitaal in ‘s Hertogen Bosch. Fake was de jongste zoon van Hilbert Oelen en Margrieta Faken.

‘s Hertogenbosch 9 oktober 1881

“Geliefde broeder en zuster: Maar nu ik wou nog wel wat geld hebben en nu weet ik niet meer van wie of ik dat hebben moet als gij het doen kunt stuurt mij dan wat over en dan wou ik ook wel dat gij mij mijn baaijen emtrok en mijn rooije zakdoek overstuurt. Zij hebben hier allemaal geld over laten stuuren. Kip ook al, maar toen heb ik er niet op gedagt dat ik die emtrok nog ad liggen en doet er dan maar een paar worsten bij in, dat hebben zij hier allemaal al tweemaal gehad uit het Hoogeveen. Nu zijt van mij gegroet Fake Oelen. Schrijft mij spoedig heem weer hoe of u het er bij hebt staan over al mede”.

‘s Hertogenbosch 10 november 1881

“Geliefde broeder en zuster Hendrik Oelen, ik laat u weten dat ik nog goed gezond ben en hoop van u hetzelfde, was het handers het zou mij tot smarte zijn. Maar ik kan het mij niet begrijpen hoe dat het is dat ik geen brief weer krijg van u omdat ik u ook geschreven heb dat gij verlof aan zout maken voor mij. Het schijnt dat gij niet best op mij te spreken zijt en mij dunkt daar hebt gij geen reden voor om kwaad te zijn op mij. Hoe of gij het gemaakt hebt of gij verlof aangevraagd hebt ja of neen maar als gij het gedaan hebt dat is wel goed maar ik mag tog niet komen voor jannuarij omdat ik nu nog leer voor korporaal. Daar komen hier nog korporaals te kort en nu was ik de eerste die gevraagd werd omdat ik nog al goed leren kon, maar als ik er nog maar door kom omdat ik niet veel rekenen kan want daar is het verleden keer ook al net om eengegaan, anders was ik het al geweest. Want de anderen die er toe geleerd hebben die zijn het al die hebben nu dat traktement al. Maar ik heb in deze maand ook al een goed traktemant gehad ik heb oppasser geweest van een kaptijn en toen had ik Zeevendalfe gulden per maand dus dat was ook wel goed, ik had drie gulden van hem maar ik had er nog zooveel vooitjes bij van handeren. Ik had er ook nog al eens een groot maijoor bij gehad en als ik die oppastte dan had ik 50 cents van hem maar nu wou ik tog maar liefer korporaal worden als ik kon en als ik dat ben dan kom ik over met verlof. Dan heb ik ook wat te zeggen wij hebben hier een korporaal, die wil ons graag alle dagen aan straf elpen en dat staat mij niet aan en dus als ik nu ook korporaal ben dan kan hij mij tog niet meer straffen en daarom doe ik ook nog al mee en dus ik hoop dat ik het maar worde en dan kom ik met verlof als korporaal met de strepen op de mouw. Nu schrijft mij nu eens of gij verlof aan gevraagt hebt ja of nee maar ik zou tog blijde zijn als ik met jannuarij kon komen met twee maanden verlof en al komt het nu van de minister af, ik krijg het tog niet eerder. Maar zij zeggen hier dat ik dat tog krijg. Nu schrijf spoedig eens weer hoe gij het daar bij hebt staan met de werkzaamheden en zoo met alles als het goed gaat met Domene, mij dunkt dat zal tog wel gaan nu schrijft mij spoedig heens weer. Zijt van mij gegroet Fake Oelen”.
‘s Hertogenbosch 28 april 1882

“Geliefde broeder en zuster Hendrik Oelen, ik heb u brief in gezondheid ontvangen en daaruit gezien dat gij ook allen goed gezond zijt en dat u kind ook weer zoo klaar is dat is een groot vooregt dunkt mij dat wij allen nog in gezondheid mogen delen want de Heere had ons ook wel ziek kunnen neder leggen, maar dat us nu Zijnne goedheid dat hij dat niet gedaan heeft en daar mogen wij hem wel dankbaar voor erkennen. Zoo veel als wij kunnen en daarenboven bidden dat hij ons de zonde vergeven mag. Want dan zijn wij gelukkig, ja nog gelukkiger dan de groote rijkdom hier op Haarde. Maar ik zou het ook vast een rijkdom achten als ik eens goed weer klaar was, het betert al wat dunkt mij maar ik ben nog lange niet weer klaar hoor, ik heb er den twintigsten 6 bloedzuigers op gehad en den twee en twintigsten weer 4 op gehad. Het is al wel of dat wat geholpen heeft maar het is tog nog niet veel, ik kan er nu weer haardig goed op lopen maar het been is ook zoo stijf en het is wat dikker als het andere, ik ben wel bang voor dat er wat in zal zitten dat er eerst uit moet eer dat ik weer klaar ben, maar ik ben er blijde van dat ik de gezontheid zoo goed behout en ik heb het hier goed van eeten en drinken want ik heb extra spijs en ik heb er ook al een vles melk bij gekregen dus gij kund wel begrijppen dat ik het hier goed heb, net zoo goed aast als te huis als ik maar goed weer klaar worde al moet ik dan mijn tijd hier ook in het Hospitaal uit diennen, dat kan mij niets schelen als ik maar goed weer genezen worde dat ik mijn werk dat ik aangevangen heb voort kan zetten als ik uit dienst kom. Ik droom er wel over dat ik weer bij mijn schipper ben. Zijt van mij gegroet Fake Oelen, Korporaal”.

‘s Hertogenbosch 11 juni 1882

“Geliefde broeder en zuster, ik heb gisteren u brief in gezondheid ontvangen en gezien dat gij allen nog goed gezond waar, dat mij tot blijdschap is nu ik ben ook nog goed gezond en dat is voor mij een groot voorregt dat ik altijd zoo goed gezond ben, want als ik er dat nog eens bij had, dat ik er ziek bij was en dat mij geen eten luste, wat zou het dan toch worden met mij, ik worde nu al zwak van in het bet blijven liggen en dan zou het nog veel erger wezen. Want ik mag er niet teveel op lopen zech de dokter, en nu doe ik dat ook niet. Want ik kan u nu eens schrijfen dat het wat betert, daar komt nu ook een eele boel drek uit, en mij dunkt tog dat dit een goed teken is, en hij wort ook dunder en de pijn wort ook minder, dus mijn hoop die is nu wel dat het de hoogte geweest is. Ik moeter nu weer druk op papen dat er het vuil uit komt, o ik ben er tog zoo blijde van dat het wat aan ‘t beteren is. Want toen ik u geschreven had of daar nog een paar dagen na, toen zei de dokter tegen mij of ik wel graag geholpen wou worden nu dat kunt gij begrijpen wat ik hem toen antwoorde dat ik daar nog niet aan toe was en toen zei hij tegen mij of ik dan liever ongenezen na huis toe ging en toen zei ik ja. Want ik zou bang wezen dat het einde van mijn leven nabij zou zijn alsdat gebeurde, het kan anders ook wel nabij zijn, maar dat weet men niet, hoopende dan dat heteinde van mijn leven nog verre weg zal zijn opdat wij tog allen nog een langen tijd gelukkig mogen leven en dat wij dan tog bovenal niet vergeten om de Here te bidden en te smeeken om vergevinge van zonden opdat wij hem tot onzen middelaar en verlosser mogen deelagtig worden, mocht de Here zijn Zegen doen uit storten over ons opdat ik tog ook spoedig eens weer klaar moge worden. Want ik denk al weer vaak dat de tijd al weer zoo kort wort, als ik maar weer klaar wort tegen de tijd als wij na huis toe kunnen komen, want zij zechgen dat wij den 1 Augustus na huis toe gaan als het waar is dat weet ik nog niet. Gij hebt er over geschreven dat of de dokter er van zeggen, nu ik ook niet want zij zeggen het mij tog niet wat of haar gedachte is, nu ik hoop dat de Heere het middel dat er aan gedaan is moge zegenen en ja ik kan er u ook al geen meer van schrijfen, maar gij schrijft dat zij zullen mij hier tog wel zoo goed beandelen als zij kunnen, nu dat doen zij hier ook wel, maar het is hier niet met de dokters als daar bij u, daar zijn ze er bang voor als ze sterfen, maar dat is hier zoo niet. Zij rekenen hier maar zoo dunkt mij, al sterft er een soldaat, dat is niets, want zij hebben er tog nog genoeg, en zoo zijn er wel meer die dat denken. Nu ik wensch u geluk met de biggen die gij van de mot hebt ontvangen nu schrijft mij nog spoedig eens terug. Zijt van mij gegroet Fake Oelen. Korporaal bij het 5de Battaljon de Compagnie van het 5de Regiment Infanterie Barbera Kazerne”.
Fake Oelen is niet weer levend naar Hollandscheveld teruggekeerd.
Hij is gestorven in het hospitaal in ‘s Hertogenbosch op 16 augustus 1882.