Een vrouw alleen in pikdonkere nacht van De Haar naar Nieuwlande

gelukkig-nieuwjaarMevrouw Heersink, haar man was dominee in Drijber, haalde ons daar weer weg en bracht ons naar Renze Middelbos op de Haar even voorbij Tiendeveen. Daar mochten we voor langere tijd blijven en mochten wij ook het Joodse jongentje Max Blitz weer bij ons halen, hij had inmiddels de naam Arie gekregen. Omdat een vrouw minder gevaar liep, ging ik, weer in het donker, op pad langs het Linthorst Homankanaal en de Hoogeveensche Vaart naar de familie Visser op Nieuwlande waar Arie was ondergedoken. Ook weer in het donker terug naar de Haar, met Arie achter op de fiets op een bundeltje kleertjes. In het donker en schier alleen op de wereld in een volkomen vreemde omgeving, weer bruggen en huizen tellen om maar niet te verdwalen. Opeens verstijfde ik van schrik, een stem vanaf het water, ik meende in het Duits, ik dacht dat nu alles afgelopen zou zijn. Gelukkig bleek het een schipper uit Friesland te zijn. Eindelijk kwamen wij toch op de plaats van bestemming. Arie wilde beslist niet zijn jasje uittrekken en zijn handschoentjes hield hij stijf in zijn handjes. Hij was doodsbang dat ik hem weer alleen achter zou laten. Toen ik mijn jas uit had gedaan en hem aan de kapstok had gehangen was hij bereid dat ook te doen. Renze Middelbos had zes kinderen, zijn vrouw was enige jaren geleden gestorven. Bij hem woonde het oudste dochtertje, de jongste kinderen waren bij familie ondergebracht.

Er was niet altijd genoeg eten in huis voor ons allemaal en wij leefden eigenlijk alleen als het donker was. Dus ook in het donker, gingen wij bijna elke dag naar zwager Harm Kikkert om 5 liter melk te halen. De afstand was ongeveer een uur lopen. In het donker zagen we vaak de V-I’s over ons heen vliegen die de Duitsers afschoten met bestemming Engeland. Weken lang verliep alles rustig voor ons. Op een keer kwam er een persoon aan de deur die mijn man en mij kende, juist hij moest niet weten wie ik was. Het werd heel spannend toen, want hij bleef maar praten en ik bleef maar aan het bed opmaken. Ik had Arie snel onder de dekens gemoffeld en gezegd dat hij heel

stil moest zijn. Mijn man was de stal ingelopen en hield zich daar schuil. Bij de buren had de man later verteld dat Middelbos een rare huishoudster had, ze bleef alsmaar bezig met kussens opschudden en bleef met de rug naar mij toe staan. Dat liep echter ook weer goed af.

Nog weer een schare landwachters, nu onder leiding van Duitsers

Op Goede Vrijdag kwam ‘s morgens al om 7 uur opeens een schare landwachters het erf van de boerderij van Middelbos op, onder leiding van een groep Duitsers. Hendrik zat wel in de schuilplaats maar de landwachters vonden hem. Ik lag nog op bed met Arie naast mij. Een van de Duitsers kwam in huis en zag mij in de bedstee liggen, hij zei, och wat een lief wichtje is dat en liep weer naar buiten. Omdat ze Hendrik mee wilden nemen heb ik brood voor hem klaargemaakt. Ook de landwachters kwamen de woning binnen en wilden in huis verder zoeken en ook in de bedstee waar Arie lag. Toen zei de Duitser die al eerder bij mij in de kamer was, daar heb ik al gekeken.

Ik denk later vaak dat hij wel wat vermoed heeft. Mijn man had geen identiteitskaart meer maar leefde onder de naam Jansen. Ik had wel een persoonsbewijs. De ‘goede’ Duitser had ook een kaartje in de jas van mijn man gevonden waar mijn naam Grietje op stond, hij hield de handschriften bij elkaar en zei toen, twee eenzamen op de hei en ze kennen elkaar niet. Een van de landwachters zei tegen mijn man, van wie ben jij een zoon, zijn antwoord was meteen, van mijn vader. Dit leverde hem een klap in het gezicht op van die ploert. Met nog veertien mannen die ze met de razzia gevonden hadden werd Hendrik afgevoerd, eerst naar Beilen en later naar Assen. Omdat ik niet wist waar ze mijn man naar toe gebracht hadden besloot ik hem te gaan zoeken. Ik ben op de fiets gestapt, met brood voor hem in de fietstas, in de hoop hem te vinden. Dit is mij niet gelukt. Overal waren Todt-werkers en zij kwamen op mij af of ik wat eten bij had. Het brood was snel weg. Later bleek dat Hendrik naar het Huis van Bewaring in Assen was gebracht.

Arie al weer naar een andere schuilplaats

Ik had inmiddels voor Arie al weer naar een ander onderduikadres moeten zoeken omdat het niet uitgesloten was dat de Duitsers nog een keer terug zouden komen. Soms ging ik even naar Harm en Fem Kikkert in Nieuw Balinge om te overleggen wat we moesten doen. Zomaar op een morgen kwam ik bij hen, het hele gezin was opgewonden en ze vertelden dat de Duitsers gevlucht waren. De Duitsers waren op hun vlucht nog bij hen in huis binnengedrongen. Iedereen moest bij elkaar gaan staan voor het raam en de Duitsers haalden de kasten leeg, alle kledingstukken die ze konden vinden namen ze mee. Een vader van een van de onderduikers had juist een nacht op de boerderij geslapen, hij lag nog op bed. Ook al zijn kleren hadden ze meegenomen, en ook zijn hoed. De hoed bleek later onder de hoge bomen bij de boerderij te liggen.

14-Oorkonde-gemaakt-door-Herman-of-Lou-GansOndanks alle narigheid die wij hadden doorstaan, hebben wij allemaal hartelijk gelachen. Wij waren op van de zenuwen en toch ontzettend blij dat er verder geen erge dingen gebeurd waren. De vader van de onderduiker droeg een oud jasje en oude broek van Harm, alles veel te groot. Toen waren daar opeens de Amerikanen op tanks,

wij zwaaiden naar hen en juichten. Blij dat we eindelijk weer bevrijd waren van de bezetters. Hendrik werd pas een dag later bevrijd door de Amerikanen. De Duitsers moesten zelf de celdeuren openmaken en de gevangenen aan de Amerikanen overdragen. In de cel bij Hendrik zaten nog drie mannen, een van hen was brandweerman Tigelaar uit Assen. De brandweerwagen kwam bij de gevangenis om Tigelaar de brandweerman op te halen. Tigelaar trok ook Hendrik mee op de wagen en zo reden ze door Assen naar het huis van Tigelaar. Van Tigelaar kreeg Hendrik een fiets mee en zo ging hij naar Hollandscheveld naar de boerderij van mijn ouders aan het 2e Zandwijkje. Ik was daar al naar toe gegaan. erepenningHet weerzien met Hendrik na alle ellende en verdriet vergeet ik nooit meer.

Maar nog was het allemaal niet voorbij. Bij mijn ouders waren evacués ondergebracht vanuit Noord Brabant en Limburg. Wij zijn toen eerst maar eens naar de ouders van Hendrik gegaan aan het Zuideropgaande 81 in Hollandscheveld. Wij hebben veel aandacht moeten besteden om de ongenode en onplezierige gasten op ons lijf te bestrijden en uit onze kleren te verdrijven.

Na veel moeilijke jaren en spannende gebeurtenissen kwam eindelijk de bevrijding