Terug aan het Oostopgaande 102

Omdat het toch de bedoeling was om zo snel mogelijk het dagelijkse leven van weleer weer op te vatten, zijn we meteen maar naar ons huis aan het Oostopgaande gegaan. Maar wij konden er niet in, de NSB’ers hadden ons huis weggegeven aan evacués nadat de Duitsers eruit waren 17-Kikkert-heerenrijwiel-onstolengetrokken. Daar maakten mensen van de BS snel een eind aan door de evacués meteen te verhuizen naar het huis van een NSB’er. Wij zijn meteen begonnen ons huis goed schoon te maken en ons huisraad weer op te zoeken. Er was niet veel terug te vinden en bijna alles was kapot. Timmerman Wimmenhove heeft nog geprobeerd om wat kapot was te maken, maar dit leverde geen best resultaat. Onze varkens en kippen waren inmiddels opgegeten. Onze koeien waren door de Oostlandboeren gestolen die de boerderij van Meier aan de Coevorderstraatweg in beslag genomen hadden. Onze broodplank, een schilderij, de tang en de kachelpook kwamen terug uit het Zwinderscheveld. Kopjes en schoteltjes, keukengerei e.d. waren door buren in gebruik genomen. Alleen onze koffiepot was ons trouw gebleven en was nog op zijn post.

Een fiets van dominee Hoogkamp, die bij ons op zolder was verborgen, bleek ook nog in de buurt te zijn. Die was door de SS’ers weggeven en die was dus nu van de nieuwe eigenaar werd gezegd. Niets mee te maken zeiden de mensen van de BS, de fiets is niet van jou. De fiets is meteen teruggevorderd en overgedragen aan dominee Hoogkamp. De dominee heeft zelfs de nieuwe band betaald die erop was gelegd. Ik vond dat niet verstandig van hem, maar zei hij zo is het nu eenmaal als je dominee bent.

18-oom-Hendrik-en-tante-Griet-met-Max-Blitz-alias-Arie-na-de-oorlogVan onze ouders kregen we wat geld om een nieuwe start te maken en eten te kopen. Van al de mensen die tijdens de oorlog bij ons waren was alleen Max of onze Arie zoals hij door ons werd genoemd, nu bij ons. Van een van de mensen van de verzetsgroep uit Drijber kregen wij het verzoek om een tijdje voor de beide kinderen van zijn NSB-buurman te zorgen. Ze waren beide ondergebracht in het kindertehuis van kamp Westerbork. Het was niet goed dat die kinderen in zo’n kamp zaten zei hij en jullie hebben veel goed werk gedaan en die jongens kunnen ook niet helpen dat hun ouders NSB’ers zijn. Dus kwamen ook Tony en Harrie Kuiper uit Beilen bij ons in huis. De drie jongens konden goed met elkaar overweg. Af en toe gingen wij met de beide jongentjes naar hun ouders in kamp Westerbork. Dat was altijd een heel naar gebeuren, eigenlijk haatte je die mensen. Bovendien er was geen vervoer en alles moest te voet gebeuren. Soms konden we mee liften met de melkwagen. Het was een taak die wij op ons namen en ook dat zouden we wel overleven en zo is het ook gegaan. Na verloop van een periode van vele maande mochten de jongens weer naar huis. Daarna kwamen de grootouders van Max hun kleinzoon opeisen. Onze Max was het daar helemaal niet mee eens, maar hij moest wel mee naar Amsterdam. Max heeft daar maar moeilijk kunnen wennen en was gedurende lange tijd veel ziek. Ook wij misten hem erg.

19-petroleum-lantaarn-Oostopgaande-hoek-fietspad-ElimWij kwamen door Harm Wolting in Hollandscheveld in aanraking met Kinderbescherming. Er waren veel verwaarloosde kinderen in ons land toen. Inmiddels hadden wij ons gemengd boerenbedrijf weer opgepakt en we bleven tot 1950 aan het Oostopgaande wonen. Wij hadden een paar koeien, een aantal varkens en kippen en al gauw ook tuinbouw. Ook hadden wij op ons genomen om elke avond de petroleumlantaarn aan te steken, die stond aan het fietspad, bij het vonder over het Dwarsgat dat vanuit het Oostopgaande richting Elim ging. Het was een wat gevaarlijk punt bij ‘donkere maan’ om het pad te kunnen vervolgen langs de zuidkant van het Oostopgaande richting Nieuwlande.

In 1950 zijn we verhuisd naar de boerderij van mijn ouders aan het 2e Zandwijkje in Hollandscheveld, omdat mijn moeder veel ziek was en vader het werk allemaal niet meer alleen aankon. Wij hebben het bedrijf wat uitgebreid, maar het bleef een gemengd bedrijf met koeien, varkens, kippen en kuikens. Ook weer tuinbouw, onder andere dubbele wit-slabonen en een paar jaar kruiden. Daarnaast hebben mijn man en ik actief deel genomen aan het verenigingswerk in het dorp maar ook wel provinciaal zoals CBTB en Opbouw Drenthe. In die tijd kwamen er ook weer twee pleegkinderen bij, Henny en Klaas.

Verhuizen naar het Tweede Zandwijkje in Hollandscheveld

20-Zandwijkje-2e-torengezichtMijn broer Klaas Pol woonde tot 1950 nog bij mijn ouders aan het 2e Zandwijkje. In 1950 is hij getrouwd is gaan wonen op een boerderij in Kerkenveld. Mijn ouders waren al niet zo jong meer en konden zich niet alleen redden op het boerderijtje. Temeer omdat mijn moeder vaak ziek was, moest er altijd hulp zijn. Moeder kon moeilijk lopen en geen van beide kon fietsen. Het wonen aan het 2e Zandwijkje was voor hun, wonen op een eilandje. Wij besloten toen om van het Oostopgaande te verhuizen naar het 2e Zandwijkje. Er moest wel eerst gezorgd worden dat mijn ouders een eigen plekje kregen om te wonen. Tegen het woonhuis aangebouwd was een ‘kamer’ waarin een bedstee. De bewoner werd de huur opgezegd. Een bijkomend probleem was dat de gemeente Hoogeveen het boerderijtje niet meer bewoonbaar achtte en dus onbewoonbaar wou gaan verklaren.

Er werd een slaapkamer bijgebouwd en een ruimte met aanrecht en een aparte wc en wasgelegenheid. Alles moest voldoen aan de eisen van de schoonheid- en welstandcommissie. Alles ging goed en al gauw was het nieuwe woongedeelte voor mijn ouders klaar. De volgende fase bood zich aan. Er moesten er enkele slaapkamertjes bijkomen voor onze gast- en pleegkinderen. Het rieten dak op het voorhuis moest er af en er moesten dakpannen op. Het bleek, dat niet alleen de hele kap totaal verrot was en vernieuwd moest worden, ook de zolderbalken en planken bleken vermolmd tot poeder. Meteen met de nieuwe kap werd de binnenzijde voorzien van een beschot. Op de grote zolder werden de kamertjes voor de kinderen getimmerd. Het oude huis kreeg een heel ander aanzien. Al deze werkzaamheden moesten gebeuren tussen de andere boerderijwerkzaamheden door. De gemeente kwam kijken of de administratie klopte wat betreft onbewoonbare woningen. Dit bleek niet het geval, integendeel de woning bleek in goede staat.

21-Tweede-Zandwijkje-1950-hier-hebben-ze-tot-1956-nog-gewoondKort voor de verbouwing kwam een vliegtuig heel laag over en maakte een foto van ons de boerderij. We zagen de mensen in het vliegtuigje duidelijk zitten en we zwaaiden naar hen. Enkele weken later kwamen deze mensen aan de deur of wij de foto wilden kopen. Heel graag natuurlijk.

Op het land zie je de hokken met graanschoven staan. Tegenwoordig weet men niet of nauwelijks meer wat ‘rogge binden’ of ‘haver binden’ is. Het was ‘slagwerk’ om de eerste twee gebonden schoven zo rechtop tegen elkaar aan te zetten dat deze bleven staan. Op de foto is ook heel duidelijk het melkrek te zien met enkele melkbussen erop.

Moeder was vaak ziek en dokters konden haar niet helpen. Veel mensen gingen in die tijd naar een dokter in Duitsland. Wij zijn ook maar eens naar die dokter gegaan. Zij knapte daar wonderwel erg van op en het ging een paar jaar veel beter. Zij wilde wel eens op bezoek bij haar zoon Klaas op Kerkenveld. Wij hadden in die tijd een fietskar. Mijn man bond een leuningstoel stevig vast op de fietskar. Moeder nam plaats in de leuningstoel en zo ging het op weg. Langs het 2e Zandwijkje en het Rechtuit was niet mogelijk omdat er een smal vonder lag over het 1e Zandwijkje. De tocht ging dus eerst dwars over ons land en dat van de buren naar de Oostwijk en vandaar langs het Zuideropgaande, Jan Wintersdijkje, de Riegshoogtendijk en de Wijde Wijk naar Kerkenveld. Ook het pad langs de Wijde Wijk was toen nog een zandpad. Iedereen zocht toen telkens weer een oplossing voor het probleem dat men tegen kwam. Wij waren toen onze tijd blijkbaar al ver vooruit. Nu zie je vaak moeders met hun kroost in een karretje achter de fiets.