Krakeel en de Sterrenwereld

Voorblad-van-het-boek-Krakeel-en-sterrenwereld-nu-woonwijkBij het 20-jarig bestaan van de Buurt- en Speeltuinvereniging ‘Krakeel’ te Hoogeveen werd besloten aan de wijkbewoners een straatnamenboekje aan te bieden. De heer T. Tilstra nam het initiatief om het een en ander over de historie en betekenis van de straatnamen uiteen te zetten. De heer Tilstra was van 1969 tot 1983 hoofd van de Zenithschool in de wijk Krakeel en tot 1986 directeur van de basisschool De Komeet.

Inleiding van de heer T. Tilstra, augustus 1988

De woonwijk Krakeel

De Sterrenwereld

Dit boek over de straatnamen in Krakeel en de betekenis daarvan. Het vertelt over heldere sterren, andere hemellichamen en over sterrenbeelden waarvan de namen vaak ontleend zijn aan figuren uit de Griekse mythologie. Ook worden astronomen besproken, de geleerden die ons kennis over de sterren hebben doorgegeven. Dit boek is bedoeld voor iedereen, die wat meer over de sterrenhemel wil weten. Voor deze ‘kennismaking’ heeft u een beetje nieuwsgierigheid nodig. Als u helemaal nog geen sterren of sterrenbeelden kent, kunt u beginnen met de Grote Beer. Die is het hele jaar door ‘s avonds -bij heldere hemel- te zien. Met de Grote Beer als uitgangspunt is het vrij eenvoudig om andere sterren op te sporen. In de wintermaanden is ook Orion zo’n uitgangspunt. Bij het hoofdstuk Sterrenlaan worden met hulp van een paar tekeningetjes aanwijzingen gegeven. Wie bezig is de weg ‘daarboven’ een klein beetje te verkennen, raakt erdoor geboeid. Sterrenkunde is een heel interessante hobby. Iemand die op een heldere avond de sterrenhemel bewondert, kijkt zijn of haar ogen uit. Als u eenmaal begonnen bent aan deze eenvoudige sterrenkunde, wilt u al gauw meer weten. Met dit boek hoop ik u daaraan een kleine bijdrage te leveren.

2-Sterrenbeelden-boven-de-zuidelijke-horizonSterren zijn gloeiende, gasvormige hemellichamen. Hoeveel sterren er aan de nachtelijke hemel staan, is moeilijk na te gaan. Met het blote oog kunnen we op een heldere avond hooguit zo’n 1500 zien. In werkelijkheid zijn ze niet te tellen. Naarmate er betere telescopen kwamen, werden er meer sterren ontdekt. De sterren zijn gegroepeerd in sterrenstelsels, die zich als een soort eilanden in het heelal bevinden. Onze Melkweg is zo’n sterrenstelsel. Men schat het aantal sterren in zo’n groep op 100 miljard. Als we bedenken dat er ongeveer 10 miljard sterrenstelsels zijn, dan komen we tot een aantal van 1.000.000.000.000.000.000.000 sterren (100 miljard maal 10 miljard). Al heel lang geleden hebben de mensen opgemerkt, dat de onderlinge posities van de sterren niet veranderen. Daardoor kon men ze groeperen tot sterrenbeelden, zoals de Grote Beer, Orion enzovoort. In totaal zijn er 88 van zulke sterrenbeelden. Ze bestaan uit min of meer heldere sterren, die vanaf de aarde gezien toevallig in dezelfde richting staan. In werkelijkheid staan ze op heel verschillende afstanden van elkaar. We spreken van vaste sterren, omdat ze voor ons oog nooit van plaats veranderen. In feite ligt dat anders. De sterren bewegen zich met hoge snelheden ten opzichte van ons en van elkaar. Dat wij dit niet zo ervaren komt, omdat ze zo enorm ver bij ons vandaan staan. Er zijn eeuwen nodig om de eigen beweging van de ‘vaste’ sterren aan te tonen. De dichtstbijzijnde ster (op de zon na, want dat is ook een ster) is Alfa Centurie. Die staat trouwens te ver zuidelijk om in onze streken te zien. Alfa Centurie is al 40.000 miljard km bij ons vandaan. Dat is in de taal van de sterrenkundigen 4,3 lichtjaar. (Eén lichtjaar is de afstand die het licht, met een snelheid 300.000 km per seconde, in een jaar aflegt.) Wij kunnen ons daar geen voorstelling van maken. Als de zon (150 miljoen km van de aarde) op dezelfde afstand als Alfa Centurie stond, zou het een sterretje zijn dat niet opviel. De verste sterren, die we nog met een telescoop kunnen zien, staan miljarden lichtjaren bij ons vandaan.

Er bestaan heel grote en heel kleine sterren. Er zijn sterren die kleiner zijn dan de aarde, de z.g. witte dwergen. Andere sterren zijn zo groot, dat de zon daarbij vergeleken een dwerg is. Dat de ene ster veel helderder schijnt dan de andere, valt direct op. Dit heeft niets met de grootte van de ster te maken. Een ster kan helder lijken, omdat zij betrekkelijk dicht bij de aarde staat, òf omdat zij ook werkelijk helder is. Sterren(beelden) komen – net als de zon -op in het oosten en gaan onder in het westen. We kunnen dit elke heldere nacht zien, als we bepaalde sterren volgen. Deze (schijnbare) beweging komt door de aswenteling van de aarde. Bij nauwkeurige waarneming blijkt bovendien, dat de sterren iedere avond vier minuten vroeger in het oosten opkomen en ook vier minuten vroeger in het westen ondergaan. Na een maand is dit kleine verschil van vier minuten uitgegroeid tot twee uren. Daarom ziet de sterrenhemel er na een maand weer anders uit (als we tenminste op hetzelfde tijdstip kijken). Na een jaar is het dagelijkse verschil van vier minuten opgelopen tot 24 uur. De sterrenbeelden nemen dan weer precies dezelfde posities in als aan het begin van die periode en de kringloop begint opnieuw. Niet alle sterren komen op en gaan onder, ook al kunnen we ze overdag niet zien. De zogenaamde circumpolaire sterren maken een uitzondering. Dat zijn de sterren in de (wijde) buurt van de Poolster. Zij blijven het hele jaar door boven de horizon. Een voorbeeld hiervan is de Grote Beer. Deze biedt daarom een goed uitgangspunt om andere sterren op te sporen. Hetzelfde geldt in de wintermaanden voor de Orion. De tekeningen hierbij laten zien, hoe men door verschillende lijnverbindingen vanuit een bekend sterrenbeeld andere sterren kan vinden.

Helios

3-Helios-zonnegod-Griekse-mythologieHelios is geen ster of een ander hemellichaam. Helios betekent zon. Helios is de zonnegod uit de Griekse mythologie. Hij is de heerser van de nieuwe dag. Hij is de god, die met zijn stralende zonnewagen door de hemel rijdt en de mensen licht brengt. ‘s Morgens stijgt hij in het oosten op uit de Oceanus, de wereldzee die de aarde omspoelt. Na een tocht langs de hemel daalt hij ‘s avonds weer in het westen neer in de Oceanus. ‘s Nachts vaart hij op zijn zonneboot terug van het westen naar het oosten over de Oceanus. In een licht gewaad met een stralenkrans om zijn hoofd ment hij zijn vlammen-snuivende paarden. Helios heeft een zoon, Faëthon. Maar de mensen willen niet geloven dat Faëthon een zoon van de zonnegod is. Om achter de waarheid te komen, gaat Faëthon naar zijn vader. Hij zegt: ik word door twijfel gekweld, of u wel mijn vader bent. Geef mij een teken. Laat mij voor één dag uw zonnewagen besturen. Na lange aarzeling stemt Helios toe. De gevolgen zijn noodlottig. Wanneer Faëthon de teugels heeft genomen, schiet de wagen met wilde sprongen door de lucht en slingert heen en weer. De vurige paarden raken de vaste sterren, later schieten ze een wolkenlaag binnen, die onmiddelijk in laaiende vlammen staat. Ook de aarde raakt in brand. Geen plek op aarde schijnt door de vlammen gespaard te worden. Machteloos heeft Helios het lot van zijn zoon moeten aanzien. Op die dag, zo vertelt men, werden de bewoners van Afrika negers, en Libië werd door verdorring tot een woestijn.

Ooit kreeg Roelof van Echten te Echten het recht om het grote veengebied dat in ons gebied lag af te graven. En de gedroogde turven te verkopen en af te voeren naar elders. Het moest alles met handwerk en met de schop gebeuren. Vanaf Echten werd een kanaal gegraven in de richting van het veen. Toen men ver genoeg was werd vandaar ook naar links en rechts een vaarwater gegraven. Zo werd ook van daaruit een vaart gegraven naar het oosten maar boog men naar rechts af naar het zuiden. Daarna boog het opgaande weer af pal naar het oosten. Een groot deel van het veen had hij afgestaan aan Hollandsche heren die toen al rijk waren. Zo kreeg dit opgaande de naam van het Hollandscheveldsche opgaande. Vandaar uit het Rechtuit naar het oosten, het Zuideropgaande naar het zuiden en even verder naar het zuiden een opgaande naar het oosten, het Oostopgaande.

5-Woonwijk-Krakeel-in-wording-Roelof van Echten en de familie Bentinck van zijn vrouw’s kant lieten ook een opgaande graven naar het oosten, het Bentincks opgaande. En evenredig naar het oosten een dijk, de Bentincksdijk. Lange tijd bleven deze benamingen in stand, maar! Maar de beide families kregen onenigheid met elkaar. Van de bewoners bleef de een de oude benamingen gebruiken, maar anderen hadden het meestal over het Krakeelsche Opgaande en de Krakeelsche Dijk. Daarna is er nog weer het een en ander gebeurd. Het Krakeelsche Opgaande is nu bijna geheel verdwenen. Een deel bestaat nog en wordt gewoon Krakeel genoemd.

In 1965 is een nieuwe woonwijk gebouwd tussen het Noordsche Opgaande en het Krakeelsche Opgaande. Deze woonwijk kreeg de naam KRAKEEL.