Hilbert en Annie Oelen 5 Oktober 1951 – 28 Februari 1952 & Hilbert en Hendrikje Oelen 9 November 1921 – 7 Januari 1923

Hull lowa, October 5, 1951

“Geliefde Neef en Nicht: Wij nemen de pen eens op om u eenige letteren te schrijven. Wij zijn alle beide aardig goed gezond en hopen van u hetzelfde vanzelf. Wij zijn 70 en 71 jaar. en de gebreken komen met de ouderdom. Annie is weer aardig goed na de operatie van 4 jaar geleden. Zij is niet zo sterk als ge wel graag wezen wou, mnaar het gaat aardig goed. Wij hebben hier een van de natste jaren gehad van die wij weten. En op de meeste plaatsen is het hier van de jaar nat geweest, en toch zijn er nog verscheiden plaatsen waar het te droog is. Daar zijn hier boeren die geld maken bij de handvollen, en over het algemeen word overal veel geld gemaakt hier. Vanzelf dat komt door de oorlog, dat de prijzen zoo hoog zijn. De menschen leven en handelen alsof er geen God is die leeft, want daar word met de meesten niet mee gerekend. Maar hoe de mensch ook al jaagt, God regeert en het zal komen zooals hij het hebben wil. Het is te wenschen dat de menschen zich meer verootmoedigen, nu er zooveel oordelen op de wereld komen. Wij hebben hier gelukkig alles nog vrede, alhoewel alles slim duur is, en de belasting is ook hoog, wij hopen en bidden dat de vrede spoedig mag komen. Wij zijn hier in onze gemeente zonder Dominee, al voor een jaar en 3 maanden. Wij hebben hier voor de laatste jaar een emeritus Dominee, zoodat wij niet zonder zijn, en die is goed ook. Wij zijn een aan het beroepen en hopen eerlang onze eigen Dominee weer te hebben. Wij zijn vandaag 2 weken geleden weer thuis gekomen van de reis naar Michigan. Wij hebben bij Dick Wassenaar en Hattie en bij de vrouw en dochter van Hilbert Oelen en bij Albert Oelen en vrouw geweest. Die drie wonen zoowat 50 mijl van elkander. Het was 10 jaar geleden dat wij daar geweest waren, zoodoende dachten wij het moest eens weer, want wij worden allemaal ouder. Wij hebben daar goed schik gehad. Annie moest soms een uur rusten, maar het is best gegaan. Ik had beloofd dat als wij thuis kwamen dan zou ik u eens weer schrijven. Hilbert Oelen is van ‘t voorjaar gestorven zooals ge weet. Volgens zijn vrouw dan is hij goed afgestorven. Wij hebben ook 3 dagen bij Annie haar broer in Chicago geweest, en zij hebben 2 kinderen een jongen en een meisje. Zoover wij weten zijn alle familieleden goed gezond. De winter is op de komst want de bladeren vallen van de boomen. Daar gaan heel wat menschen uit Holland naar Canada, daar heeft de Christelijk Gereformeerde Kerk heel wat drukte mee. Die Dominee die wij hier hadden heeft ons in Juni 1950 verlaten en is ook naar Canada gegaan om zendingswerk te doen, want hij kan ook goed hollandssch, en dat komt daar te pas. Zij hebben daar al 2 classes en daar komen gestadig meer Hollanders bij. Wij hebben hier van ons volk gesproken die er geweest zijn en die zeiden dat het volk daar goed tevreden waren. Het is hier te ver weg anders zouden wij daar ook wel eens gaan kijken willen. Canada is verder Noord als wij zijn en ik denk het word daar in de winter kouder dan hier, maar dat wend wel. Het word hier koud genoeg voor ons. In de hope dat ge dezen brief in welstand moogt ontvangen. Schrijf ons spoedig weer terug en schrijf hoe het met ulieden is en allerlei omstandigheden. Wacht niet zoolang als mij. Gegroet en de Groete aan de familie, Uw Neef en Nicht Hilbert en Annie Oelen”.

Hull lowa, February 28, 1952

“Geachte Neef en Nicht: Wij waren blij eens weer een brief van U te ontvangen, hoorende dat ge beide nog goed gezond zijt, wij zijn ook beide nog aardig goed. Ik ben 70 en mijn vrouw 71 jaar. Dus wij gaan bergafwaarts. Ik werk nog een beetje voor tijdverdrijf, want stil zitten is niet goed, dat heb ik 2 jaar geleden ondervonden. Mijn vrouw is niet sterk na de operatie, maar zij kan haar werk goed doen, en meer kunnen wij niet verwachten wanneer men over de 70 jaar is. Wij moeten bereid zijn want het eind kan heel gauw komen, wij zien dat haast alle dagen in de omgeving. De toekomst is donker voor de volkeren der wereld. De eene oorlog is zoowat over en de andere broeit al weer. Als de Rus niet onredelijk was dan was er nog al wat hoop, maar God regeert en zijn wil geschied, wat de Rus of eenig ander volk ook doet of begeert. Op kerkelijk gebied word het overal ook niet beter, het gaat alles zoo modernisties. Onze gemeente is ook al vacant sinds Julij1950. Wij hebben al 13 bedankjes gehad, maar wij houden moed. Gij vraagt hoe het hier is. Hier in de omgeving van 500 mijl alle kanten uit is er hoeganaamd geen woest land, alles word bewerkt, behalve soms een stuk dat te laag is of kleine bergen langs de rivieren dat niet bewerkt word. Zoowat 700 mijl west zijn de grote bergen en bosch en woestijn dat niet bewerkt word. Zoowat 700 mijl zuid zijn groote grasvelden en olievelden, en daar zijn groote velden van vruchtboomen, dus daar word ook wel geld gemaakt. Maar om hier geld te maken moet men heel wat geld hebben om te beginnen. Het Oosten in zijn al de fabrieken waar van alles gemaakt word. In Detroit Michigan worden van alle soorten automobiles gemaakt, en klein gedeelte er van gaat naar Europa. Tusschen Hilbert-Oelen-overleden-in-1960-en-zijn-vrouw-Annie-Victorie-in-1970 hier en Canada ligt Minnesota, dat is een land van meren. Daar zijn ook melk en kaas fabrieken en ook wel andere fabrieken. Daar gaan tegenwoordig heel wat Hollanders naar Canada en het schijnt dat het meest van ons kerkelijk volks is. Daar zijn al zoowat 20 van onze Dominees naar Canada gegaan, dat maakt het harder voor ons om een Ds te krijgen, want wij hebben een hoop vacante gemeenten. Van de jaar zullen er over de 40 van de school komen voor Dominee, dat helpt heel wat, maar daar komen ook alweer Emeritus en sterfgevallen, maar wij zullen het beste maar hopen. Gij schrijft dat een van je jongens Harm Kikkert er over denkt om naar Canada te gaan, dat is een heele onderneming. Van wat wij horen dan de meesten lijken het goed, maar sommigen niet. Gij schrijft ook van over komen, dat hoort heel mooi, maar wij zijn te oud en de reis is te groot en het kost een hoop geld. Als het niet meer dan 1000 mijl was en een goede weg, dan kwamen wij met de car, dat zou dan zoowat 2 dagen nemen. Maar jelui kunnen ook wel komen, dan kunt ge America zien. De menschen hebben hier in de laatste jaren een hoop geld gemaakt, maar dat komt door de oorlog. Verleden jaar is een van de natste jaren geweest die wij gekend hebben, en nu is het corn slecht en nat, zoodoende is het verleden jaar lang niet zoo goed geweest. Onze president wil altijd maar meer geld en geld, zoodat de menschen aardig wat geld opbrengen moeten, en zoo het eene bij het andere. Wel schrijf ons spoedig terug, en als ge meer vragen hebt, ik zal ze proberen te beantwoorden, Hilbert en Annie Oelen”.

Brieven van Hilbert Oelen en Hendrikje Oelen, kinderen van Jan Oelen

Holland Michigan, November 9, 1921

Oelen-brieven-Jan-overleden-1921Aan Mr Hendrik Oelen, Nederland Europa: Geliefde oom: Daar wij van aangezicht niet met elkander bekend zijn heb ik toch wel brieven gezien en gelezen van u aan vader, uw broeder, gericht. Ik moet u thans schrijven omdat vader niet weer schrijft. Hij is morgen 2 week geleden ziek geworden. In het eerst ging hij zoo maar op Donderdagmiddag in bed liggen, hij dacht een koude te hebben, hij zei de roos op de hoed. Toch werd hij zoo ziek, dat we lieten de dokter koomen, die zei hij had een plueratische steek in zijn eene long. Verleden week Donderdag en Vrijdag was hij heel wat beter, maar op eens Vrijdag avond om ongeveer 6 uur kreeg hij een beroerte, die hem terstond doof en sprakeloos maakte. Zoo kreeg hij nu en dan schokken, altijd onbewust, die hem van oogenblik tot oogenblik zwakker maakten, en is dan ook Zondag morgen om 4:30 uur overleden, na een bange maar kortstondige worsteling. Vandaag November 9 had de begrafenis plaats. We gelooven dat hij thans de kroon der overwinning draagt. Wij zijn anders te zamen in goede welstand. We hebben Oom Seine een telegram gezonden, maar ze zijn hier niet geweest. Schrijf spoedig eens weer aan ons. Groetenis van ons, Hilbert Oelen, 327 College Ave. P.S. Laat oom Pieter Schoonewille dit weten, en alle verdere betrekkingen.”

Muskegon Holland Home, for the aged, Peck Street and Dale ave Januay 7, 1923

brief-hendrikje-oelen“Geachte Oom, Ik moet de pen wel eens ter hand nemen om u eens te schrijven. Wij hebben al vaak tegen elkaar gezegd, zou Oom het berigt van Vaders overlijden niet ontvangen hebben, want wij hebben nog niet een enkel letter van u gehoord, of gezien, na Vaders dood, en toch zeiden wij dat zal ook wel niet zoo weezen want dan had hij toch al wel eens aan vader geschreven als naar gewoonte, als hij geen berigt ontvangen had. Mijn oudste broer Hilbert heeft u dadelijk geschreven, en hij zei dadelijk, als Oom nu weer schrijft dan zal ik hem weerom schrijven, en trachten alzoo vaders plaats in te nemen, en hetzelfde heeft ook mijn jongste broer Albert gezegd, maar nu hooren wij niets meer. Nu hebben ze mij verzogt om eens te schrijven, eens zien zeiden ze of ge ook een antwoord weer krijgt, het is hardt werk om te schrijven wanneer men iemand niet kend, ik weet nog dat ik u allen gezien heb, en bij u aan huis geweest ben, maar dat is ook al zoo lang geleeden. Verloopen zoomer een jaar geweest toen ben ik naar lowa geweest op bezoek, maar toen ik Oom Seine zag, ik geloov al was ik hem alleen tegen gekomen op straat, dan had ik hem toch wel gekend, want he geleek zooveel op Vader, ik ben tot zoover de eenigste die hem gezien heeft van ons, Vader heeft hem ook niet weer gezien, nadat wij uit Nederland zijn gegaan. Zoo wij verneemen is oom Seine op heden niet best er aan toe, hij lijdt aan kanker, zoo ik begrijp na dat ze schrijven, dan is het kanker in de blaas, hij zal het alligt niet zoo lang meer maken, want ze schreven verleden week dat hij meeste tijt in bed is, haast niets gebruikt en veel pijn heeft. Het is nu al over een jaar dat Vader weg is en er is ook al heel wat gebeurd in de huishouding waar Vader thuis was bij mijn oudste broer. Twee maand na vaders dood werden ze verblijd door de geboorte van een dochtertje en alles was zoo goed als ‘t kon, maar de dertiende dag werd de moeder ziek met roodvonk en heel slim toen moest die kleine er uit en die is seven weeken bij een vrouw geweest die er op paste en goed twee weeken nadat mijn broers vrouw zoo ziek werdt kreeg hun oudste jonkje het ook en die is goed twee week ziek geweest en toen moesten ze hem missen zoo men meende was hij mooi aant beteren en zoo op eens was hij weg en zijn vrouw en nog een kind waren nog ziek. En dan met die ziekte dan worden ze opgesloten er mag geen een uit of in huis koomen, behalve de dokter voor 28 dagen. Dat was zoo naar, wij mogten er niet in of dan moesten wij er in blijven en zij mogten er niet uit ook niet om hun kint te begraven. Maar de Heere was ons genadig en heeft de moeder en het andere kind weer hersteld, doch op den 2de julij werd weer onverwachts die kleine zuigeling na slechts een dag krankheid weggenomen. Zoo weer in groote droefheid en nu zedert die tijt is de moeder nog niet wel geweest. Ik denk zoms wel eens wat is de Heere toch wijs en goed, want Hij heeft Vader weg genomen voor de dag des kwaads want wat zou vader er gebukt en bedroefd onder geweest zijn als hij dat alles had moeten doorleven en niet alleen in huisgezin en family daar hij zoo zwaarmoedig over zou zijn, maar ook in de kerk is zedert zijn overlijden al zoo veel gebeurt dat indien hij leefde er zwaar over zou zitten zugten. Ik kan niets geen nieuws schrijven en ook niets van oude kennissen die u wel gekent heb, want ik kom er niet met in aanraking tegenwoordig. Toen ik verleden jaar in lowa was heb ik menschen ontmoet die u goed gekend hadden. In Holland Michigan zijn er ook nog al wat maar ik kom er nu niet veel meer, mijn broers woonnen beide in Holland Michigan, anders kwam ik er misschien int geheel niet meer. Ik werk nu in Muskegon Michigan in een tehuis voor oude menschen, mijn werk is de zieken op te passen, dit is nog maar een kleine inrigting het is nog maar vier jaar dat het begonnen is, wij hebben meest al van tien tot veertien oudjes hier, meest al van achter in de seventig of in de tachtig jaaren, er is meest altijt een of twee ook wel eens meer ziek en vanzelf allen hebben gebreken des ouderdoms en dan sterft er gedurig eens een en dan komt er weer een ander in de plaats. Het is 0 ZOO mooi voor oude menschen die geen tehuis hebben of zigzelv niet kunnen redden, zulk een tehuis deze plaats is uitsluitend voor hollanders dat is heel mooi voor ouden die geen engels kunnen. Maar nu is het hier en Muskegon allemaal gronigers en meest al van het laagste zoort en 0 oom als je toch eens wist de domheid van dat volk dan moet men wel zeggen het is geen wonder dat het er in de kerk zoo raar om weg gaat. Ik heb nooit geweten en had nooit kunnen gelooven dat er zulk laag en dom volk kon wezen onder het zoogenaamde Christenvolk die de kerk uitmaken. Nu weet ik wel het is overal zoo niet maar ik veronderstel er zullen ook nog wel slimmer plaatsen zijn dan Muskegon. Nu moet ik eindigen ik hoop dat u deze letteren in gezondheid moogt ontvangen en dat u spoedig ons eens iets van u laat hooren en weet u ook hoe het met Oom Pieter Schoonewille is, leeft die nog als u die ontmoet doet hun de groetenis van mij. Ik zou 0 zoo gaarn eens een reisje na Nederland maken als het maar niet zoo veel koste, ik zou garn de family daar eens op zoeken maar ik ben wel bang dat dat niet zal moogen gebeuren. Zijt hartelijk gegroet van uw nicht Hendrikje Oelen en van mijn broers en hun vrouwen Hilbert en Minnie, en Albert en Fannie. Adress Miss Hattie Oelen, 253 Peck St Muskegon Michigan”.