De geschiedenis en historie van streek waar we zijn geboren en opgegroeid

De geschiedenis en historie van mijn geboortestreek en die van mijn voorouders heeft mij altijd geboeid. Door allerlei omstandigheden heeft mijn geboortegrond geen welvarende start gemaakt. Dit had vooral te maken met de wijze waarop de vervening aanvankelijk plaats vond. De aarde was hier woest en leeg, het was geen land omdat men er niet op kon lopen en het was geen water omdat men er niet op kon varen. In het uitgestrekte veengebied waren wel enkele grote en kleine meren. Er woonden nauwelijks of geen mensen. Er waren wel zandkoppen welke boven het veen uitkwamen en mogelijk woonden daar wel al heel vroeg mensen.

Kaart zoals het ooit was in 1640Jonkheer Roelof van Echten had connecties in ‘s Gravenhage, Amsterdam en Leiden en meer grote steden en heeft geweten dat er belangstelling was voor de venen in het zuidwestelijk deel van de provincie Drenthe. Enkele Hollandsche Heren waren al met ontginning van de Hoog- en Laaghalervenen begonnen. De Jonkheer was niet rijk maar wilde dat wel graag worden. In 1625 kreeg hij de boeren van Steenbergen en Ten Arlo zover dat ze een heel groot deel van hun veengebied aan hem afstonden. Eerst alleen maar het veen, nog niet de ondergrond.

Later werd de Compagnie van de 5000 Morgen opgericht. Hij begon bij het Holten Wambuis een grifte of kanaal te graven vanuit het oude riviertje in de richting van zijn venen. Het Holten Wambuis was vroeger een gehucht tussen Echten en Oshaar aan het riviertje Oude Diep. De Nieuwe Grifte werd gegraven tot wat nu de kruising is van de Schutstraat-Hoofdstraat-Alteveerstraat-het Haagje.

Kaart zoals het ooit was in 1865De vestiging werd Nieuw Echten genoemd en later Echtens Hogeveen. Roelof van Echten was inmiddels eigenaar geworden van de ondergrond. Omdat zijn geldbuidel bij lange na niet toereikend was, moest hij geldschieters ronselen in Holland. De geldschieters werden gevonden. Hij moest echter het grootste deel van zijn venen met de ondergrond overdragen aan enkele Hollandsche Heren. Zo werd de HOLLANDSCHE COMPAGNIE opgericht. De turf werd daarna in rap tempo uit het RIJKE veengebied afgevoerd, via de Nieuw Grifte en het Oude Diep, door de Zwarte Sluis en over de Zuiderzee naar Amsterdam, Leiden en ‘s Gravenhage. De velden die achterbleven waren aanvankelijk te slecht om er iets mee te doen. De ondergrond bleef daarom voor het grootste deel nog meer dan honderd jaar woest en leeg achter. De velden werden inmiddels de Hollandsche Velden genoemd.

De familie Everts woonde toen nog op de Oshaar bij Echten

Het trouwboek van Ruinen vermeldt dat op 31 maart 1709 te Ruinen in ondertrouw gaan Evert Hendriks, weduwnaar van de Oshaar en Geesje Roelofs, jongedochter van Zuidwolde. Beiden gaan met attestatie naar Zuidwolde en vermeld wordt dat ze gaan trouwen op 28 april 1709 te Zuidwolde. Het is moeilijk om alle bewijzen te vinden maar er is geen tweede persoon met dezelfde naam gevonden. Zeer waarschijnlijk is hij de vader is van Hendrik Everts, weduwnaar, eveneens wonend op de Oshaar.

Hendrik Everts, is te Echten geboren circa 1700 en is voor 1725 voor de 1e keer getrouwd. Uit dit eerste huwelijk is niets bekend. In het Heertstedenregister van Echten is in 1742 Hendrik Everts Scheper vermeld, hij moest één gulden betalen, ook in 1754 moest hij weer één gulden betalen. In dezelfde lijst worden ook vermeld: Derk Stevens (Vogelzang), Harm Egberts (Boer), Roelof Karstjes, Jan Strijker en Remmelt Koning.

Hendrik Everts en Geesje Egberts, trouwden op 5 januari 1725 te Ruinen (kerk), hij als weduwnaar van de Oshaar en Geesje Egberts is een jongedochter van Echten. Zij is overleden voor 1740.

Uit het huwelijk met Geesje Egberts heb ik de volgende kinderen gevonden:

Geesje Hendriks, gedoopt te Ruinen op 24 november 1726. Het bewijs is nog niet gevonden maar het is zeer waarschijnlijk dat Geesje Hendriks is getrouwd met Geert Willems Zomer van Nijeveen.

Woltertien Hendriks, gedoopt te Ruinen op 26 december 1728, overleden 18 maart 1815 Het Schut B 452 weduwe van Rutger Hendriks Rouw.

Egbert Hendriks, gedoopt te Ruinen op 21 november 1734. Hij trouwde op 10 juni 1764 te Ruinen met Jentien Roelofs Strijker, gedoopt 11 januari 1739 te Ruinen.

Op 15 meert 1731 heeft Hendrik Everts van Echten laten protocolleren blijkens een getekend handschrift in dato den 1 maij 1730 van driehondert seventig carolus gulden capitaal zijnde tot bate van Jan Jans, Klaas Jans en Berent Jans, enzovoort.

Hendrik Everts, weduwnaar, scheper en boer, wonende te Echten trouwde omstreeks 1740 voor de 3e keer, nu met Hilligje Roelofs Carstjes, geboren rond 1714 te Echten.

Kinderen uit het 3e huwelijk van Hendrik Everts zijn:

Geertien Hendriks, geboren rond 1740 te Ruinen, begraven op 19 oktober 1810 te Hoogeveen, zij trouwde op 27 november 1768 te Ruinen (kerk), met Jan Klaas Dekker, begraven op 31 december 1805 te Hoogeveen. Hij is een zoon van Klaas Jans Dekker en Aaltien Strijker. Bij trouwen is hij jongeman van Coekange en zij jongedochter van Echten.

Roelof Hendriks, geboren voor 1742 (jong overleden).

Evert Hendriks, geboren te Echten, gedoopt op 21 december 1749 te Ruinen, (DIT IS MIJN STAMVADER)

Femmigje Hendriks, geboren in het jaar 1751 te Echten, overleden op 28 december 1824 te Zuidwolde. Femmigje trouwde met Klaas Wolters Kleis, zoon van Wolter Nannen en Carsjen Hendriks.

Op 28 Meert 1786 Momberrekeninge te Echten gedaan door Harm Snoek als hoofdmomber over de kinderen van Wolther Nannen bij Carsjen Hendriks in echte verwekt en heden meerderjarig, gedaan aan de medemombaren: Roelof Hendriks en Claas Hendriks, zijnde de overige momber Egbert Jans impotent, en voorts aan Hendrik Wolthers, Jan Wolthers en Roelof Wolthers, zijnde Claas Wolthers een Geesien Wolthers mede absent, alles voor mij Scholtes van den ontvangsten, enzovoort. Claas Wolters en Femmigje Hendriks lieten op 8 september 1776 in Ruinen hun zoon Wolter dopen, getuige is dan Hendrik Hendriks. Op 16 maart 1783 wordt zoon Hendrik gedoopt en dan is getuige Geertien Hendriks.

Lubbichjen Hendriks, gedoopt op 2 juli 1758 te Ruinen zij trouwde op 19 augustus 1781 te Ruinen als jongedochter van Echten, met Hendrik Frens, jongeman van Spier, zoon van Frens Hendriks en Margje Hendriks Lubbers. In de overlijdensakte van Lubbichje is vermeld dat zij een dochter is van Hendrik Everts en Hillegien Pool. Vermoedelijk is Pool een klein gehucht geweest onder Echten.

Hun kinderen: Hilligje Hendriks, gedoopt op 28 oktober 1781 te Hoogeveen. Frens Hendriks, gedoopt op 2 maart 1783 te Ruinen, hij trouwde (1) met Klaasje Everts Wanninge en (2) met Marchje Warners Sempel, overleden Zwartschaap op 7 juni 1844. Hendrik Hendriks, gedoopt op 10 april 1785 te Ruinen, hij trouwde met Lammigje Kalenberg. Marchje Hendriks, gedoopt op 6 april 1787 te Ruinen, zij trouwde met Roelof Jacobs Buning. Hilligje Hendriks, gedoopt op 1 maart 1789 te Ruinen. Roelofje Hendriks, gedoopt op 12 december 1790 te Ruinen. Woltertien Hendriks, gedoopt op 5 mei 1793 te Ruinen. Frens Hendriks, gedoopt op 5 april 1795 te Ruinen.

Op 28 december 1811 verklaart Hendrik Frens, wonende te Echten voor zich en zijn kinderen de familienaam Lubbers aan te nemen, in de lijst komt 2 keer een dochter Hilligje voor, de eerste is 31 jaar oud en de tweede 23 jaar. Het lijkt er op dat de oudste Hilligje vernoemd is Hillechien Nijenhuis, de moeder van Hendriks Frens. De grootvader van Hendrik Frens, is Hendrik Frens Buining of Buning

Wie was Hilligje Roelofs Carstjes

Op 28 februari 1770 Actum Hogeveen wordt door de Edele Scholtes Hiddingh van De Wijk landregtelijk geparaffeert het volgende:  Van welke schulden ad ƒ 172 – 19 – 6 de helfte tot laste van Inventarisantes schoonvader Roelof Carsjes, en de overige helfte tot laste van Inventarisante en kindt zou moeten komen. Dese staat en Inventaris aldus door mij: ondergeschreven Inventarisante Grietje Jans, weduwe van wijlen Jan Roelofs opgemaakt na beste geweten zonder met voorweten iets voordeligh of nadeligh te hebben agtergehouden en te veel of te weinigh of ook ten onregte gestelt en zo als des nodigh met Eede kan starken, daar van offerte doende, mits desen onder reserve egter, om te mogen redresseren zodane abusen welke door menselijken swakheijdt desen mogten zijn ingeslopen: Actum Hogeveen den 28 februari 1770.

Getekend Gritien Jans / Coll. accord / W. Hiddingh Scholtus.

Wij ondergeschreven Carst Roelofs te Rhunen, Coop Roelofs te Holten Wambuis en Hendrik Everts nom uxoris (=getrouwd met) Hillegien Roelofs te Echten, verklaren mits desen aan onse Schoon Suster Grietje Jans, weduwe van wijlen Jan Roelofs te Echten en haar zoontje Roelof Jans af te staan onse moederlijke boedel portie te Echten, mits zij en haar kindt ook de halve Schuldelijke boedel portie ten haren laste hebben en behouden zullen: caverende mede voor onse broeder Albert Roelofs te Zuidtveen, dat deselve insgelijks als wij de afstandt zal doen. Dít met verteijkeninge Hogeveen den 28 februari 1770, getekend:  (Dit is merk Carst Roelofs Selfs) (getogen handmerk in praesentatie H.J. Carsten Scholtes) (Dit merk heeft Hendrik Everts in bijwesen van mij getrokken H.J. Carsten Scholtes, Joop Roelofs Coll. accor / W. Hiddingh Scholtes

1770 den 28 februari heeft Grietien Jans weduwe wijlen Jan Roelofs te Echten, zullende hertrouwen met Claas Geerts Sepen op het Echtens Hogeveen momboiren gestelt over haar minderjarig zoontjen Roelof Jans, bij wijlen Jan Roelofs verwekt, in het vijfde jaar oudt, tot hoofdmomboir Frerik Jans op Coekange en tot mede momboiren Coop Roelofs in het Houten Wambuis, Hendrik Everts te Echten en Hendrik Gerrits van Nijveen.

Voorts hebben de momboiren ter eenre en Grietjen Jans en haar toekomende Eheman Claas Geerts Seepen ter andere zijde ba overgegevene staat en Inventaris des boedels op heden in aanmerkinge van den geringen boedel staat en dat de pupille nogh eerst in het 5de jaar oudt is ten overstaan van mij geauthoriseerde Scholtes vermids absentie van de Heer Scholtes W. Hiddingh onderlinge geconvenieert; dat de toekomende Conthoralen den boedel in voordeel en nadeel zullen blijven behouden en daar voor de pupille Roelof Jans tot den ouderdom van vijftijn jaren zullen onderhouden in kost kleerdragen en huisvestinge en daar en boven laten leeren lesen en schrijven en in goeden tugt en leere van de Gereformeerde Religie opwekken, mits dat de pupille als tot gedagtenisse op Meij 1770 uit den boedel nogh zijns Vaders kiste, 3 hemdtrokken met schoene knopen, een boisjen, een paar silveren schoengespels en een tabaksdose, ter Inventaris gemeldt dan nogh aan gelt twee gouden ducaten: aan den hoofdmomboir te extraderen, hebbende wederzijdse Contrhenten mij geauthoriseert Scholtes versogt desen harentwegen te teijkenen.

De zoon Roelof Jans (Carsjes), later ook vaak Roelof Jans Legeveen trouwde met Hendrikje Hendriks. Na overlijden van Hendrikje Hendriks trouwde hij met Roelofje Steffens Oostindien van Ruinen.

Over de kinderen: Jan geboren in juli 1800 en Hendrik gedoopt op 6 februari 1803 wordt tot hoofdmomber aangesteld Roelof Hendriks van Coekange en Hendrik Jans van Legeveen, Evert Hendriks en Roelof Coops van Coekange, de eersten van overleden moederszijde en de laatsten van vaderszijde.

Roelof Jans Carstjes en Roelofje Steffens lieten op 8 november 1808 een dochter dopen, deze

Grietje Roelofs Carstjes trouwde met Jan Jans Fieten, een zoon van Jan Fieten en Geesje Roelofs Linde.

De familie Everts van de Oshaar naar de Tiendewijk

De 3e generatie EVERTS

Evert Hendriks, landbouwer, geboren te Echten, gedoopt op 21 december 1749 te Ruinen, verleden op 7 februari 1822 te Noord C 621. Aangevers van het overlijden waren Jan Jans Giethoorn, oud 47 jaar arbeider en Allert Kamp, oud 33 jaar landbouwer, beide buren van de overledene. Evert Hendriks is getrouwd op 4 november 1778 te Ruinen (kerk), met Evertje Hilberts, geboren circa 1754 te Ruinen, overleden op 17 november 1819 te Noord C 621.

Kinderen uit dit huwelijk:

Hendrik Everts, gedoopt op 20 februari 1779 te Ruinen (doopgetuige was Lubbichje Hendriks), overleden op 20 februari 1858 te Noord C 135, hij trouwde op 7 mei 1809 te Hoogeveen met Grietje Roelofs Otten, dochter van Roelof Otten en Roelofje Roelofs. Van de kinderen van Hendrik en Grietje is geen nageslacht met de familienaam Everts. Zoon Roelof, geboren 24 juni 1820 is overleden op 9 maart 1906 als Roelof Tiendewijk. Op 10 maart 1849 trouwde Everhard Tiendewijk, geboren 2 maar 1812, met Feijgje Huisjes, dochter van Wolter Gerrits Huisjes en Janna Davids Meiboom. Vermeld is hierbij dat vader en zoon de familienaam Tiendewijk voeren. Ditzelfde gebeurde ook toen Everhard Tiendewijk op 30 juli 1847 eerder trouwde met Roelofje Veldman.

Hilbert Everts, geboren te Pesserveld, gedoopt op 9 september 1781 te Hoogeveen, overleden op 25 april 1838 op de Tiendewijk te Achterom C 627. Hij trouwde op 27 februari 1825 te Hoogeveen met Aaltje Derks Rotman (Rotmensen), overleden op 2 november 1885 te Hollandscheveld C 78.

Hillegien Everts, gedoopt op 19 september 1783 te Hoogeveen, overleden op 15 juni 1858 te Het Schut B 276. Trouwde op 18 november 1804 te Hoogeveen met Harm Bork, zoon van Jan Bork en Margje Harms. Zij hertrouwde op 12 april 1823 te Hoogeveen met Hendrik Bartelds Knol, zoon van Barteld Hendriks Knol en Henderkien Westerhuis. In de Volkstelling 1830 is vermeld: Hendrik Bartelds Knol 34 jaar landbouwer, Hilligje Everts 44 jaar, Fake Knol 9 jaar, Egbert Knol 7 jaar, Margien Knol 5 jaar en Barthold Knol 3 jaar, Evertje Harms Bork 24 jaar en Margien Harms Bork 9 jaar.

Femmechien Everts, gedoopt op 4 december 1785 te Hoogeveen, overleden op 15 december 1814 te Hoogeveen, Noord, zij trouwde op 4 maart 1804 te Hoogeveen met Jan Jans Duinkerken, gedoopt op 17 september 1780 te Zuidwolde, zoon van Jan Jans Linde en Woltertien Klaas Vogelzang. Hun kinderen: Jan Jans Duinkerken, gedoopt 20 juni 1806 te Hoogeveen. Hij is overleden in het militair hospitaal in Den Haag. Hij was lid van de Drentsche Schutterij. Evertien Duinkerken, gedoopt te Hoogeveen op 5 april 1809. Zij trouwde met Hendrik Germanus, ze woonden De Huizen B 572. Everhardus Duinkerken, gedoopt te Hoogeveen op 27 mei 1812. Nicolaas Duinkerken, gedoopt te Hoogeveen op 26 november 1814. Jan Jans Duinkerken is getrouwd (2) op 1 juni 1816 te Hoogeveen met Grietje Everts Vos (21 jaar oud), gedoopt op 1 februari 1795 te Hoogeveen. Hun kleinzoon Geert Duinkerken, geboren 19 juli 1885 te Hoogeveen, zoon Everhardus Duinkerken en Niesje de Groot, ging in 1938 als trapper naar Canada samen met Klaas Booij, geboren 22 oktober 1892 te Hoogeveen en Arend Metselaar, geboren 5 maart 1888 in Hollandscheveld. Johannes een broer van Arend Metselaar vertrok in die tijd als huisschilder naar Chicago Geert Duinkerken is begraven op 17 april 1964 te Hollandscheveld.

Roelof Everts, gedoopt op 16 november 1788 te Hoogeveen, overleden op 13 mei 1868 te Achterom C 104. Trouwde op 2 mei 1813 te Hoogeveen met Trijntje Freriks Salomons, dochter van Freerk Arends Salomons en Lammechien Hendriks en kleindochter van Arend Salomons en Grietje Fredriks (Kleine) + Hendrik Geerts Zwiep en Derkje Roelofs.

Allert Everts, gedoopt op 24 oktober 1790 te Hoogeveen, overleden op 22 december 1873 te Tiendeveen, hij trouwde op 10 juni 1821 te Hoogeveen met Annichjen Roelofs Smit, dochter van Roelof Reints Smit en Janna Kleine. Kleindochter van Reijnt Pieters Smit en Geesje Jans Bloemberg + Klaas Pieters Kleine en Annijge Hendriks (Jonge) Vos). (Willem Klaas Guichelaar arbeider, Otto Roelofs Otten schipper, Roelof Roelofs Otten arbeider en Allert Everts landbouwer, alle vier wonende op het Tiendeveen, gemeente Beilen. Contractanten verklaren dat zij voorzoverre hun aandeel aangaat zullen bijdragen tot het daarstellen van een vonder over de vierde wijke aldaar alsook te zullen betalen het bedongen brug en afvaartgeld, op de nieuw gegraven Wilhelminavaart. Aldaar opgemaakt en getekend te Hoogeveen den 17e maart 1860.) Ook verklaart de ondergetekende Aaldert Everts toestemming te geven tot het zetten van den dam in het Tiendeveensche Hoofddiep en neemt aan vijf schuiten zand bij de mond der vierde wijk te vlotten, als ook neemt hij aan het bedongen afvaartgeld op de Wilhelminavaart te betalen. Hoogeveen, 19 maart 1860, getekend A. Everts.

Jantien Everts, gedoopt op 6 januari 1793 te Hoogeveen, overleden op 21 september 1880 te Hollandscheveld A 400, zij trouwde op 17 augustus 1816 te Hoogeveen met Arend Tiemens, zoon van Tiemen Klaas en Aaltien Jans.

Jan Everts, gedoopt op 16 mei 1795 te Hoogeveen, overleden op 2 april 1870 te Hollandscheveld E 336, hij trouwde op 17 november 1822 te Hoogeveen met Femmichje de Jonge, dochter van Simon Joseph de Jonge en Jentje Jonker, de grootouders van Femmichje zijn van vaders zijde Joseph Adams de Jonge en Woltertien Harms Boer en van moederszijde Geert Geerts Jonker en Femmigje Hilberts. Van de kinderen van Jan en Femmichje is geen nageslacht met de familienaam Everts.

Schaap uit het hokke gestolen en de belle daar afgesneden

Evert Hendriks doet op 8 april 1801 aangifte bij de Etstoel dat tussen 20 en 21 december 1800 een schaap uit het hokke is afgestolen en de belle daar afgesneden en in ‘t hokke neer gelegd. In de overlijdensakte van Evert Hendriks, wordt zijn moeder Hilligje Pool genoemd. In de overlijdensakte van zijn zuster Lubbichje Hendriks, wordt moeder Hilligje Roelofs Carstjes genoemd. Lubbichje Hendriks trouwde met Hendrik Frens Lubbers. Evertje Hilberts, de vrouw van haar broer Evert Hendriks is getuige bij twee kinderen van Lubbichje, op 10 april 1785 bij de doop van Hendrik en op 1 maart 1789 bij de doop van Hilligje. Wanneer op 5 mei 1793 Woltertien wordt gedoopt, is Geesje Egberts de dochter van halfbroer Egbert Hendriks Schut getuige.

Recht boven het pijltje is de Tiendewijk, vanuit het Noordsche Opgaande en dan van daar uit het Achteromsche OpgaandeDen 12e februari 1779 hebben Jan Pieters Derks en Dirk Jans uit de Broekhuizen alhier doen protocollen een obligatie mede in dato den 12e februari 1779 groot en Capitaal agtijn hondert en vijftigh guldens tot laste van Evert Hendriks ankoper van het plaatsjen van Allert Hendriks Boer te verrenten tegen 2 gulden en vijftijn ’s jaars waar van de eerste verschijnt maij 1780 alles ieder verband van personen en goederen zijnde den stok voor mij en keurnoten Remmelt van Hees en Pieter Carsten gelegt. W. Hidding Scholtes. Het boerderijtje stond aan de Tiende Wijk bij het Noordsche Opgaande. Evert Hendriks werd vaak aangeduid als Evert Tiendewijk, zo ook zijn kinderen, klein- en achterkleinkinderen.

In 1823 wordt het ‘plaatsje’ verkocht, en het plaatsje wordt daarna gepacht. Regelmatig waren er boeldagen. Ook de broers Everts waren present. Hendrik Egberts bij ’t Schut koopt een veersen voor 45 gulden en 50 cents Allert Everts koopt een pinke voor 13 guldens en 25 cents Roelof Everts koopt duizend pond hooij voor 8 gulden en 75 cents Allert Everts is borge voor duizend pond hooij voor de weduwe van Jan de Groot. Hilbert Everts koopt een klokke voor 15 gulden en 50 cents en ook koopt hij een spinde voor 1 gulden en 80 cents Hilbert Everts koopt een kruilewagen voor 2 gulden en 5 cents Roelof Everts koopt een slede voor 15 cents Allert Everts koopt zes hennen en een haan voor 2 gulden en 20 cents en E. Boer koopt een hond voor 40 cents.

De 4e generatie Everts

Hilbert Everts, geboren te Pesserveld, gedoopt op 9 september 1781 te Hoogeveen, overleden op 25 april 1838 op de Tiendewijk te Achterom C 627. Hij trouwde op 27 februari 1825 te Hoogeveen met

Aaltje Derks Rotman (Rotmensen), gedoopt 3 februari 1794 te Emmen, overleden op 2 november 1885 te Hollandscheveld C 78. Aaltje Rotman is een dochter van Derk Jans Rotman en Aaltien Meinders Jansen.

De 5e generatie EVERTS

Hun zoon Evert Everts, geboren op 7 mei 1825 aan de Tiendewijk, Achterom C 627, overleden op 3 april 1892 te Noord C 78. Hij trouwde op 31 mei 1851 te Hoogeveen met

Jantje Aalderts Lunenborg, geboren op 2 september 1824 Noord C 711, overleden op 30 augustus 1895 te Noord C 412. Jantje Lunenborg is een dochter van Aaldert Jannes Lunenborg en Annigje Leverts Dunning.

De 6e generatie EVERTS

Hun zoon Hilbert Everts, geboren 3 juni 1852 op de Tiendewijk, Achterom C 645, overleden op 17 november 1918 te Hollandscheveld. Hij trouwde op 26 april 1879 te Hoogeveen met Niesje de Groot, geboren 9 augustus 1856 te Krakeel C 499, overleden op 14 november 1932 te Krakeel D 184. Hilbert Everts wordt vermeld als, veen- en landarbeider en landbouwer. Niesje de Groot is een dochter van Fake Koops de Groot en Grietje Scheper.

De 7e generatie EVERTS

Hun zoon Evert Everts, geboren op 29 april 1881 te Krakeel D 129, overleden op 6 juni 1939, Oostopgaande 4 te Hollandscheveld, is mijn grootvader. Mijn grootmoeder is Albertje Vos, geboren op 1 oktober 1883 te Alteveer F 76, overleden op 16 december 1957, Oostopgaande 4 te Hollandscheveld. Albertje Vos is een dochter van Jan Hendriks Vos en Hilligje Hendriks van Goor.
Jan Everts.

De 8ste generatie EVERTS mijn ouders Jan Everts en Geesje Kikkert

Jan Everts en Geesje Kikkert zijn in 1934 samen begonnen te Hollandscheveld E 505

Jan Everts zit op de voorste rij, tweede van links met de boor in zijn handMijn vader Jan Everts, is geboren 13 februari 1911 aan het 3e Zandwijkje E 160 (later 3e Zandwijkje 1) te Hollandscheveld, zoon van Evert Everts en Albertje Vos. Hij is overleden op 8 februari 1993 te Hollandscheveld. Mijn moeder Geesje Kikkert, geboren 8 juni 1909 te Hollandscheveld E 247, later Zuideropgaande 81 genoemd, dochter van Arend Kikkert en Roelofje Oelen. Zij is overleden op 1 mei 1972 te Hollandscheveld. Mijn ouders zijn getrouwd op 5 mei 1934 te Hoogeveen.

Jan Everts staat op de achterste rij in het middenMijn ouders hebben een bewogen leven gehad, evenals zovelen in onze woonstreek. Mijn vader heeft veel verschillende werkzaamheden gedaan in zijn leven. Ook in de tijd van mijn grootouders was het een hard bestaan. De eigenaren van de Hollandsche Velden hielden generaties lang de ontwikkeling tegen. Nadat een betere tijd was aangebroken, is alles nog weer totaal anders geworden. Het is nu moeilijk om weer te geven hoe slecht en traag de ontwikkeling hier in deze streek is gegaan.

Vader Jan Everts is meteen na de lagere school bij de Klompenfabriek Seijdel en Post gaan werken.

Klompenmaker van beroepZijn werk was aanvankelijk het verven van de klompen, krullenjongen en rommel opruimen. Al snel werd hij ook op pad gestuurd om per fiets bij de winkeliers in Hoogeveen en omgeving, maar ook in Frederiksoord, Diever en richting Emmen en Dedemsvaart, om bestellingen op te halen en het geld voor de aan de kruideniers geleverde klompen te beuren. Met een karbies aan het stuur, met daarin een geldbuidel omdat men toen veelal met zilvergeld betaalde. Een karbies was een stevige tas om allerlei boodschappen in te vervoeren. In deze tijd is dat een boodschappentas, maar toch heel anders.

Jan Everts rechtsToen hij 16 jaar was (1927) mocht hij gaan werken als klompenmaker. Om het modelsnijden te leren kreeg hij als leermeester Jan Piest. Het modelleren kwam heel precies. Om de scherpe randen bij de instap van de klomp glad te maken gebruikte men een speciaal modelmesje. Deze mesjes werden vaak gemaakt van een oud scheermes.

Op formulieren en andere stukken van voor de Tweede Wereldoorlog, is altijd vermeld dat zijn beroep klompenmaker is.

Jan Everts in het midden links achter  ‘moeder’.  ook Albert Koekoek en Jantinus Vos staan eropIn 1930 moest Jan Everts opkomen voor militaire dienst. Hij kreeg in Utrecht een opleiding tot hospitaalsoldaat. Als wij in onze kindertijd een diepe snee in een vinger of erger opliepen, geen paniek onze va was altijd de eerste hulp. Hij was niet zachtzinnig, zijn motto was ‘zachte heelmeesters, stinkende wonden’ . Het kwam ook nog wel eens voor dat de buren om hulp riepen. Ik kan mij nog heel best herinneren dat hij beenwindsels om zijn benen deed. Dat werden ‘poeties’ genoemd.

Op het adres 2e Opgaande E 505 te Hollandscheveld kreeg hij een bewijs van erkenning als aangeslotene bij de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, Laan Copes van Cattenburch 62, 's Gravenhage.De Hoogeveensche Courant van 12 augustus 1922 staat vermeld dat A.J.Seijdel en Albert Post verzoeken om een vergunning tot oprichten van 71/2 pk ten behoeve van de klompenmakerij aan de streek het Haagje

Jan en Geesje zijn verloofd op 20 april 1934 en zij trouwden op 5 mei 1934.In de Hoogeveensche Courant van 7 februari 1933 is vermeld dat bij de klompenfabriek van Seijdel en Post gestaakt wordt in verband met een loonsverlaging van 10%. De staking had succes want op 22 februari daarop meldt de Hoogeveensche Courant dat de staking is opgeheven nadat de loonsverlaging is teruggebracht naar 5%.

Jan en Geesje gaan wonen Hollandscheveldse Opaande E 505

Jan en Geesje zijn verloofd op 20 april 1934 en 11b zij trouwden op 5 mei 1934.Jan Everts en Geesje Kikkert huurden per 1 mei 1934 een woning met een half ha grond aan het Hollandscheveldse Opaande E 505. Ze kregen ook een bewijs van erkenning als zijnde aangesloten en vergunning om onder nr. 1562 in district 19 dubbele wit bonen te leveren.

Hun dochter Albertje is op 11 maart 1935 geboren aan het Hollandscheveldse Opaande E 505.

Abraham Niehues kreeg in 1883 opdracht om een Draaibrug over het Krakeelse Opgaande te leggen om zo de verbinding van de Krakeelse Dijk met de Straatweg naar Coevorden te bewerkstelligen en ook het in orde brengen van de weg langs de 31ste wijk.

In 1885 kreeg Abraham Niehues opdracht om een draaibrug te maken bij het Rechtuit over het Zuideropgaande. Deze opdracht werd pas gedaan nadat belanghebbenden een bijdrage van 50% hadden gedaan in de kosten.

De ouders van Abraham Nieuwenhuis kwamen vanuit Duitsland in Hoogeveen wonen. Hij is daar geboren op 25 oktober 1845. Hij trouwde met Hendrikje Stoter. Hij vertrok in 1894 naar Hasselt en later naar Amsterdam. Abraham Nieuwenhuis emigreerde in 1913 naar Amerika.

Op de foto links staat nog het huis 2de Opgaande E 505, recht voor het ‘tweede vonder’ over het 2de Opgaande. Links daarvan staat de landbouwschuur van de familie Kikkert en rechts daarvan de boerderij van Johannes Steenbergen
Op de foto rechts staat ook een groot deel van het voorfront van de boerderij van Johannes Steenbergen. Links en rechts van deze boerderij lag een brugje over de wijk. Dit was een van de weinige plekken dat er een wijk was aan weerskanten van een boerderij en zo ook een vonder en later een brugje.
Dit is het Hollandscheveldse Opgaande gezien vanaf het ‘Pensvonder’ naar het oosten. In de verte is de brug in de Riegshoogtendijk bij het Hoekje.
Dit is ook het Hollandscheveldse Opgaande met op de achtergrond de molen aan het Hoekje en de Trambrug. Deze ‘Ophaalbrug’ in de Riegshoogtendijk werd in 1875 gemaakt en gelegd door timmerman Abraham Niehues. Hij kreeg deze opdracht van de gemeente Hoogeveen om de verbinding tussen Hollandscheveld en Krakeel te bewerkstelligen, door deze brug over het Hollandscheveldse Hoofddiep te leggen. Een aanvullende opdracht was het leggen van een Hulpbrug over de ‘Kerkenkavelswijk’.