Bij het overlijden van Hendrik Kikkert op 11 september 2001 te Hoogeveen
door Herman

Een sober woord, waarmee ik meen in de geest van de bescheiden, maar o zo dappere Hendrik, te spreken. Bescheiden en dapper, twee kenmerkende karaktertrekken van Hendrik waarvan wij nu afscheid nemen. Als opgejaagde Amsterdamse joodse jongen vluchtte ik in het najaar van 1943 naar Drenthe en op een van de eerste donkere avonden in Nieuwlande ging ik met Arnold en Nico, bekende verzetsstrijders, naar het Oostopgaande waar Hendrik en Griet Kikkert een kleine boerderij hadden. Het was een maanverlichte avond en met mijn gitaar die ik op mijn vlucht had meegenomen ging ik in een opwelling aan de kant van de wiek zitten voor de boerderij van Griet en Hendrik en speelde en zong het juist voor die tijd, levend onder een brute, moordlustige nazibende, het zo ontroerende lied:

“De gedachten zijn vrij, wie raadt ze daarbinnen zij vlieden voorbij als nachtelijke schimmen, geen mens kan ze naken, geen vijand ze raken laat wezen wat zij, de gedachten zijn vrij!” En terwijl ik zong kwamen Griet en Hendrik in het donker naar buiten, luisterden en heetten mij daarna, de aangekondigde onderduiker, van harte welkom. Wat een gastvrijheid mocht ik van hen ervaren na afschuwelijke razzia’s in Amsterdam waar de jacht op de vogelvrije joodse Nederlanders zoveel, we weten het nu, meer dan honderdduizend onschuldigen het leven heeft gekost. Stel u voor, onder de terreur van de Nazi’s en landverraders, was het opnemen van een onderduiker een levensgevaarlijke handeling. En stel u ook voor dat Hendrik en Griet, zelf nog jong en nauwelijks een jaar getrouwd, die risico’s op zich namen en de uiterste consequentie van het gebod “Vergeet de herbergzaamheid niet” in de praktijk brachten. Toen ik door hen zo liefdevol, onbaatzuchtig en dapper werd verborgen, was er al een joodse baby, Maxje Blitz, die door hen werd verzorgd alsof het hun eigen zoon was. Zij namen hem mee op hun vlucht toen ze zelf moesten onderduiken en redden zijn leven.

Ik was door de enorme mensen jacht in Amsterdam gespannen en het waren Hendrik en Griet die mij tot rust wisten te brengen. Door hun eenvoud, moed en het levende bewijs dat er ook nog goede mensen waren in een zo bedreigende wereld. Nooit zal ik vergeten hoe Hendrik. als hij ‘5 morgens vroeg naar het werk op de boerderij ging, eerst even ging kijken of zijn onderduikers het goed maakten en rustig sliepen. Toen ik eens wakker lag te piekeren over mijn ouders en broers, waarvan ik niet wist of ze nog in leven waren, na de oorlog bleek dat ze dat niet meer waren, toen keek de goede Hendrik mij aan met zijn zo zachte, menselijke glimlach. Hij zei geen woord, maar zijn knikje naar mij zei meer dan duizend woorden: het bemoedigende knikje en de glimlach waren duidelijk de uitdrukking van: wees gerust hier bij mij ben je veilig… Zo heeft hij zeker zo een twintig onderduikers die bij hem langs kwamen, glimlachend, bemoedigend aangekeken.

Ik heb meer adressen gehad en allen waren onvergetelijk. Het contact met Hendrik en Griet is altijd voor mij heel bijzonder gebleven. Ze ijverden er voor ook na de oorlog het contact levendig te houden en hun bezoeken aan mij in Amsterdam en mijn bezoeken aan hen, het waren voor mij altijd hoogtepunten. Hun gastvrijheid was zo bijzonder door de vanzelfsprekendheid, waarvan ik nog maar kort geleden getuige kon zijn. Ik besloot Griet op haar verjaardag te gaan feliciteren, maar kwam vanuit Amsterdam op een wat ongelukkige tijd binnenvallen. De borden stonden voor de warme middagmaaltijd al op tafel. Het was voor hen vanzelfsprekend dat er een bord werd bijgezet en ik mee kon eten. Dat is Griet en helaas zo was Hendrik.

De goede Hendrik. Ik was ontroerd toen ik de rouwcirculaire kreeg met zo kenmerkend het fietsje onder de tekst. Want de fiets was voor Hendrik zijn vreugde. Hij die het geestelijk de laatste jaren zwaar had en daarom moeite had met het bezoeken van mensen, voor hem was zijn fiets een grote vreugd. Een fietstocht deed hem zo goed, hij genoot ervan en het gaf hem de zo nodige rust in zijn geest.

40-Herbergzaamheid-oorkondeI had a dream, ik had een droom …..of was het een visioen?
Ik keek omhoog naar een blauwe hemel en zag een klein silhouet.
Was het een zweefvliegtuig, een vogel? ik tuurde nog eens…
Het was Hendrik! Hendrik op zijn fiets daar in de lucht op weg naar zijn hemel.
Ik riep Hendrik, Hendrik, mijn vriend Hendrik!!

En Hendrik, de dappere Hendrik fietsend naar zijn zo verdiende hemel,
draaide zich nog éénmaal om, keek naar mij met zijn zo warme menselijke
glimlach en zijn ogen spraken Wat zijn mond niet meer zeggen kon:
het is goed zo Herman. daarboven ben ik veilig.
Dag lieve, onvergetelijke, Hendrik!

Lou Gans Amsterdam

41-Herinnering-aan-Hendrik-Kikkert-en-Grietje-PolHendrik Kikkert en Grietje Kikkert-Pol zijn begraven op de oude begraafplaats te Hoogeveen.

De tekening van de vrouw met aan haar linkerhand een kleine jongen en op haar rechterarm een klein kind is gemaakt door Lou Gans in de schuilkelder onder de Gereformeerde Kerk te Nieuwlande.
Deze tekening is ook geplaatst op de gedenksteen op hun graf, met de tekst uit Hebreeen 13 vers 2a: Vergeet de herbergzaamheid niet !
Links op hun grafsteen de lamp met de tekst: Hand der gerechtigheid.