Van het Oostopgaande naar de Krakeelsche Wijken

In het voorjaar van 1950 deelde de eigenaar van de boerderij Oostopgaande 18 mee dat hij het plaatsje wilde verkopen. Door de moeilijke oorlogsjaren, ziekte en tegenslag lukte het niet of ze wilden niet kopen. Zo moesten we noodgedwongen al weer verhuizen.

Het werd nu een kleine boerderij met drie ha land aan de Zevende Krakeelsche Wijk nummer 12. Wel bleven wij de anderhalf ha land aan het Oostopgaande gebruiken die wij al sinds 1940 al in pacht hadden. Ook onze nieuwe woonplek was wat wonen betreft, ook nog geen moderne omgeving.

Ook in mei 1950 zijn we weer verhuisd met de bok. Varen door het Oostopgaande, het Zuideropgaande, de Doorsnijding, de Eenendertigste wijk en vandaar door de Achtste Krakeelsche wijk tot de wisseling. De gehele inboedel moest daar uitgeladen worden en verder met paard en wagen, dwars door het weiland naar onze nieuwe woonplek aan de Zevende Krakeelsche wijk gebracht worden.

Het gebied was toen nog alleen bereikbaar per handkar of fiets of zoals wij het deden met de bok.

Gezin Jan Everts en Geesje Kikkert met hun vijf kinderenOver de Negende Krakeelsche wijk lag eerst een vonder, maar boer Jan van Goor nam daar nieuw ontgonnen land in gebruik en liet in de plaats van het vonder een afneembare brug over deze wijk leggen. Een eind verder naar het oosten lag weer een vonder over de Negende Krakeelsche wijk en vandaar weer een pad naar de Achtste Krakeelsche wijk bij Fritser Okken waar ook een vonder lag over de wijk.

Nog weer een eind verder naar het oosten bij Eibert Swierts, lag een vonder over de Negende Krakeelsche wijk en zo kon men vanaf daar ook weer naar de Achtste Krakeelsche wijk waar toen Durk Marissen woonde. Daar lag ook een vonder over de wijk en zo kon men verder naar de Zevende, de Zesde en de Vijfde Krakeelsche wijk.

Aangezien vonders doorgaans niet geschikt zijn en waren om vee over te leiden moest het vee langs een andere weg, en wel een grote omweg, naar de nieuwe woonplek lopen.  De Zevende Krakeelsche Wijk nummer 12 per 1 mei 1950.

Gezin Jan Everts en Geesje Kikkert met hun vijf kinderenHet was niet echt lonend op zo’n klein spulletje. Dus werd er land bij gepacht om meer gewassen te verbouwen. Het was in de jaren vijftig voor een kleine boer met een gezin al geen vetpot. Dat was het des te meer voelbaar in het gebied van de Krakeelsche Wijken. Het verschil in hoogte van het bouwland en weiland, was pakweg 5 m. Bij het ploegen op de hoogste percelen kwam het bruin-rode zand boven. Als na het zaaien, poten of planten niet elke dag geen bui regen viel, dan verdroogde het gewas dat op het land.

Ook hier verbouwden wij weer dubbele-wit bonen voor de Conservenfabriek Aardenburg zoals ook toen we nog aan het Oostopgaande woonden. In die tijd werden nog nauwelijks onkruidbestrijdingsmiddelen gebruikt. Het vergde veel man- of vrouwkracht om het gewas onkruidvrij te houden. In het begin betekende dit op de knieën kruipen en het onkruid zo vroeg en jong mogelijk te verwijderen. Als het gewas wat groter werd het wat gemakkelijker. Met een lange stok in de schoffel in de handen, kon al lopend de onkruidplantjes los van de wortels gesneden worden. Dikke pech als het een week of langer al maar regende. Ook een gevaar was nachtvorst. De bonenstammetjes waren daar heel gevoelig voor.

Vader Jan en zoon Hilbert JanDaarna volgde de bonentijdpluktijd. Veel vrouwvolk uit de omgeving kwam er op af. Ook veel leerlingen uit de hoogste klassen van de lagere school en van het voortgezet onderwijs boden zich aan als bonenplukker. Wanneer de jongelui teveel stengels mee plukten in de emmer en zo in de zakken terecht kwamen, dan kregen die niet vaak een waarschuwing. Het was voor hen dan gebeurd. Er was geen ontslagprocedure voor nodig. Ook pronkers en spekbonnen werden veel verbouwd. Een voordeel was dat die groter waren en meestal in een mand geplukt werden. De bonenstokken werden eerst in de grond gezet en van boven met elkaar verbonden.

Menigmaal waren de kosten hoger dan de baat. Het laagst liggende perceel weiland stond nogal eens onder water. De geplukte dubbele wit bonen moesten in zakken worden aangeleverd bij een verzamelplaats. Een van de methoden was de zakken vol bonen aan de fiets hangen en zo langs het water van de Zesde Krakeelsche wijk naar de Eenendertigste wijk, over een breed vonder en dan nog over het brugje bij Booi Strijker. De verzamelplaatse was daar aan de Riegshoogtendijk. Ook de oogst van andere gewassen leverde dezelfde problemen op en zo bleef het maar ploeteren om alle jaren de vaste kosten weer op te brengen. Laat staan winst maken.

Broers Hilbert Jan en Evert voor ons huis en linksboven de dubbele woning op de hoge bultZo kwamen in die tijd meer producten als bron van inkomen. Kruidenteelt kwam ook ras opzetten. Een kleine boer werd in die tijd ook voor een deel tuinder. Ook dat gewas was erg bewerkelijk wat het onkruidvrij houden betreft. Als het een natte zomer was dan kwam men tijd tekort om de gewassen te onderhouden. Er werden in de zomertijd lange dagen gemaakt.

Er kwam ook een nieuwe bron, we verbouwden nu een perceeltje witlof. In de herfst werd het loof afgesneden op een paar centimeter na en de wortel werd ‘ingekuild’. Dan kwam er een boven de dikke laag grond een extra bescherming bij op van stroo en aardappelrangen. Deze beschermlaag was er voor om geen vorstbeschadiging te krijgen.

Warme bron in de bodem bij de Achtste Krakeelsche wijk

Heel bijzonder was het met het laagste deel van het weiland, bij de Achtste Krakeelsche wijk. Tijdens de zomermaanden stond het weiland daar zelfs wel eens onder water. De Achtste Krakeelsche Wijk was daar ook veel breder dan de andere wijken. Dit brede stuk werd ook wel de ‘wisseling’ genoemd. Daar konden passanten, die met een ‘bok’ door de wijk ‘vaarden’ elkaar passeren. De bodem was daar zacht en meters diep en er zat nog volop veen, ook onder het weiland dicht bij de wijk.

Tijdens de wintermaanden stond het pad langs de wijk vaak onder water en was alleen met laarzen aan te passeren. Aan het eind in de sloot, dicht bij de wijk was een plek waar het water zelfs bij strenge winters niet bevroor. Het water welde op uit een (warme) bron diep uit de bodem.
Tijdens een flinke vriesperiode was het een ideale plek om het groepsspel ‘konkelen’ te doen. Het werd fanatiek gespeeld en was een van de favoriete ‘winterspelen’ van toen. Elke speler moest een munt op een houten blok leggen. Vanaf afstand werd met een konkelsteen op het blok gemikt om de munten eraf te krijgen op het ijs. Kruis of munt maakte het verschil, alleen munt was prijs. Miste de steen het blok met de munten, dan mocht men bij de volgende ronde een nieuwe poging doen vanaf de plek waar de konkelsteen terecht was gekomen. Als het donker werd was het moeilijk om kruis en munt te zien, dan was het tijd om er mee te stoppen voor die dag.

Historie van de Krakeelsche Wijken

Topografische kaart 1935 Krakeelsche wijken - Onder  Oostopgaande 18 bovenste helft Krakeelsche wijkenVanuit de Eenendertigste Wijk, geteld en gerekend vanaf de Eerste Wijk (is nu de Hoofdstraat), werden 9 Krakeelsche Wijken gegraven naar het oosten. Met het graven van de Zevende Krakeelsche wijk was men wel begonnen, maar na een paar honderd meter hield men er al weer mee op. Men kwam een enorm grote zandheuvel tegen. Het bleek ook een al sinds mensenheugenis bewoond gebied te zijn. Pas veel verder naar het oosten werd later toch nog weer begonnen met het graven van de Zevende wijk.

Alleen de Achtste en Negende Krakeelsche wijk zijn verder doorgegraven naar het oosten. De Zesde en Zevende Krakeelsche wijk zijn niet verder gegraven. Aan het eind van deze wijken werd vanaf de Vijfde Krakeelsche wijk een pad aangelegd naar het zuiden tot de Achtste Krakeelsche Wijk en vanaf daar nog weer verder naar de Negende Krakeelsche Wijk en de Kerkhofdijk. Dit voet- en fietspad was wijd en zijd bekend als het Hazepad.

Het veen in het gebied voorbij het Hazepad is later nog wel weg gehaald. Dit werd gedaan door een Dwarsgat te graven vanuit de Derde Krakeelsche wijk naar het zuiden. Vanuit dit Dwarsgat zijn de Vijfde, Zesde en Zevende Krakeelsche wijk nog weer verder gegraven naar het oosten en ook naar het westen.

De Zevende Krakeelsche wijk was ook een wat bijzondere wijk. Vanuit de Eenendertigste Wijk werden de Krakeelse wijken naar het oosten gegraven maar al gauw bleek daar geen beginnen aan met de schop. Op veel plaatsen was geen greintje veen te ontdekken en dat zal ook nooit zo geweest zijn. Na een paar honderd meter stopten ze er mee en lieten het voor wat het was.

Voor het weinige veen dat er wel was is verderop naar het oosten toch, vanuit de Achtste Krakeelsche Wijk een dwarsgat ter lengte van een volle wijkbreedte van ca. 150 meter gaan graven naar het noorden en zo werd alsnog een paar honderd meter wijk gegraven van de Zevende Krakeelsche Wijk naar het westen en het oosten. Zo konden de bewoners van huisnummer 16 toch nog met een bok bijna bij de boerderij komen. Ook groef men vanuit deze dwarswijk naar het oosten tot het Hazepad. Dit pad ontstond vanaf de Vijfde Krakeelsche wijk, naar de Achtste Krakeelsche Wijk en dan een eindje naar het oosten en zo naar de Negende Krakeelsche wijk en de Kerkhofdijk.

Heel veel later is men echter wel weer begonnen met het graven van de Zevende Krakeelsche wijk, maar veel verder naar het oosten. Deze wijk werd dan ook de Nieuwe Zevende Wijk genoemd.

Notulen Plaatselijk Belang Hollandscheveld

In de notulen van het Plaatselijk Belang van 20 augustus 1951 is besproken dat er een weg komt zigzag over de Krakeelsche wijken. De voorzitter deelt mee dat hij en de secretaris op 31 juli 1951, op verzoek van de ingelanden aldaar een vergadering hadden bij Meine Spoelder. Het voorstel is om vanaf de Kerkhoflaan tot aan de noordzijde van de Zesde Krakeelsche wijk een brede weg aan te leggen. Kortgeleden bij de brand van een blok van 3 woningen op de Achtste Krakeelsche wijk en enige tijd daarvoor een woning aan de Zesde Krakeelsche wijk, is gebleken dat brandspuit er niet anders kan komen dan met de grootste moeite. In beide gevallen lagen de woningen al tegen de vlakte toen de brandspuit arriveerde. Ook met ziekte en begrafenis kan men er niet met een auto komen.

Berichten uit de Hoogeveensche Courant in de jaren ‘50

Bericht van 14 december 1949: de bewoners van de Zesde Krakeelsche wijk voor eigen rekening een fietspad aan het maken zijn langs de Zesde wijk naar de Eenendertigste wijk

Op 1 augustus 1951 brak er een grote brand uit in een van ‘de kamers’ van de woning aan de Achtste Krakeelsche wijk. Het hele pand werd verwoest en de gezinnen van Harm Kats, Johannes Slot en Hendrik Kats werden daardoor dakloos.

Eindelijk is er electrisch lichtIn de vergadering van het Plaatselijk Belang van 21 januari 1952 brengt Geert van Eck opnieuw naar voren dat er nog steeds geen elektriciteit is aan de Achtste en Zevende Krakeelsche wijk. Dit blijkt eveneens zo te zijn bij het Oostopgaande en op het Krakeel.

Meegedeeld wordt dat als antwoord op de brief aan B en W van 26 november 1950 nu vier lichtpunten zullen worden aangebracht aan het Oostopgaande en ook op het Krakeel zal bij ieder vonder over het opgaande een lichtpunt komen.

Op 8 augustus 1953 meldt de Hoogeveensche Courant dat B en W voorstellen om een weg aan te leggen vanaf de Kerkhoflaan naar de Krakeelsche wijken.

1952 – Nieuwe welputten zijn praktisch onbruikbaar

Ieder herinnert zich nog van verleden jaar het grote watergebrek in onze plaats. Vooral ’s zomers was het voor veel mensen een getob om rond te komen. De regenbakken stonden droog, de welputten waren slecht, het water in de wijken was onbruikbaar en daarom moest met drinkwater laten komen uit Hoogeveen. Zo scharrelde men zomer aan zomer door.

Thans zijn de vooruitzichten gunstiger. Want wat reeds, zo vaak besproken is, nl. de aanleg van een waterleiding wordt thans werkelijkheid. Sinds enige tijd is men druk bezig, honderden meters buizen in de grond te leggen. Als alles volgens opgemaakte plannen verloopt zal ook Nieuwlande over enkele maanden reeds water uit eigen kranen kunnen tappen. Of geheel Nieuwlande aangesloten zal worden is nog niet bekend. Wel wordt hierover druk geconfereerd. Het betreft hier het gedeelte vanaf de Ger. Kerk tot aan de Coevorderstraatweg. Wel wordt het uitbreidingsplan aangesloten, evenals vermoedelijk de woningen aan het Oostopgaande, die langs het uitbreidingsplan liggen. Ook dit laatste is niet overbodig. Want verleden jaar zijn op last van de Gemeente en op kosten van de eigenaars nieuwe welputten bij deze woningen volkomen in ’t water gegooid. Men had dit toch eerder kunnen bekijken. In een jaar nu dubbel en in 50 of 100 jaar niets. Wanneer evenwel onze plaats straks aangesloten is, is het klagen over de waternood voorbij en kan er over een volgend probleem gesproken worden. B.v. over een nieuwe verkeersweg of over het verdwijnen van al de bruggen in de straat.

19 april 1952 – Ernstige bosbranden

Woensdagmiddag omstreeks 3 uur werd de brandweer te Elim gealarmeerd voor een ernstige bosbrand, die woedde aan het eerste wijkje ten zuiden van het Oostopgaande. Dit bos toebehorende aan de h.h. K. en J. Bruins Slot te Hoogeveen bestond uit berken en dennen. Hoewel de brandweer dadelijk aanwezig was, bleek men machteloos te staan tegenover de laaiende vuurzee.

Het was nl. niet mogelijk, wegens het ontbreken van een pad in het bos te komen, terwijl tevens ter plaatse geen water te krijgen was. Ook de brandweer van Hollandscheveld en Hoogeveen verschenen spoedig en verleenden assistentie. Met man en macht, bijgestaan door een aantal arbeiders, bond men met schoppen, zand en takken de strijd tegen het vuur aan. Door de strakke oostenwind werd het blussen zeer bemoeilijkt. Tegen de avond slaagde men er eindelijk in, het vuur meester te worden. Ongeveer 10 ha. bos was toen in as gelegd, waarmee een groot stuk natuurschoon voor onze gemeente verloren is gegaan. Vermoedelijk hebben kinderen hier de hand in het spel.

Het is tevens gebleken, hoe noodzakelijk het is, brandpaden in deze bosrijke omgeving aan te leggen. Het vuur had dan beter gestuit kunnen worden. Voor ieder geldt verder: Wees uiterst voorzichtig met vuur in de nabijheid van bos en heide. Nader wordt gemeld, dat Zondagmiddag, achter het Spaarbankbos een brand heeft gewoed in een aanplant van jong hout. Dank zij het snelle optreden van de brandweer te Ruinen wist men het vuur vrij spoedig de kop in te drukken.

1952 – Kruidenteelt past uitstekend op klein gemengd en intensief tuinbouwbedrijf.

Bonenstokken voor de pronkersEen dezer dagen kwam de Kleine Boerencommissie van de Stichting voor de Landbouw, Gewest Drenthe in Café Restaurant ‘De Hertenkamp’ te Assen onder voorzitterschap van de heer Ir. J.M.L. Otten bijeen.

De commissie bracht een bezoek aan de Kruidentuin van de gemeente Assen waar momenteel reeds 1.60 ha. Met kruiden is bebouwd; door de bedrijfsleider en een assistent van de Rijkstuinbouwvoorlichtingsdienst werd een nadere toelichting gegeven.

De commissie werd versterkt in haar reeds eerder uitgesproken oordeel dat de kruidenteelt uitstekend past op het kleine gemengde bedrijf. In verband met de thans aanwezige afzetmogelijkheden acht de commissie de uitbreiding van de kruidenteelt zeker verantwoord; de Rijkstuinbouwvoorlichtingsdienst verstrekt gaarne aan de hand van het bedrijf, de grond en alle daarmee samenhangende factoren nadere inlichtingen.

Door een aantal particulieren, een 5-tal gemeenten, (Assen. Peize, Vries, Smilde en Vledder), een drietal Stichtingen (Philadelfia, Beileroord en de Maatschappij van Weldadigheid), en een achttal land- en tuinbouwscholen (Frederiksoord, Hoogeveen, Beilen, Roden, Dwingelo, Havelte, Dalen en Schoonoord), is op bescheiden schaal een aanvraag met de kruidenteelt gemaakt.

Hoewel de Commissie het streven van de Minister van Landbouw naar verhoging van de Voederproductie op de eigen bedrijven volledig ondersteunt, spreekt zij uit om daar de komende vergadering nogmaals uitvoerig aandacht te besteden. De commissie besprak tenslotte nog de ontwikkeling van de premieregeling 1952 en de gang van zaken bij de graslandverhuringen.

1952 – Elim – Kruidenteelt trekt grote belangstelling

Jan Everts lid van de KruidencoöperatieDat de kruidenteelt wel belangstelling trekt, bleek op de dezer dagen hier gehouden vergadering in zaal Mol, waar niet minder dan ruim 65 personen aanwezig waren. Dit was de eerste officiële vergadering van de onlangs opgerichte afdeling. De waarnemend voorzitter, de heer B. Mol verklaarde zeer tevreden te zijn over de gang van zaken. Het aantal leden is sinds de vorige vergadering gestegen van 47 tot 99. De opgave van de te betelen oppervlakte met kruiden is verhoogd van 7 ½ tot 13 ½ ha.

Het bestuur zal trachten te bewerkstelligen dat het plantmateriaal straks in eigen plaats te krijgen zal zijn.

De prijzen voor het volgende jaar werden bekend gemaakt: valeriaan 18 ct. Per kg., digitalis lanata 30 ct. Per kg en viola 10 ct per kg. Angelica wordt niet meer gewenst. Het definitieve bestuur werd na een stemming reeds als volgt samengesteld: B. Mol, H. Ravensbergen, B. Martens, A. Kleiman, A. Vos, B. v.d. Weide e A. Otten. Tot leden van de controlecommissie werden benoemd de hh K. Schonewille, H. ten Cate en J. Kikkert. Besloten werd tot het bijdragen van vrijwillige giften i.p.v. contributie (ter dekking van de onkosten.

Zevende Krakeelsche Wijk 16 per 1 mei 1954

De broers Everts bij de nieuwe boerderij zonder de eikenbomenIn 1954 gingen we opnieuw verhuizen, nu naar de Zevende Krakeelsche Wijk 16. Tot dan woonde daar het gezin van Meine Spoelder, onder de 59 eikebomen. Deze boerderij werd gekocht. We kregen vergunning om 47 van de bomen te kappen, 12 bomen moesten blijven staan. Een houthandelaar uit Twente haalde met veel materiaal de bomen op. Eigenlijk was het wel jammer dat er weer een historische plek is verdwenen. Wat het uitoefenen van een veehouderij betreft kon het echter moeilijk anders. Niet lang daarna werden ook de huizen en de grond met de huisnummers 8, 10 en 12 gekocht.

Na een paar jaar kochten we ook het huis op nummer 14, of eigenlijk alleen maar de grond, omdat het huis kort daarvoor tot de grond afgebrand was en niet weer herbouwd zou worden.

De Krakeelsche Wijken hebben nu een echte weg

De Wilfred Stillweg op de kaartVan de gemeente Hoogeveen kwam het bericht dat het adres opnieuw gewijzigd ging worden. Voortaan woonden we niet meer aan een wijk maar allemaal aan de Meerboomweg. Dit bleef echter maar korte tijd zo. De weg die zigzag over de wijken ging eindigde niet bij de ‘meerboom’. Alsnog werd gekozen voor de Wilfred Stillweg.

De Wilfred Stillweg is genoemd naar de vlieger die in maart 1944 met zijn vliegtuig craste en neerkwam in een weiland aan de Vijfde Krakeelsche Wijk. De Wilfred Stillweg begint nu waar de Otto Zomerweg overgaat in Kerkhoflaan. De weg buigt bij de Zevende wijk naar het oosten en maakt een bocht naar hetnoorden naar de Zesde wijk en maakt dan weer een bocht naar oosten en gaat aan het eind weer met een bocht naar het noorden naar de Vijfde wijk en dan naar het oosten naar de Meerboomweg. De Meerboomweg is de verbindingsweg tussen het Rechtuit en de Coevorderstraatweg en genoemd naar de Meerboom aan een dwarswijk bij de Coevorderstraatweg.

Emigreren naar Canada zat er niet in, we emigreerden in 1959 wel

We woonden drie jaar in het woongedeelte van deze boerderij aan het Afwateringskanaal nummer 3. Ook de koestal en een groot deel van de ‘schuur’ mochten we gebruiken. De grote schuurdeel werd door de eigenaar gebruikt, die in een andere boerderij woonde, voor de tractor en gereedschap. Omdat de schuurdeur voor erg laag was, kwam dat goed van pas als garage voor onze Ford Anglia 1954 RD-42-33We woonden drie jaar in het woongedeelte van deze boerderij aan het Afwateringskanaal nummer 3. Ook de koestal en een groot deel van de ‘schuur’ mochten we gebruiken. De grote schuurdeel werd door de eigenaar gebruikt, die in een andere boerderij woonde, voor de tractor en gereedschap. Omdat de schuurdeur voor erg laag was, kwam dat goed van pas als garage voor onze Ford Anglia 1954 RD-42-33.

We woonden drie jaar in het woongedeelte van deze boerderij aan het Afwateringskanaal nummer 3. Ook de koestal en een groot deel van de ‘schuur’ mochten we gebruiken. De grote schuurdeel werd door de eigenaar gebruikt, die in een andere boerderij woonde, voor de tractor en gereedschap. Omdat de schuurdeur voor erg laag was, kwam dat goed van pas als garage voor onze Ford Anglia 1954 RD-42-33Van mei 1959 tot mei 1962 woonden wij aan het Afwateringskanaal 3 Schildwolde gemeente Slochteren in de provincie Groningen. Gedurende de periode 1959-1962 hebben we brieven geschreven naar onze ouders in Hollandscheveld. Die brieven zijn bewaard gebleven en pakweg 40 jaar later lazen we de brieven weer. In een van de brieven schreef ik over de bushalte bij ‘Schobbok’ aan het Slochterdiep, vanaf daar was het maar enkele honderden meters lopen naar ‘ons huis’. Schobbok is wat ik hoorde. Het betekende echter het gehucht Schaaphok, in het Gronings Schoaphok en uitgesproken of verstaan als Schobbok. Het was daar toen en nu nog, de scheiding van het zandgebied met het kleigebied. Het bedoelde schaaphok was daar sinds mensenheugenis al en zo wordt het nog genoemd.

We woonden drie jaar in het woongedeelte van deze boerderij aan het Afwateringskanaal nummer 3. Ook de koestal en een groot deel van de ‘schuur’ mochten we gebruiken. De grote schuurdeel werd door de eigenaar gebruikt, die in een andere boerderij woonde, voor de tractor en gereedschap. Omdat de schuurdeur voor erg laag was, kwam dat goed van pas als garage voor onze Ford Anglia 1954 RD-42-33Wat voor ons en iedereen in die omgeving echt nieuws was, was dat op nog geen kilometer afstand een proefboring was gedaan of er inderdaad gas diep in de bodem zat.

We woonden in 1959 nog maar pas in de gemeente Slochteren en opeens was ook Slochteren in de provincie Groningen wereldberoemd. In de drie jaar die wij daar woonden hebben wij er niet zoveel van gemerkt. Behalve dan het geluid van de brandende fakkel.

Een huis eerder woonden onze buren Afwateringskanaal op nummer 1. Verder stonden aan het Afwateringskanaal tot aan het Schaaphok bij het Slochterdiep nog 10 boerderijen.

Het Afwateringskanaal was gegraven vanuit de Slochter Ae en Scharmer Ae bij het Slochterdiep. Het Slochterdiep ging tot het Schildmeer en werd verder gegraven vanaf Steendam, naar Tjuchem, langs Meedhuizen en Farmsum naar Delfzijl.

Boerderij Westerpauwenweg 9 OverschildHet Afwateringskanaal kruist de Meenteweg Schildwolde-Ten Post. Bij de Meenteweg heette de streek ‘De Pauwen’. De Westerpauwenweg liep vanaf de Meenteweg richting het Slochterdiep, de Oosterpauwenweg liep vanaf de Meenteweg richting het Schildmeer.

In dit gebied lag op veel plaatsen maar een dunne laag klei boven op een dikke laag half vergane plantenresten. Bij het bouwen van de eerst boerderijen daar werden dikke bomen gebruikt als fundering.

In de modernere tijd werden flinke gaten geboord tot op de vaste bodem. Daarna werden deze gaten gevuld met vele kubieke meters betonspecie. Toen de boerderij waar ik heb gewerkt is gebouwd werden meer bakstenen gebruikten beneden het aardoppervlak dan voor de boerderij zelf daarboven.

Het Afwateringskanaal zal ook niet voor niets daar op de scheiding van eb en vloed gegraven zijn. In die tijd werden ook de paden door het gebied aangelegd naar de in het veld staande boerderijen. Deze paden waren zo breed dat twee paardenkoetsen elkaar konden passeren op weg naar en van de kerk. Ook voor begrafenissen. Deze paden zijn er nu nog. Alleen zijn die alleen maar voor ‘delen’ te gebruiken omdat bv. het Afwateringskanaal en andere, er dwars over zijn gegraven.

Mei 1962 weer terug in Hollandscheveld

Boerderij Wilfred Stillweg 16 werd verbouwd en uitgebreid met meer melkvee en een nieuwe schuur voor 200 mestkalveren.In 1962 kwamen we weer in Hollandscheveld wonen. De boerderij Wilfred Stillweg 16 werd verbouwd en uitgebreid. Het voorhuis werd ook uitgebouwd en het achterhuis werd voor een deel afgebroken en opnieuw gebouwd en uitgebreid.

De kippenhokken en de turfschuur waren niet meer nodig en werden afgebroken.

De varkenshouderij bleek het ook niet te worden en zo kwamen we in de kalvermesterij terecht.

Boerderij Wilfred Stillweg 16 werd verbouwd en uitgebreid met meer melkvee en een nieuwe schuur voor 200 mestkalveren. De bewoners van de huizen Krakeelsche Wijk nummers 8 en 10 gaan verhuizen. Deze huizen worden gesloopt en de grote ‘zandkop’ in het traject van de Zevende Wijk werd in de jaren 1960-1970 afgegraven en gebruikt als vulling voor de autoweg N 37.

De Kromme Wijk, de Oude Wijk, de Calkoens Wijk en de Eerste Krakeelse Wijk of ook wel de Modderwijk.

Daarna volgden nog de Tweede Krakeelse Wijk tot en met de Negende Krakeelse Wijk.

Op de oudste kaarten is te zien dat de wijken hier vroeger niet het zelfde waterpeil hadden.

Vader Jan Everts melkt de koeien op de plaats waar ooit de ‘kamers’ stonden op de hoge bultHet waterpeil ten oosten van het Noordscheschut en het Krakeelscheschut bij Veenlust was hoger dan aan de westkant van deze schutten. Hier was vroeger het Grote Meer. Heel lang geleden werd hier de Meerboom geplant als aandenken. Dat was een grove Den, die begin van de 20ste eeuw is verdwenen.

In 1926 is er toch weer een nieuwe meerboom geplant. De eigenaar van de grond was Berend Meyer. Hij stond 25 vierkante meter grondoppervlakte af op de hoek van de Dwarswijk aan de zuidkant van de Coevorderstraatweg. Maar ook deze nieuwe denneboom hield het daar niet vol.

In 1961 is toch weer een nieuwe ‘MEERBOOM’ geplant. Dit is nu een zomereik.

Alle kleinkinderen met opa mee de lege melkbussen ophalenDe Coevorderstaatweg was er lang geleden ook nog niet. Deze begon ooit als een zandpad vanaf Hoogeveen en werd de Noordse Dijk genoemd en het was de weg naar Coevorden. Deze Noordsche Dijk liep langs de noordkant van de Tweede Krakeelsche wijk en werd later de Straatweg naar Coevorden genoemd en op het laatst officieel de Coevorderstraatweg.

Daarna volgden nog de Vierde Krakeelsche Wijk tot en met de Negende Krakeelsche Wijk.

Op de oudste kaarten is te zien dat de wijken hier vroeger niet het zelfde waterpeil hadden.

De paarden in de wei met op de achtergrond de Zesde Krakeelsche  wijk en rechtsboven het HazepadHet waterpeil ten oosten van het Noordscheschut en het Krakeelscheschut bij Veenlust was hoger dan ten westen van deze schutten.

Van de gemeente Hoogeveen kwam het bericht dat ons adres gewijzigd werd in Meerboomweg nr. 16.

De weg dwars over de wijken kreeg de naam Meerboomweg. Voortaan zou de MEERBOOM herdacht worden in deze omgeving. De nieuwe weg vanaf het Rechtuit naar de Coevorderstraatweg kreeg als naam Wilfred Stillweg. Naar aanleiding hiervan kreeg de gemeente Hoogeveen veel vragen en opmerkingen. De Meerboom staat op een andere plek en als herinnering aan het Grote meer. Alsnog werd anders besloten om de namen van beide straten om te wisselen.

Zo is het nu nog. De Wilfred Stillweg begint waar de Otto Zomerweg overgaat in Kerkhoflaan. De Wilfred Stillweg is genoemd naar de vlieger Wilfred Still die in 1944 met zijn vliegtuig crashte en neerkwam in een weiland aan de Vijfde Krakeelsche Wijk.

Wilfred Stillweg 16 in 1968De Meerboomweg is de verbindingsweg tussen het Rechtuit en de Coevorderstraatweg en genoemd naar de Meerboom links van de weg en bij de wijk langs de Coevorderstraatweg.

Na een paar jaar kochten we ook het huis op nummer 14, of eigenlijk alleen maar de grond, omdat het huis kort daarvoor afgebrand was. Inmiddels kregen we van de gemeente Hoogeveen bericht dat ons adres opnieuw gewijzigd ging worden. Voortaan woonden we op de Meerboomweg nummer 16. Dit bleef maar korte tijd zo. De gemeente kwam erachter dat het toch maar beter was om de naam van Meerboomweg om te wisselen met de Wilfred Stillweg. Zo is het nu nog. De Wilfred Stillweg begint waar de Otto Zomerweg overgaat in Kerkhoflaan. De Wilfred Stillweg is genoemd naar de vlieger die met zijn vliegtuig crashte en neerkwam in een weiland aan de Vijfde Krakeelsche Wijk.

Historie van de Krakeelsche Wijken

Wilfred Stillweg 16 enige jaren laterMet het graven van de Zevende Krakeelsche Wijk was men wel begonnen vanuit de Eenendertigste Wijk, maar na een paar honderd meter hield men er maar mee op, er kon niets verdiend worden. Er was geen veen te bekennen. Zelfs het zand was ontzettend hard en niet klein te krijgen. Dat was voor ons ook wel duidelijk, als er niet elke dag een bui regen viel, dan was de groei en ontwikkeling van een gewas minimaal. Menigmaal waren de kosten hoger dan de baat. Merkwaardig was dat ondanks de zandkoppen in dat gebied veel woningen waren gebouwd. Dit is ook heel goed waar te nemen op de Topografische kaarten van vroeger. Vermoedelijk verbleven hier rondtrekkende mensen die op zoek waren naar werk. Het was hier niemandsland en wat belangrijk was: droog. Datzelfde gebeurde in de streek Poepershoek. Die naam is ontstaan omdat ook daar al vroeg bewoners waren vanuit Duitsland. Die werden daar Buben genoemd wat wij hier uitspraken als Poepen.

Toch werd later verderop naar het oosten nog weer begonnen met graven van de Zevende Krakeelsche Wijk. Dat gebeurde vanuit de Achtste Krakeelsche Wijk naar het noorden. Na 150 meter groef men van daaruit ca. 80 meter naar het westen tot waar wij later gewoond hebben op het adres Krakeelsche Wijk 16. Ook werd de wijk daar nog 50 meter gegraven naar het oosten tot bijna aan het Hazepad toe.

Het Hazepad was een voet- en fietspad als verbinding tussen de Kerkhofdijk en de Zesde Krakeelsche Wijk.

Nog weer veel later is men vanuit de Derde wijk een dwarsgat gaan graven naar het zuiden, en vanaf daar weer begonnen met graven van de Zevende wijk naar het oosten.

Deze wijk werd door ons dan ook de Nieuwe Zevende Wijk genoemd.

De Kromme Wijk, de Oude Wijk, de Calkoens Wijk en de Eerste Wijk of ook wel de Modderwijk.

Hier was vroeger het grote Meer. Heel lang gelden werd hier de Meerboom geplant als aandenken. Dat was een grove Den die in het begin van de 20ste eeuw is gekapt. Omstreeks 1920 is er een nieuwe meerboom geplant. Deze boom staat er nu nog. De Meerboom stond ooit op de hoek aan de Dwarswijk die de Derde Wijk en de Tweede Wijk (of later genoemd de Straatwijk), met elkaar verbond. De eerste en echte Meerboom was een Dennenboom.

De Coevorderstaatweg was er lang geleden nog niet. Die begon ooit als een zandpad vanaf Hoogeveen en werd de Noordse Dijk genoemd, of de weg naar Coevorden. Deze Noordse Dijk liep langs de noordkant van de Tweede Krakeelsche wijk en werd pas veel later officieel de Coevorderstraatweg genoemd.

De Eerste Krakeelsche wijk was er ook maar wordt nu nog de Modderwijk genoemd.

Daarna volgden nog de Vierde Krakeelsche Wijk tot de Negende Krakeelsche Wijk.

Op de oudste kaarten is te zien dat de wijken hier vroeger niet het zelfde waterpeil hadden.

Het waterpeil ten oosten van het Noordscheschut en het Krakeelscheschut bij Veenlust was hoger dan aan de westkant van deze schutten.

De Zevende Krakeelsche wijk was ook een wat bijzondere wijk. Vanuit de Eenendertigste Wijk werd naar het oosten gegraven maar al gauw bleek daar geen beginnen aan was met de schop. Er was geen greintje veen te ontdekken en dat zal ook nooit zo geweest zijn. Heel veel later is men wel weer begonnen met graven, in het verlengde van de wijk waar men al was begonnen met graven, maar veel verder naar het oosten. Deze wijk werd dan ook de Nieuwe Zevende Wijk genoemd.

Voor het weinige veen dat er wel was is vanuit de Achtste Wijk een dwarsgat gegraven naar het noorden en werd alsnog een paar honderd meter wijk gegraven van de Zevende Wijk. Zo kom men met een bok naar het westen bijna bij het huis met nummer 16 komen. Ook kon men van deze dwarswijk naar het oosten toe bijna tot het Hazepad komen.

Ook ontstond daar een pad vanaf de Zesde Wijk naar de Achtste Wijk en vanaf daar naar de Kerkhofdijk.

De Meerboomweg is de verbindingsweg tussen het Rechtuit en de Coevorderstraatweg en genoemd naar de Meerboom links van de weg en bij de wijk langs de Coevorderstraatweg. De Kromme Wijk, de Oude Wijk, de Calkoens Wijk en de Eerste Wijk of ook wel de Modderwijk.

Hier was vroeger het grote Meer. Heel lang gelden werd hier de Meerboom geplant als aandenken. Dat was een grove Den die in het begin van de 20ste eeuw is gekapt. Omstreeks 1920 is er een nieuwe meerboom geplant. Deze boom staat er nu nog. De Meerboom stond ooit op de hoek aan de Dwarswijk die de Derde Wijk en de Tweede Wijk of later genoemd de Straatwijk, met elkaar verbond. De eerste en echte Meerboom was een Dennenboom.

De Coevorderstaatweg was er lang geleden nog niet. Die begon ooit als een zandpad vanaf Hoogeveen en werd de Noordse Dijk genoemd, of de weg naar Coevorden. Deze Noordse Dijk liep langs de noordkant van de Tweede Krakeelsche wijk, vaak de Straatwijk genoemd. De Noordsche Dijk werd later de Weg naar Coevorden genoemd en eindelijk de Coevorderstraatweg.

De Eerste Krakeelsche wijk was er ook maar werd en wordt nu nog de Modderwijk genoemd.

De Tweede Krakeelsche wijk

Daarna volgden nog de Derde Krakeelsche Wijk tot de Negende Krakeelsche Wijk.

Op de oudste kaarten is te zien dat de wijken hier vroeger niet het zelfde waterpeil hadden.

Het waterpeil ten oosten van het Noordscheschut en het Krakeelscheschut bij Veenlust, was hoger dan ten westen van deze schutten.

Grote veranderingen in de Landbouw op komst in 1969

Onze dienstwoningIn de loop van het jaar 1969 leek het ons de juiste tijd om een nieuwe koers te gaan varen. Er werd een boeldag gehouden en de boerderij werd verkocht.

Een van de mogelijkheden was om Tuinbaas te worden op het Landgoed ‘De Tol’ bij Enschede. Dat werd het ook. Tuinbaas op een groot landgoed. Veel bos en een enorm grote tuin bij een prachtige villa aan de rand van Enschede. Familie en vrienden vonden het welhaast een paradijs. Dat was het ook. Maar toch!

Kuieren op de oprijlaanAl snel ben ik aan de studie gegaan en haalde mijn diploma Praktijkdiploma Boekhouden. Na anderhalf jaar had ik een kantoorbaan en gingen wij weer verhuizen. Daarna volgden de diploma’s Moderne Bedrijfsorganisatie en Belastingrecht. Toch bleek een kantoorbaan ook niet echt wat ik zocht.

Alles even mooi om te zienIn 1975 zijn we dan ook maar weer verhuisd en toen nog veel verder naar het Noorden opnieuw voorbij Hoogeveen. Vanaf toen had ik niet echt meer alleen een kantoorbaan. Mijn werkgebied was de hele provincie Groningen en vaak ook daarbuiten.

Tussendoor hebben we de wereld om ons heen verkend en verre reizen gemaakt.

Sinds 1993 zijn we weer in Hoogeveen gaan wonen.

Nieuwsblad van het Noorden van 13 maart 1981 bericht over het Meer.

In 1981 leek het meer weer teruggekeerd te zijn.HOLLANDSCHEVELD – Honderden inwoners van Hollandscheveld en uit de omgeving hebben zaterdag en zondag genoten van een uniek gezicht. Het gebied ’t Meer langs de Wilfred Stillweg en de Meerboomweg was als gevolg van de hoge waterstand helemaal ondergestroomd. Hiermee was even weer de situatie hersteld, zoals men deze eeuwenlang hier heeft gehad en waaraan ’t Meer zelfs zijn naam heeft te danken.

In 1981 leek het meer weer teruggekeerd te zijn.Tot het begin van deze eeuw was hier een onafzienbare watervlakte die als ’t Meer bekend stond. Door de vervening en vooral door de waterbeheersing (het graven: van een aantal lossingen) werd het gebied droog gelegd. Alleen de naam ’t Meer bleef behouden. Ook de naam Meerboomweg herinnert hier nog aan. Er stond vroeger aan de rand van ’t Meer namelijk een hoge meerboom die voor reizigers diende als baken. Van grote afstand was deze ‘meerboom’ zichtbaar. De gemeente Hoogeveen heeft later opnieuw een ‘meerboom’ geplant, die echter niet dezelfde reputatie heeft gekregen als zijn voorganger.

Er werd zaterdag en zondag druk gefotografeerd en gefilmd. Het was twintig jaar geleden, dat hier ook sprake was van hoge waterstand en niemand weet, wanneer zich dit hier zal herhalen. Er werd zelfs met bootjes gevaren in ’t Meer, terwijl anderen probeerde te snoeken. Het kikkerdril werd gisteren zelfs aangetroffen aan de onderste takken van bomen aan de Kerkhofdijk. Een bewijs, hoe hoog het water hier was geklommen. Zaterdag was het al weer twintig centimeter gezakt, vergeleken met vrijdag en gisteren al weer een halve meter. Op sommige plaatsen stond zelfs een meter water.